Geld lenen kost geld

Financiering basisonderwijs: hoe werkt het in Nederland?

Wat is je leendoel?
€100 €75.000

De financiering van het basisonderwijs in Nederland wordt geregeld in de Wet op het primair onderwijs, vanaf artikel 115. De Rijksoverheid betaalt jaarlijks ruim €13 miljard aan schoolbesturen voor het primair en speciaal onderwijs. Dit gebeurt via lumpsum financiering, waarbij scholen een vast bedrag per leerling ontvangen. Het bedrag per school hangt af van het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorgaande jaar, waarbij alle leerlingen hetzelfde bedrag krijgen, ongeacht hun leeftijd.

Wat is financiering van het basisonderwijs?

Financiering van het basisonderwijs in Nederland is een financieringsvorm waarbij onderwijsinstellingen jaarlijks een vast budget ontvangen van de overheid. Dit wordt lumpsumfinanciering genoemd. Het is één budget voor alle kosten, wat betekent dat de school één bedrag krijgt om daarmee personeel en schoolmaterialen te betalen. Schoolbesturen in het primair en speciaal onderwijs ontvangen deze financiële middelen voor hun basisscholen. De basis voor deze bekostiging ligt vast in de Wet op het primair onderwijs, specifiek vanaf artikel 115. Het basisbedrag van de lumpsum is bedoeld voor de financiering van personeels-, huisvestings- en materiële kosten voor het onderwijs. De financiering van het basisonderwijs is in januari 2023 vereenvoudigd. Vanaf 1 januari 2023 ontvangen scholen hetzelfde bedrag per leerling, ongeacht de leeftijd of onderwijslaag.

Hoe wordt het geld voor basisonderwijs verdeeld?

Het geld voor basisonderwijs wordt verdeeld via lumpsumbekostiging, een systeem waarbij het primair onderwijs één budget ontvangt voor goed onderwijs. Schoolbesturen ontvangen van de Rijksoverheid een basisbedrag per leerling en per school. Deze bekostiging is sinds 1 januari 2023 vereenvoudigd, met een wetsvoorstel dat één basisbedrag lumpsum per leerling en per school introduceerde. De hoogte van de financiering hangt af van het aantal leerlingen op een specifieke peildatum, zoals 1 februari of 1 oktober van het voorgaande jaar. Het schoolbestuur verdeelt de lumpsum vervolgens zelf over de scholen.

Lumpsum financiering en bedragen per leerling

Lumpsumfinanciering houdt in dat een school één bedrag ontvangt om daarmee alle kosten te betalen, waaronder personeel en schoolmaterialen. Basisscholen in Nederland ontvangen via deze financieringsvorm een vast bedrag per leerling. Deze gelden bestaan uit een basisbedrag per school en een bedrag per leerling. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stelt dit lumpsumbedrag per leerling per kalenderjaar vast, waarbij het totale budgetbedrag voor de lumpsumfinanciering ook per kalenderjaar wordt bepaald. De hoogte van het bedrag hangt af van het aantal leerlingen op de peildatum van 1 oktober van het voorgaande jaar. Deze lumpsumfinanciering geldt voor zowel het basisonderwijs als het speciaal onderwijs. Sinds 1 januari 2023 ontvangen scholen voor leerlingen in de onderbouw en bovenbouw hetzelfde bedrag, ongeacht hun leeftijd. Er is ook geen correctie meer voor de gemiddelde leeftijd van leraren op school, eveneens ingegaan op 1 januari 2023.

Factoren die de hoogte van de financiering bepalen

De hoogte van de financiering voor basisonderwijs hangt voor het grootste deel af van het aantal leerlingen. Scholen ontvangen een basisbedrag per leerling en een basisbedrag per school. Daarnaast kan extra geld worden toegekend voor specifieke situaties. Denk hierbij aan kleine scholen of scholen met een nevenvestiging, zoals de Rijksoverheid aangeeft. Ook krijgen schoolbesturen extra middelen om onderwijsachterstanden aan te pakken. Scholen en gemeenten ontvangen een hoger bedrag voor kinderen met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden, waarbij het opleidingsniveau van beide ouders een rol speelt in de bepaling van dit risico.

Welke regels en wetgeving gelden voor basisonderwijs financiering?

De financiering van het basisonderwijs wordt geregeld door de Wet op het primair onderwijs, vanaf artikel 115. Aanvullende details staan in de Regeling bekostiging WPO en WEC 2026 en het Besluit bekostiging WPO 2022. Een belangrijke verandering was het Wetsvoorstel Vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs, ingegaan op 1 januari 2023. Dit wetsvoorstel introduceerde één basisbedrag per leerling en per school. Het vereenvoudigt de berekening en verdeling van geld voor scholen. Ook verminderde het de rekenregels voor de bekostiging van het basis- en speciaal onderwijs. Specifiek voor leerlingen in het speciaal onderwijs is de wet- en regelgeving rondom zorg in onderwijstijd aangepast.

Welke instanties houden toezicht op de besteding van het geld?

