De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is op 15 december 2013 in werking getreden en regelt de financiën van onder meer gemeenten en waterschappen. Deze wet vervangt de Wet financiering lagere overheid (Wet filo) om concrete knelpunten weg te nemen en een efficiënte financiering te waarborgen. U leert hier wat de Wet Fido inhoudt, waarom deze is ingevoerd en welke belangrijke regels, zoals de kasgeldlimiet en schatkistbankieren, van toepassing zijn voor decentrale overheden.
De Wet Fido bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen, zoals waterschappen, door eisen te stellen aan risicobeheersing. Dit omvat eisen zoals de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, die grote fluctuaties in rentelasten moeten voorkomen. De vervanging was nodig omdat de Wet filo onvoldoende ruimte bood voor nieuwe ontwikkelingen.
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is een Nederlandse wet die de financiën van onder meer gemeenten, provincies en waterschappen regelt. Deze wet heeft als doel een efficiënte financiering van decentrale overheden en bepaalt de regels voor hun geldbeheer. Een belangrijk doel van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen, wat bijdraagt aan een solide financieringswijze.
De Wet Fido omvat specifieke verplichtingen, zoals schatkistbankieren voor decentrale overheden. Waterschappen in Nederland moeten zich houden aan de regels van deze wet. Gemeenten mogen leningen verstrekken en garanties geven voor een publieke taak. De balanspost ‘Leningen aan openbare lichamen’ omvat leningen zoals gedefinieerd in artikel 1a van de Wet Fido. Ook mogen overtollige middelen onder voorwaarden onderling uitgeleend worden aan openbare lichamen. De officiële titel van de Wet Fido is ‘Nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen’.
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft als hoofddoel het bevorderen en transparant maken van een solide financieringsbeleid. De wet richt zich op de beheersing van risico’s die decentrale overheden lopen door hun financieringstaken. Deze risicobeheersing baseert zich op drie kwalitatieve en twee kwantitatieve normen.
De wet omvat eisen zoals de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De Wet Fido bepaalt de kasgeldlimiet, die de omvang van korte financiering (korter dan een jaar) begrenst. Ook de renterisiconorm wordt door de Wet Fido bepaald; deze norm stelt een gefixeerd percentage vast voor de totale vaste schuld van een gemeente dat niet mag worden overschreden. De wet bevat expliciete bepalingen voor risicobeheer en transparantie.
De belangrijkste regels en verplichtingen voor decentrale overheden komen voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en aanbestedingswetgeving. De Wet Fido heeft schatkistbankieren als wettelijke basis en omvat de verplichting tot schatkistbankieren. Dit betekent het aanhouden van publieke middelen in de schatkist en de mogelijkheid om deze onderling uit te lenen. Decentrale overheden moeten zich ook houden aan de Aanbestedingswet 2012 en de Europese richtlijn 2014/24/EU voor overheidsopdrachten. Het lokale bestuur van het Caribisch deel van het Koninkrijk is niet gebonden aan de Europese aanbestedingsregels en de Aanbestedingswet 2012.
Decentrale overheden kunnen geld lenen onder marktconforme voorwaarden. Het regelgevend kader voor deze leningen en garanties omvat de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (Bldo). Een geactualiseerde nota, zoals de Nota Garanties en Leningen (2025) van de gemeente Haarlem, biedt inzicht in de mogelijkheden voor het verstrekken van financiële steun. Deze steun kan bestaan uit een garantstelling voor een lening of het rechtstreeks verstrekken van een lening. Voor meer informatie over vastgoedprojecten financieren kunt u terecht op Lening.nl.
Decentrale overheden mogen een drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. De hoogte hiervan is afhankelijk van de financiële omvang van de overheid en kent verschillende staffels. Voor kleinere begrotingen geldt een percentage van het totaal met een vast minimumbedrag. Voor grotere begrotingen is er een hoger vast bedrag, aangevuld met een percentage van het deel dat boven een bepaalde grens uitkomt. Bijzondere uitzonderingen zijn vastgelegd in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft directe praktische gevolgen voor gemeenten, provincies en waterschappen. Deze overheden moeten zich houden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Provincies, gemeenten en waterschappen zijn verplicht hun middelen in de schatkist aan te houden. Decentrale overheden zijn verplichte deelnemers aan schatkistbankieren. Overtollige middelen moeten zij in de schatkist aanhouden. Leningen afsluiten of rood staan bij de schatkist is niet toegestaan. Waterschappen moeten zich houden aan de regels van de Wet Fido bij leningen en het uitzetten van geld. Zij beperken renterisico door de vervaldata van hun leningen te spreiden. Ook sluiten zij leningen met een lange rentevaste periode af in tijden van lage rente. Elke decentrale overheid opent een nieuwe bankrekening, gekoppeld aan een rekening-courant bij de schatkist. Decentrale overheden mogen geen bewaarfunctie voor publieke middelen vervullen.
