De Wet excessief lenen bij de Belastingdienst ontmoedigt directeur-grootaandeelhouders (dga’s) om te veel geld te lenen van hun eigen bv. Leningen boven een bepaalde grens, zoals €700.000 in 2023, worden belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2). Dit artikel legt uit welke regels en gevolgen hierbij komen kijken voor aandeelhouders, inclusief de fiscale drempels en hoe de Belastingdienst dit beoordeelt.
Excessief lenen bij de Belastingdienst betekent dat u als directeur-grootaandeelhouder (dga) te veel geld leent van uw eigen besloten vennootschap (bv). De Wet excessief lenen is een maatregel binnen de Wet Inkomstenbelasting 2001. Het doel is om belastinguitstel en -afstel tegen te gaan dat zich voordoet bij bovenmatig lenen van de eigen vennootschap. Deze wet is specifiek bedoeld om langdurig uitstel van belastingheffing te voorkomen. Het kabinet beschouwt excessief lenen bij de eigen bv als ongewenst en belast dit. De invoering van de wet verlicht de bewijslast voor de Belastingdienst, wat de handhaving vereenvoudigt.
Vanaf 2023 wordt een belastingplichtige met een excessieve lening geconfronteerd met een belastingclaim. Excessief lenen door de aandeelhouder bij de eigen bv leidt tot het betalen van belasting in Nederland. Het bedrag boven de drempel wordt belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2 van de inkomstenbelasting). Het maximale bedrag voor excessief lenen bedraagt €500.000. Dit betekent dat het bedrag van de schuld boven €500.000 fiscaal verschuldigd is in Box 2. De regeling is ook van toepassing als u samen met een fiscaal partner meer leent dan €500.000. Schulden van verbonden personen worden meegeteld bij de bovenmatige schulden voor de wet excessief lenen, volgens de Belastingdienst.
Een lening wordt als excessief beschouwd wanneer de totale schuld van de aanmerkelijkbelanghouder aan de eigen bv meer dan €500.000 bedraagt. Deze regeling, die van kracht is sinds 1 januari 2023, heeft als doel excessief lenen bij de eigen bv tegen te gaan. De drempel van €500.000 wordt jaarlijks gemeten op 31 december.
Voor de berekening van de totale schuld tellen alle civielrechtelijke schulden en verplichtingen mee die de aanmerkelijkbelanghouder heeft aan de bv. Dit omvat ook schulden van verbonden personen en van een fiscaal partner, die worden meegeteld bij de bovenmatige schulden, zoals toegelicht door de Belastingdienst.
Een belangrijke uitzondering op deze regel zijn leningen die worden gebruikt voor de financiering van de eigen woning. Deze specifieke leningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van excessief lenen, mits er een hypothecaire inschrijving is en de lening voldoet aan de voorwaarden voor eigenwoningschuld.
De fiscale drempel voor excessief lenen is €500.000. Dit bedrag geldt in 2026 en is vastgesteld door de wet excessief lenen, zoals de Belastingdienst aangeeft. Dit geldt ook als u samen met een fiscaal partner meer dan €500.000 leent van uw vennootschap. De drempel van €500.000 geldt voor de totale schulden van de dga en fiscale partner aan alle bv’s tezamen.
Voor de berekening van deze drempel tellen ook schulden van verbonden personen mee, zoals leningen aan uw kinderen. De Belastingdienst bevestigt dat schulden van verbonden personen meegeteld worden bij de bovenmatige schulden. Een belangrijke uitzondering zijn leningen voor de financiering van de eigen woning; deze tellen niet mee. Een excessieve of onzakelijke lening kan leiden tot grote fiscale gevolgen en boetes.
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap, ingegaan vanaf 2023, heeft als doel uitstel van belastingheffing op excessieve leningen van de bv te voorkomen. Deze belastingheffing in box 2 treedt in werking wanneer de totale schuld van een aanmerkelijkbelanghouder aan alle eigen bv’s tezamen meer dan €700.000 bedraagt. Dit drempelbedrag geldt ook voor de fiscale partner en verbonden personen, zoals uw kinderen. Leningen voor de financiering van de eigen woning zijn hiervan uitgezonderd.
Concreet wordt het bedrag dat boven de drempel van €700.000 uitkomt, belast in box 2. Zo leidt een lening van €800.000 op 31 december 2023 tot een belast inkomen van €100.000 in box 2. De inkomstenbelasting in box 2 kent in 2024 twee schijven: 24,5% voor een inkomen tot €67.000 en 33% voor het deel daarboven.
Als u later de excessieve schuld aflost waarover al belasting is betaald, kan dit leiden tot een aftrekbaar verlies in box 2, wat een compensatie biedt voor de eerder betaalde belasting.