Volgens de Rijksoverheid houdt de Inspectie van het Onderwijs toezicht op hoe scholen het geld uitgeven. Dit toezicht omvat onder andere:

Rol van de Inspectie van het Onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs is de externe toezichthouder voor schoolbesturen, specifiek voor de lumpsumfinanciering. Zij controleren de rechtmatigheid en doelmatigheid van deze uitgaven. De inspectie controleert ook de werkzaamheden van de accountants van scholen in het primair onderwijs. Bij scholen met risico’s voeren zij direct gericht onderzoek uit naar de besteding van overheidsgeld. Scholen zonder duidelijke risico’s inspecteren ze via steekproeven.

Verantwoording en jaarverslagen van scholen en besturen

Schoolbesturen en scholen in het primair onderwijs leggen jaarlijks verantwoording af over hun financiële beheer. Dit doen zij via een jaarverslag waarin de budgetuitgaven worden verantwoord. Ze rapporteren hun financiële beleid jaarlijks aan de overheid, inclusief een accountantgecontroleerde jaarrekening. Onderwijsinstellingen die overheidsgeld ontvangen, stellen jaarlijks een jaarverslag op over hun financiële beleid. Een registeraccountant controleert en keurt deze jaarlijkse financiële verantwoording goed, wat essentieel is voor de financiering van het basisonderwijs.

Welke aanvullende of extra bekostiging is mogelijk voor scholen?

Naast de reguliere lumpsumfinanciering kunnen scholen in Nederland aanvullende of extra bekostiging ontvangen. Dit omvat onder andere middelen voor kleine scholen en de vrijwillige ouderbijdrage, die een bron van inkomsten is voor extra activiteiten. Ook kunnen scholen sponsorgeld, rente uit eigen vermogen en crowdfunding ontvangen. Specifieke subsidies en regelingen bieden verdere mogelijkheden voor extra ondersteuning. Denk hierbij aan het programma School & Omgeving en aanvullende budgetten voor samenwerkingsverbanden van scholen.

Subsidies en speciale regelingen voor primair onderwijs

Scholen krijgen extra middelen via aanvullende regelingen. Deze aanvullende bekostiging is bedoeld voor specifieke scholen of leerlingen, bijvoorbeeld voor extra ondersteuning. Subsidies bieden scholen de mogelijkheid om activiteiten en beleidsplannen te financieren. Zo is er subsidie voor onderwijsinnovatie en schoolontwikkeling met een maximaal subsidiebedrag van € 110.880. Expertisescholen in het primair onderwijs kunnen per aanvraag tot € 71.126 ontvangen, terwijl lerende scholen subsidie tot € 47.116 per school kunnen krijgen.

Recente en aankomende wijzigingen in het financieringssysteem

Vanaf 1 januari 2023 krijgen scholen voor basisonderwijs en speciaal onderwijs een basisbedrag per leerling en per school, waarbij de bekostiging per kalenderjaar wordt vastgesteld. Dit betekent dat scholen niet langer aparte budgetten voor personeel en materieel ontvangen. De Rijksoverheid meldt dat het aantal rekenregels vermindert van 130 naar ongeveer 30. Een overgangsregeling geldt voor de eerste 3 jaren na de wetswijziging.

Daarnaast zijn er ook recente en aankomende wijzigingen in specifieke subsidies. Zo is de startdatum voor nieuwkomersbekostiging in het primair onderwijs aangepast per 1 juli 2024. Het subsidieprogramma School & Omgeving is aan te vragen vanaf maart 2025, met als doel meer leerlingen een buitenschools aanbod te bieden. Scholen die in 2025 voor het eerst subsidie ontvangen, krijgen een aanvullende subsidie van €7.000 per vestiging. Deze aanvullende subsidie is bedoeld voor kennisopbouw en kennisdeling. Het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal opgegeven leerlingen te vermenigvuldigen met €264 per aangevraagd klokuur per schooljaar, waarbij vestigingen met 150 leerlingen of minder een aanvulling op het subsidiebedrag ontvangen.

Stappenplan: hoe vraag je financiering voor basisonderwijs aan?

Het aanvragen van financiering voor basisonderwijs, vaak in de vorm van subsidies, volgt een aantal vaste stappen. U doorloopt hiervoor doorgaans de volgende procedure:

  1. Eerst moet u zich registreren als aanvrager.
  2. Daarna maakt u een account aan op het Subsidieportaal.
  3. Meld u vervolgens aan voor de specifieke subsidieregeling, zoals de Subsidieregeling Financiële educatie po.
  4. Vul het subsidieaanvraagformulier in met uw gegevens en een korte projectbeschrijving.
  5. Upload ook een activiteitenplan en een begroting.
  6. Zorg dat uw aanvraag volledig is, inclusief deze bijlagen.

Naast deze algemene stappen zijn er specifieke regelingen. Penvoerders kunnen de subsidie Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s 2026-2029 via DUS-I aanvragen. De aanvraagperiode hiervoor loopt van 18 augustus 2025 tot en met 22 oktober 2025. De subsidie Statushouders en stap naar de klas vraagt u ook via DUS-I aan; een nieuwe aanvraagperiode hiervoor opent op 3 juni. Besturen van po-scholen konden een tegemoetkoming aanvragen voor de opleiding en begeleiding van schoolleiders van buiten het onderwijs. Deze aanvraagperiode liep tot en met 15 oktober 2024.

