De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap, inclusief de bijbehorende memorie van toelichting (Kamerstuk 35496-3), is een wetsvoorstel (Kamerstuk 35496-5) dat het bovenmatig lenen van geld uit de eigen vennootschap ontmoedigt. Dit wetsvoorstel heeft als doel belastinguitstel te verminderen en de bestrijding van bovenmatige leningen van aanmerkelijkbelanghouders bij hun eigen bv. Op deze pagina leest u meer over de achtergrond en de kernpunten van deze wet.
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap regelt de belastingheffing over overmatige leningen door een directeur-grootaandeelhouder (dga) bij de eigen bv. Deze wet is in werking getreden op 1 januari 2023. Het doel is het voorkomen van uitstel en afstel van belastingheffing en het ontmoedigen van het bovenmatig lenen van geld uit de eigen vennootschap.
De wet geldt voor personen met een aanmerkelijk belang en schulden aan hun eigen vennootschap. Het beoogt de bestrijding van bovenmatige leningen van aanmerkelijkbelanghouders. U mag tot 700.000 euro lenen van uw eigen bv zonder directe belastingheffing. Leningen boven deze drempel worden als excessief beschouwd, waarbij het bovenmatige deel als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang wordt aangemerkt. Dit voorkomt uitstel van aanmerkelijkbelangheffing.
De memorie van toelichting legt het doel en de achtergrond van een wetsvoorstel uit. Dit document motiveert en verantwoordt de keuzes die in het wetsvoorstel zijn gemaakt. Het maakt de achterliggende gedachten bij regelgeving inzichtelijk, zodat u de wet beter begrijpt.
De toelichting zet de reden voor de indiening van het wetsvoorstel uiteen. Ook beschrijft het de uitwerking van de beoogde maatregelen. Deze tekst voldoet aan specifieke inhoudelijke eisen. Het geeft uitleg aan de rechtspraktijk. Rechters gebruiken de memorie van toelichting als bron om de bedoeling van de wetgever te toetsen.
De memorie van toelichting, zoals die ook bij de wet excessief lenen hoort, geeft een gedetailleerde uitleg van een wetsvoorstel. Dit document beschrijft de achtergronden, de reden voor indiening en de uitwerking van de beoogde maatregelen. Het bevat een algemeen deel met hoofdlijnen, gevolgen, uitvoering en overgangsrecht, aangevuld met een artikelsgewijze toelichting en bijlagen.
Excessief lenen betekent dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) meer leent van de eigen bv dan een vastgestelde grens. De Wet excessief lenen betreft belastingwetgeving en heeft als doel het uitstellen van aanmerkelijkbelangheffing te voorkomen. Deze wet geldt voor excessieve lening beperkingen en is van toepassing op leningen boven een bepaalde grens. Zij is relevant voor dga’s en bedrijven. De wet legt een fictief regulier voordeel uit aanmerkelijk belang op wanneer de lening boven het drempelbedrag komt. Voor 2023 en 2024 hanteert de Wet excessief lenen een maximum leenbedrag van 700.000 euro, waarbij leningen van de partner ook meetellen. Regels over welke schulden worden opgeteld en kwijtschelding van een excessief bedrag staan verder uitgelegd in het artikel ‘De Wet excessief lenen’.
De commissie Financiën heeft een centrale functie bij de voorbereiding van wetsvoorstellen op financieel gebied. Zij behandelt onderwerpen waarvoor de minister of staatssecretaris van Financiën verantwoordelijk is. Dit omvat fiscale wetsvoorstellen, maar ook die over douane, geldverkeer en het bankwezen. Een voorbeeld hiervan is het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2024, dat aan deze commissie is toegewezen. De procedurevergadering van de commissie Financiën kan een wetsvoorstel agenderen voor een wetgevingsoverleg. Ook kan zij een wetsvoorstel niet controversieel verklaren.
De Wet excessief lenen heeft directe gevolgen voor aanmerkelijkbelanghouders en hun vennootschappen. Het ontmoedigt het onttrekken van overtollige gelden aan de vennootschap door excessief lenen, in plaats van als dividend of loon. De regering wil de grote mate waarin aanmerkelijkbelanghouders beschikken over middelen van eigen vennootschap ontmoedigen. Een persoon heeft aanmerkelijk belang als u minimaal 5 procent van de aandelen in een vennootschap bezit. Het bovenmatige deel van schulden bij vennootschappen met aanmerkelijk belang valt onder de reguliere voordelen in box 2, volgens artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 2001. De aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner worden beide betrokken bij de heffing voor schulden aan de vennootschap. Schulden van u en uw partner worden toegerekend aan de aanmerkelijkbelanghouder voor zover deze meer dan 700.000 euro bedragen. De schuld van de aanmerkelijkbelanghouder bij de eigen vennootschap bevat schulden bij alle vennootschappen waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden. De regeling is van kracht sinds 2023.
De Wet excessief lenen is op 1 januari 2023 in werking getreden en geldt voor directeur-grootaandeelhouders (dga) en aandeelhouders met minimaal 5% aanmerkelijk belang. De eerste peildatum voor deze wet was 31 december 2023. Leningen boven de drempel van 700.000 euro worden fictief belast in box II als inkomsten uit aanmerkelijk belang. Hierbij worden schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en diens partner bij alle vennootschappen waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden, samengevoegd. Een uitzondering geldt voor leningen voor de eigen woning die in box I aftrekbaar zijn. De wet beoogt het excessief lenen van de eigen bv te ontmoedigen, waardoor lenen van de eigen bv beperkt mogelijk blijft.