Alle schulden die u heeft bij uw eigen bv tellen mee voor de berekening van excessief lenen, behalve leningen voor de eigen woning. Dit geldt ook voor schulden van uw fiscale partner en verbonden personen, zoals bloed- en aanverwanten in rechte lijn. De Belastingdienst telt al deze leningen bij elkaar op om te bepalen of u de drempel voor excessief lenen overschrijdt.
Een belangrijke uitzondering zijn eigenwoningschulden. Deze tellen alleen niet mee als er een recht van hypotheek is gevestigd ten gunste van de bv. De Belastingdienst controleert hierbij ook het gebruik van de lening, het aflossingsschema en de aanwezigheid van een hypotheekrecht.
De regels voor excessief lenen bij de Belastingdienst worden het duidelijkst met concrete voorbeelden. Leningen van een bv worden als excessief beschouwd boven een bedrag van € 700.000, zoals vastgesteld vanaf 2023 door de Belastingdienst. Het bedrag dat deze grens overschrijdt, wordt fiscaal behandeld als een fictief regulier voordeel in box 2.
Voor de berekening van de drempel tellen alle schulden aan de bv mee, met uitzondering van eigenwoningschulden (mits voorzien van een hypotheekrecht). Bij de optelsom worden alle schulden aan de bv meegenomen, inclusief die van uw fiscale partner en verbonden personen, en leningen van meerdere bv’s worden bij elkaar opgeteld.
**Rekenvoorbeeld 1: Directe lening**
Stel, u heeft € 900.000 geleend van uw bv. Hiervan kwalificeert € 200.000 niet als eigenwoningschuld. De totale schuld die meetelt voor de regeling is dan € 900.000. Dit overschrijdt de drempel van € 700.000 met € 200.000. Dit resulteert in een fictief voordeel van € 200.000, dat in box 2 wordt belast.
Als u in een later jaar € 200.000 aflost met eigen middelen, ervaart u een fictief negatief voordeel van € 200.000. Dit verlies kunt u verrekenen met een eerder fictief voordeel.
**Rekenvoorbeeld 2: Leningen aan verbonden personen**
Een ander voorbeeld betreft leningen aan verbonden personen. Als uw kind € 700.000 leent van uw bv en u zelf € 400.000, dan bedraagt de totale schuld aan de bv € 1.100.000. Dit overschrijdt de drempel van € 700.000 met € 400.000. Dit bedrag van € 400.000 wordt aan u toegerekend als aanmerkelijkbelanghouder en belast als fictief regulier voordeel in box 2.
Wanneer de totale schuld later afneemt, bijvoorbeeld doordat uw kind de lening aflost, kan dit leiden tot een fictief negatief voordeel voor u, dat verrekend kan worden met eerder betaalde belasting.
Internationale situaties en leningen van buitenlandse bv’s vallen ook onder de regeling excessief lenen. De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap richt zich primair op situaties onder het verdrag Nederland – België, zoals de Belastingdienst aangeeft. Een voorbeeld hiervan is een in België wonende aandeelhouder met een schuld aan een Nederlandse bv. Nederland mag heffen over het fictief regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in deze internationale situatie. De toepassing van de Wet excessief lenen in internationaal verband is een belangrijk aandachtspunt. Deze wet ontmoedigt directeur-grootaandeelhouders om meer dan €700.000 te lenen van hun eigen vennootschap. Het bedrag boven deze grens wordt door de fiscus behandeld als een uitkering. Er bestaan onduidelijkheden over de effectiviteit van de heffing in grensoverschrijdende situaties. De vraag is of Nederland op grond van een belastingverdrag mag heffen over het fictieve voordeel als de natuurlijke persoon in het buitenland woont. Een andere internationale situatie betreft een kind dat in het buitenland woont. De centrale vraag is of een lening aan zo’n kind meetelt voor de regeling excessief lenen bij de eigen bv. De Belastingdienst heeft hierover een kennisgroepstandpunt gepubliceerd. Dit standpunt stelt dat een lening aan een in het buitenland wonend kind onder voorwaarden kan kwalificeren als eigenwoningschuld.
U kunt verschillende stappen ondernemen om belastingheffing op excessief lenen te voorkomen. Het grensbedrag voor excessief lenen van de bv is €500.000. Leningen boven dit bedrag worden belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2).
Een aanmerkelijkbelanghouder kan een deel van de schuld aflossen met privévermogen. Ook is het mogelijk de lening te herfinancieren bij een bank. Een andere optie is dividend uitkeren en dit gebruiken om schulden aan de vennootschap af te betalen. U kunt ook privébezittingen, zoals een beleggingsportefeuille, verkopen aan de vennootschap om schulden af te lossen. Leningen van een bv aan een aandeelhouder moeten altijd voldoen aan zakelijke voorwaarden. De peildatum voor excessief lenen is altijd 31 december. Overleg altijd met een fiscalist of accountant om de beste oplossing voor uw situatie te bepalen.