Financieringsopties voor particulieren en ondernemers

Ondernemers die extra financiering nodig hebben, kunnen zich wenden tot verschillende financieringsvormen. Financieringsmogelijkheden voor ondernemerschap omvatten banken, crowdfunding, durfkapitaal en Qredits. Deze financieringsvormen zijn onder andere banken, crowdfunding, durfkapitaal en krediet via Qredits. Durfkapitaal is beschikbaar voor zowel startende als bestaande ondernemers in Nederland.

Daarnaast zijn er alternatieve financieringsmogelijkheden voor uw bedrijf. Lenen van familie of vrienden is een optie voor kleinschalige behoeften. Ook het vinden van een investeerder behoort tot de financieringsopties. Alternatieve financiering voor het bedrijf is een andere mogelijkheid. Investeringen komen van particuliere investeerders, venture capitalists of angel investors. Alternatieve financiering kan via private investeerders worden gerealiseerd.

Hoe wordt het bedrag per leerling berekend?

Het bedrag per leerling voor basisscholen wordt berekend op basis van het aantal ingeschreven leerlingen op een specifieke peildatum. Scholen voor basisonderwijs en speciaal onderwijs ontvangen via de lumpsumfinanciering één basisbedrag per leerling en per school, wat sinds 1 januari 2023 geldt. Deze lumpsumfinanciering stelt het bedrag per kalenderjaar vast per leerling. De hoeveelheid geld die een school krijgt, hangt af van het leerlingaantal op 1 februari van het jaar ervoor, zoals de Rijksoverheid aangeeft. Voor het kalenderjaar 2023 werd dit bijvoorbeeld berekend op basis van het leerlingaantal op 1 februari 2022. Ook factoren zoals het gewicht van leerlingen, bijvoorbeeld achterstandsscores, spelen een rol in de hoogte van de lumpsum.

Wat is het doel van de vereenvoudiging van de bekostiging?

De vereenvoudiging van de bekostiging van het basisonderwijs heeft als doel de financiering duidelijker, eenvoudiger en beter voorspelbaar te maken, volgens de Rijksoverheid. Deze aanpassing helpt schoolbesturen om betere keuzes te maken en vermindert de administratieve lasten voor scholen en samenwerkingsverbanden. Ook wil men de complexiteit en de onbedoeld sturende werking van de bekostiging verminderen.

Hoe kunnen scholen extra geld aanvragen?

Scholen kunnen op verschillende manieren extra geld aanvragen of ontvangen, naast de reguliere lumpsumfinanciering. Denk hierbij aan sponsorgeld, rente uit eigen vermogen en crowdfunding. Ook zijn er subsidies beschikbaar voor specifieke doelen. Zo kunnen scholen geld krijgen voor zomerscholen of hulpprogramma’s voor leerlingen. Daarnaast is er financiële ondersteuning voor de vergroening van schoolpleinen en verduurzaming van gebouwen. Verder krijgen kleine scholen en scholen met veel leerlingen met minder kansen extra financiering. Zelfs lerende scholen kunnen subsidie ontvangen, tot maximaal €47.116 per school. Daarnaast mag een school ouders vragen om een vrijwillige ouderbijdrage voor extra activiteiten.

Wat gebeurt er bij onjuist gebruik van financiering?

Onjuist gebruik van financiering in het basisonderwijs kan ernstige gevolgen hebben. Als er een vermoeden is van verkeerde besteding van geld, stelt de Inspectie van het Onderwijs direct een onderzoek in. Gebrekkige financiële controle kan leiden tot bestuurlijke aansprakelijkheid en interventies door de Inspectie. U riskeert dan mogelijke sancties, verscherpt toezicht en bestuurlijke maatregelen. In het ergste geval kan dit zelfs de continuïteit van de onderwijsinstelling bedreigen. Goed financieel beheer is dus van groot belang om deze risico’s te vermijden. Soms moeten schoolbesturen noodgedwongen een deel van de personele lumpsum gebruiken voor materiële kosten. Dit heeft als direct gevolg dat er minder leraren of ondersteuners beschikbaar zijn in de school.

Wat anderen over Lening.nl zeggen

952 klanten beoordelen ons met een 4.4/5

Goed

Goed

Makkelijk te doorlopen

Makkelijke en toegankelijke site om een lening aan te vragen.

Snel antwoord

Ik heb snel antwoord gekregen

Super

ik was een beetje sceptisch in het begin maar dat viel al snel weg toen ik merkte hoe gebruiksvriendelijk en eenvoudig alles was.

perfect

duidelijke en goede gebruiksgemak

perfect

perfect

Makelijk

Duidelijk en helder

makkelijk en soepel

Gebruiksvriendelijk en makkelijk

Small one

First time

vrij goed heb er alle vertrouwen in

heb weinig ervaring hiermee