U vindt de officiële memorie van toelichting bij de Wet excessief lenen via de officiële publicatiekanalen van de overheid. Deze documenten zijn beschikbaar op platforms die zowel recente bekendmakingen als historische Kamerstukken archiveren. U kunt de memorie van toelichting per wet of per artikel vinden, vaak door te klikken op ‘wetstechnische informatie’ bij de betreffende regeling.
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap is na een uitgebreid wetgevingsproces op 1 januari 2023 in werking getreden. Dit proces omvatte de indiening en aanname door de Tweede Kamer, gevolgd door goedkeuring van de Staten-Generaal. Documenten zoals de Memorie van Antwoord en de Nota naar aanleiding van nader verslag lichtten de voorwaarden en uitzonderingen toe. De wet kende een eerste peildatum op 31 december 2023 en zal per 31 december 2024 een verlaging van het grensbedrag zien. Bovendien kent de wet geen overgangsrecht, waardoor schulden van voor de invoering ook worden getroffen.
Lenen bij de eigen vennootschap is in beginsel toegestaan voor een aanmerkelijkbelanghouder, die zo al over middelen uit de vennootschap kan beschikken. De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap voorkomt uitstel en afstel van belastingheffing. Deze wet geldt voor leningen aan een bv waarbij de belanghouder minimaal 5 procent aandelenbelang heeft. Ook gezamenlijke schulden van de houder en diens partner vallen onder deze regeling, waarbij schulden boven 700.000 euro belast worden in box 2. Vanaf 2024 wordt deze wet verder aangepast. Onzakelijk handelen bij een lening van de bv kan als inkomsten worden beschouwd, wat leidt tot grote fiscale gevolgen volgens de Belastingdienst. U weet dat een lening geen vermogensverschuiving is, tenzij deze oninbaar wordt.
Bij het aanvragen van leningen via Lenen.nl krijgt u passend en deskundig advies. U kunt vrijblijvend advies vragen bij vragen of twijfels over uw leningaanvraag of financiële situatie. Ook na een afwijzing, bijvoorbeeld door de Rabobank, staat Lenen.nl klaar met onafhankelijk financieel advies. Voor leningen van 6000 euro of 65000 euro via Lenen.nl betaalt u geen advies- en afsluitkosten.
De verstandige keuze tussen lenen of spaargeld gebruiken hangt af van de kosten, rente, uw inkomen en financiële buffer. Spaargeld gebruiken is voordeliger dan lenen, mits u voldoende beschikbaar heeft. Lenen kan uw spaargeld behouden voor onverwachte situaties. Gebruikt u eigen spaargeld, dan draagt u alle financiële risico’s zelf.
Lenen is onverstandig bij onzeker inkomen of investeringen zonder aantoonbaar resultaat. Wees bewust van valkuilen zoals verborgen kosten en hoge rente. Leen alleen als het nodig, verantwoord en groeibevorderend is voor uw onderneming. Leen nooit meer dan strikt noodzakelijk voor de investering. Een ondernemer met stabiele cashflow en een goede buffer kan veilig lenen voor groei. Kies een bedrijfslening die past bij de investering en vermijd onnodig hoge kosten. Meer over financieringskeuzes vindt u op Lening.nl.
Excessief lenen betekent dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) meer leent van de eigen bv dan de wettelijk vastgestelde grens. Vanaf 1 januari 2024 is deze grens vastgesteld op 500.000 euro; leningen boven dit bedrag worden als excessief beschouwd. Ter informatie: in 2023 bedroeg de maximale leensom nog 700.000 euro.
De drempel van 500.000 euro is van toepassing op het totale leenbedrag van de aanmerkelijkbelanghouder en diens fiscale partner samen. Ook schulden van verbonden personen, zoals kinderen, tellen mee voor deze grens. Een cruciale uitzondering hierop is een lening voor de eigen woning van de dga bij de eigen bv; deze wordt buiten beschouwing gelaten bij het bepalen of de grens wordt overschreden.
Een lening van een aanmerkelijkbelanghouder bij de eigen vennootschap is in beginsel toegestaan. U kunt geld lenen van uw eigen bv voor privéuitgaven zonder directe belastingheffing, zolang het een zakelijke lening betreft. Echter, een rentevrije lening van uw eigen vennootschap voldoet zelden aan de vereiste zakelijke voorwaarden. Dit kan leiden tot de kwalificatie ‘onzakelijk handelen’, met fiscale gevolgen.
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap, die sinds 1 januari 2023 van kracht is, stelt een maximum van 500.000 euro voor het belastingvrij leenbedrag vanaf 1 januari 2024. Leningen boven dit bedrag worden belast in box 2. Stel dat u €750.000 leent van uw vennootschap. Met de drempel van €500.000 is €250.000 excessief. Over de eerste €67.000 van dit excessieve bedrag betaalt u 24,5% inkomstenbelasting in box 2, wat neerkomt op €16.415. Over het resterende bedrag van €183.000 betaalt u 33% inkomstenbelasting, wat €60.390 bedraagt. De totale belastingheffing op het excessieve deel is dan €76.805.
Ook als de lening onder de drempel blijft, moet deze aan zakelijke voorwaarden voldoen. U kunt leningen zonder rente vergelijken, maar een lening van de eigen bv moet altijd getoetst worden aan wat een derde partij zou bieden. Indien een lening rentevrij is of een niet-marktconforme rente heeft, kan het verschil met een zakelijke rente worden gezien als een uitdeling van winst, wat eveneens fiscale gevolgen heeft en de totale kosten van de lening beïnvloedt. Een uitzondering geldt voor leningen die dienen ter financiering van de eigen woning, mits deze hypothecair zijn zekergesteld. De wet geldt voor aanmerkelijkbelanghouders met minimaal 5% aandelenbelang, inclusief leningen van de partner gezamenlijk.