Er zijn geen specifieke recente wijzigingen of updates voor de Wet financiering decentrale overheden voor 2026 vastgesteld in de beschikbare bronnen. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) blijft de regels bepalen voor het geldbeheer van gemeenten. Dit beïnvloedt hun financiering. De wet regelt ook hoe decentrale overheden hun middelen beleggen bij de centrale overheid.
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) bevordert duurzame financiering door te sturen op een solide en efficiënte financieringswijze. Dit betekent dat decentrale overheden, zoals gemeenten en waterschappen, hun financiën op een verantwoorde manier beheren. De wet richt zich op adequate risicobeheersing, wat bijdraagt aan financiële stabiliteit op lange termijn.
Voor duurzame investeringen kunnen decentrale overheden gebruikmaken van niet-bancaire financiering. Dit biedt flexibiliteit buiten de traditionele bankkanalen. Waterschappen, gemeenten en provincies moeten zich hierbij houden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze normen zorgen voor een beheerste aanpak van financiële risico’s, wat indirect de ruimte creëert voor duurzame projecten.
De volledige wettekst van de Wet financiering decentrale overheden vindt u in officiële publicaties van de overheid. U kunt de wettekst raadplegen in het Tractatenblad, het Staatsblad of de Staatscourant. Daarnaast is de wet te vinden in andere publicatiebladen die de overheid beschikbaar stelt, zoals te vinden op wetten.overheid.nl.
Samenvattingen van de wet zijn online te raadplegen. Vaak is de officiële versie van de wetgevingshandeling via een link in deze samenvattingen toegankelijk. Dit maakt het eenvoudiger om snel inzicht te krijgen in de belangrijkste bepalingen.
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) legt verplichtingen op aan decentrale overheden, waaronder gemeenten, provincies en waterschappen. Deze overheden hebben een verplichting tot schatkistbankieren, wat betekent dat zij hun middelen in de schatkist aanhouden. Provincies, gemeenten en waterschappen moeten zich houden aan de eisen uit de Wet Fido. Ook gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam vallen hieronder. De Wet Fido bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen en bevat nieuwe bepalingen inzake hun financieringsbeleid. De wet heeft als doel grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen te vermijden.
Schatkistbankieren werkt volgens het principe van zero-balancing. Dit betekent dat het saldo op een bankrekening aan het einde van de dag automatisch wordt afgeroomd naar of aangevuld vanuit de rekening-courant bij de schatkist. Deze processen verlopen volledig geautomatiseerd aan het einde van iedere werkdag.
Elke decentrale overheid moet hiervoor een nieuwe, afzonderlijke bankrekening openen. Deze nieuwe bankrekening wordt uitsluitend gebruikt voor overboekingen naar en van de schatkist. Een overschot aan liquide middelen moet bij voorkeur vóór 15.30 uur op deze rekening gestort worden.
Deelnemende instellingen houden publieke middelen aan op de eigen rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Zij ontvangen hiervoor een scherpe rentevergoeding. Het reguliere betalingsverkeer regelen deelnemende instellingen via hun eigen bank(en). Een negatief saldo op de bankrekening(en) wordt aan het einde van een werkdag aangezuiverd vanaf de rekening-courant bij het ministerie van Financiën, terwijl een positief saldo wordt afgeroomd ten gunste van deze rekening-courant. Actuele standen en mutaties zijn te raadplegen met behulp van Mijn Schatkist.
Onder de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) zijn diverse financieringsvormen toegestaan. Leningen zijn toegestaan onder de Wet Fido. Ook het uitzetten van geld is toegestaan.
Gemeenten mogen volgens de Wet Fido leningen verstrekken. Zij mogen ook garanties geven. Decentrale overheden mogen leningen verstrekken voor de publieke taak. Zij mogen ook uitzettingen, oftewel investeringen, verrichten voor de publieke taak. Onderlinge kredietverlening tussen decentrale overheden is ook toegestaan. Daarnaast mogen decentrale overheden kredieten afsluiten van de markt.