De peildatum excessief lenen is de vaste datum, altijd 31 december, waarop de Belastingdienst controleert of uw schulden aan de eigen bv de drempel van € 500.000 overschrijden. Deze wet legt een grens op voor het totale leenbedrag aan een aanmerkelijkbelanghouder en diens partner samen. Het bovenmatige deel van de schuld wordt dan gezien als een fictieve dividenduitkering, wat leidt tot belastingheffing in Box 2. Dit artikel legt uit hoe deze peildatum werkt en welke leningen meetellen.
De peildatum voor de Wet excessief lenen is 31 december. Deze datum is jaarlijks op 31 december voor de vaststelling van schulden. Het eerste peilmoment voor deze wet was 31 december 2023. De drempel voor excessief lenen wordt beoordeeld op 31 december 2026. Deze peildatum van 31 december geldt elk kalenderjaar, ongeacht het boekjaar van de bv. Dit betekent dat de hoogte van uw schulden aan de eigen bv op die specifieke dag bepalend is voor de belastingheffing.
Alle schulden die u als dga aan uw eigen bv heeft, tellen mee voor de beoordeling van excessief lenen op de peildatum. Hierbij gaat het om alle schulden aan de bv, behalve eigenwoningschulden onder specifieke voorwaarden. Bij de berekening tellen alleen schulden mee, niet eventuele vorderingen op de bv. Dit omvat ook schulden van uw partner en indirecte leningen via verbonden personen. Er zijn uitzonderingen voor eigenwoningschulden, vooral als er een recht van hypotheek is ten gunste van de bv.
De schulden van de dga en diens fiscale partner worden bij elkaar opgeteld voor de drempel van € 500.000. Dit betekent dat de Belastingdienst kijkt naar het totale bedrag dat u en uw partner samen hebben geleend van de eigen bv. Ook als u en uw fiscale partner schulden hebben bij meerdere bv’s, worden deze cumulatief meegeteld voor de drempel van € 500.000. Alle schulden aan bv’s worden gecombineerd tot één totaalbedrag voor de beoordeling.
Indirecte schulden en schulden van verbonden personen tellen mee voor de Wet excessief lenen. Bovenmatige schulden worden meegeteld van de belastingplichtige, fiscale partner en verbonden personen, zoals bloed- of aanverwanten in rechte lijn van de aanmerkelijkbelanghouder of diens partner. Het maakt niet uit wie de schulden bij de eigen vennootschap is aangegaan; deze worden toegerekend aan de aanmerkelijkbelanghouder. De totale schulden van de ouder en het overschot van de verbonden personen leiden tot een fictief voordeel uit aanmerkelijk belang bij de ouder als ze meer dan € 500.000 bedragen. Schulden van verbonden personen tellen niet mee voor excessief lenen als het een kwalificerende eigenwoningschuld betreft.
Eigenwoningschulden zijn onder voorwaarden uitgezonderd van de Wet excessief lenen. Deze schulden tellen niet mee voor de vaststelling van de hoogte van de lening, zo meldt de Belastingdienst. Alle schulden aan een bv tellen mee voor de hoogte van de lening, behalve eigenwoningschulden onder specifieke voorwaarden. De uitzondering vereist dat de schuld voldoet aan wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. Dit betekent dat eigenwoningschulden moeten kwalificeren als een box 1-eigenwoningschuld om te worden uitgezonderd van de wet excessief lenen. Deze schulden worden uitgesloten van de berekening van de hoogte van de lening die belast wordt als inkomsten uit aanmerkelijk belang.
De peildatum is belangrijk voor belastingheffing omdat het de datum is waarop de waarde van uw vermogen vastgesteld moet worden. Dit is cruciaal voor de box 3-heffing. De peildatum, altijd 1 januari, is het enige moment waarop de waarde van banktegoeden, overige bezittingen en schulden wordt bepaald voor het kalenderjaar. De fiscus kijkt dan naar de stand van het vermogen op die specifieke datum, niet naar een gemiddelde over het jaar.
Wat u op die peildatum heeft aan spaargeld, beleggingen en schulden bepaalt in principe hoeveel belasting u dat jaar betaalt. De samenstelling van uw vermogen op 1 januari beïnvloedt dus direct de hoogte van de box 3-belasting. Het hebben van schulden in box 3 op 1 januari kan zelfs leiden tot een renteaftrek van ongeveer 2,7%. De peildatum creëert de mogelijkheid voor peildatumarbitrage om de belastingheffing in box 3 te minimaliseren, al zorgen anti-peildatumregels ervoor dat tijdelijke omzetting van bezittingen rond de peildatum wordt genegeerd voor de box 3-belasting.