Om een lening bij de Belastingdienst correct op te geven, moet deze voldoen aan een informatieverplichting om als eigenwoningschuld in box 1 te gelden. U moet relevante gegevens van de lening vermelden in de aangifte. De kerngegevens van de lening, zoals hoofdsom, looptijd, rente en aflossing, moeten in de aangifte inkomstenbelasting staan. De gegevens van de lening voor uw eigen woning geeft u jaarlijks door in uw aangifte inkomstenbelasting. Dit geldt voor zowel nieuwe leningen als wijzigingen van bestaande leningen.
Het niet of niet op tijd doorgeven van deze gegevens zorgt ervoor dat de lening niet als eigenwoningschuld telt, waardoor u geen recht heeft op renteaftrek. Vergeten leninggegevens te vermelden, kunt u corrigeren door een verbeterde aangifte op te sturen. Dit herstel is alleen mogelijk zolang de aanslag nog niet definitief is opgelegd. Heeft u een definitieve aanslag ontvangen, dan moet de verbeterde aangifte worden opgestuurd voordat de aanslag onherroepelijk vaststaat. Leningen tussen ouders en kind voor koopwoningen moeten bij de reguliere aangifte inkomstenbelasting worden aangegeven. Een lening met een veel lagere rente dan marktconform kan door de Belastingdienst als een schenking worden gezien. Voor de uitlener telt een lening tussen particulieren doorgaans mee als vermogen.
De Belastingdienst heeft specifieke regels en richtlijnen voor onderhandse leningen. Een onderhandse lening moet zakelijk zijn. De Belastingdienst stelt voorwaarden voor renteaftrek en fiscale erkenning van deze leningen.
Een onderhandse lening vereist zakelijke voorwaarden om niet als schenking te worden gezien. Als de afgesproken rente aanzienlijk lager is dan marktconform, kan de Belastingdienst de lening als schenking beschouwen. Dit kan leiden tot schenkbelasting. Onzakelijk handelen bij de voorwaarden van een zakelijke lening kan vragen oproepen bij de Belastingdienst.
U controleert of uw lening excessief is door de totale schuld aan uw eigen bv te vergelijken met de drempel van €500.000. Een lening is excessief als de totale schuld meer dan dit bedrag bedraagt. Dit maximumbedrag geldt voor binnenlands belastingplichtigen en omvat alle civielrechtelijke schulden en verplichtingen die u heeft. Ook schulden van verbonden personen, zoals uw kinderen, tellen mee voor excessief lenen, tenzij het een kwalificerende eigenwoningschuld betreft. De uitzondering voor eigenwoningschulden geldt alleen als de schuld al bestond op 1 januari 2023, of na die datum is aangegaan met hypothecaire zekerheid uiterlijk op de peildatum. Zelfs bij schulden onder de €500.000 mag de Belastingdienst vragen naar de realiteit van de terugbetalingsverplichting; als terugbetaling niet realistisch is, kan de Belastingdienst dit als een uitdeling zien.
Als u te veel leent van uw bv, wordt het bedrag boven de grens van € 500.000 belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2). Dit geldt voor leningen die excessief zijn, zoals vastgesteld door de Belastingdienst. Bovendien kan onzakelijk handelen bij het lenen van uw bv ertoe leiden dat de Belastingdienst de hele lening als inkomsten beschouwt. Dit heeft directe fiscale gevolgen voor u als aanmerkelijkbelanghouder. De wet excessief lenen belastingdienst beoogt belastinguitstel en -afstel tegen te gaan.
Het aanpassen van een lening om fiscale redenen is mogelijk, afhankelijk van het type lening en de geldende fiscale regels. Bij familieleningen is de behandeling in Box 3 relevant. Sinds 1 januari 2023 vallen familieleningen onder de nieuwe systematiek van Box 3.
Voor de uitlener (bijvoorbeeld ouders die geld uitlenen aan kinderen) wordt de familielening beschouwd als een bezitting in Box 3. Over deze bezitting wordt een fictief rendement berekend, dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17% voor ‘overige bezittingen’. Dit fictieve rendement wordt belast, ongeacht de werkelijk overeengekomen rente.
Voor de lener (bijvoorbeeld kinderen die geld lenen van ouders) wordt de familielening gezien als een schuld in Box 3. Deze schuld kan de grondslag voor Box 3 verminderen, mits deze boven de geldende drempel uitkomt. De zakelijkheid van de renteafspraken is hierbij van belang om schenkbelasting te voorkomen.
De wet excessief lenen is op 1 januari 2023 in werking getreden. Deze wet beoogt te voorkomen dat directeur-grootaandeelhouders (dga’s) onbeperkt geld lenen van hun eigen bv. De eerste peildatum voor deze wet was 31 december 2023.
In 2023 bedroeg de drempel voor excessief lenen €700.000, zoals de Belastingdienst aangeeft. Vanaf 31 december 2024 wordt deze drempel verlaagd naar €500.000. Eerder betaalde belasting over een excessieve lening wordt verrekend om dubbele heffing te voorkomen.