De peildatum voor de vaststelling van schulden voor de Wet excessief lenen vindt jaarlijks plaats op 31 december. Op deze datum wordt de totale schuld die u als dga aan uw bv heeft, beoordeeld. Bij het vaststellen van de hoogte van de lening tellen alle schulden aan de bv mee, behalve eigenwoningschulden. Overschrijdt uw schuld een bepaalde drempel, dan heeft dit fiscale gevolgen voor u.
De drempel voor een lening van de bv is € 500.000. Dit bedrag geldt voor de dga-taks, ook wel de Wet excessief lenen genoemd. In 2023 was deze drempel nog € 700.000, maar deze is verlaagd naar € 500.000. Wanneer u als aanmerkelijk belanghouder meer dan € 500.000 leent van uw bv, wordt het bedrag boven deze grens aangemerkt als een fictief regulier voordeel. Dit bovenmatige deel van de schuld wordt belast als fictief inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2. Voor de berekening van deze drempel worden de schulden van de dga en de fiscale partner bij elkaar opgeteld.
Vóór de peildatum van 31 december kunt u verschillende acties ondernemen om uw fiscale positie te optimaliseren. Dit omvat het aanpassen van uw vermogen in box 3, bijvoorbeeld door beleggingen om te zetten in spaargeld. Ook kunt u overwegen om de grondslag van box 3 te verlagen door te schenken of een lijfrente te storten, of vermogen te verplaatsen naar een bv. Daarnaast is het mogelijk om uw box 3-schulden gelijk te maken aan of groter dan uw bezittingen, minus het heffingvrije vermogen.
U kunt leningen aan de eigen bv aflossen om de schuld onder de drempel van de Wet excessief lenen te brengen. Dit voorkomt belastingheffing over het meerdere bedrag. De drempel van € 500.000 wordt verhoogd met het bedrag waarover in een eerder jaar al belasting is betaald. Zo blijft de heffing beperkt tot het bedrag dat daadwerkelijk boven de drempel uitkomt.
U kunt uw schulden herstructureren om belastingheffing onder de Wet excessief lenen te voorkomen. Dga’s hebben tot 31 december 2026 de tijd om hun situatie te beoordelen en actie te ondernemen. Belasting over de schuld kan worden voorkomen door een deel van de schuld af te lossen. Een andere optie is de lening te herfinancieren bij een bank. Ook kunt u schulden aan de vennootschap afbetalen door dividend uit te keren. Tot slot is het mogelijk om privébezittingen, zoals een beleggingsportefeuille, aan de vennootschap te verkopen om de schuld af te lossen.
U heeft een aanmerkelijk belang als u, samen met uw fiscale partner, minimaal 5% van de aandelen, opties of winstbewijzen bezit in een vennootschap. Een aanmerkelijkbelanghouder krijgt te maken met een fictief regulier voordeel als de lening bij de eigen vennootschap meer dan €500.000 bedraagt. Dit geldt ook als de totale schulden van de ouder en het overschot van verbonden personen samen boven de €500.000 uitkomen; dan krijgt de ouder een fictief voordeel uit aanmerkelijk belang. Schulden van een aanmerkelijkbelanghouder bij de eigen vennootschap worden bij elkaar opgeteld voor de heffing. Het is niet mogelijk belasting te ontwijken door kleinere bedragen te lenen bij meerdere vennootschappen, omdat de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner worden belast over schulden boven het fictief inkomen uit aanmerkelijk belang. Een kind met een aanmerkelijk belang en een schuld aan de bv betaalt zelf belasting over het deel van de schuld dat boven de €500.000 uitkomt. De uiteindelijke belastingdruk wordt beïnvloed door de hoogte van de schuld boven de drempel en de geldende belastingtarieven.
Eigenwoningschulden worden uitgesloten van de berekening van de lening om belastingheffing bij excessief lenen te beperken. Dit betekent dat deze schulden in principe niet meetellen voor de drempel van € 500.000. Er zijn wel specifieke voorwaarden waaraan voldaan moet worden. De eigenwoningschuld moet zijn aangegaan in verband met de eigen woning. Ook tellen eigenwoningschulden alleen niet mee als er een recht van hypotheek is ten gunste van de bv, tenzij de schuld al bestond op 31 december 2022. Een eigenwoningschuld zonder verstrekte hypotheek telt dus wel mee voor de Wet excessief lenen. Schulden van verbonden personen, zoals kinderen, tellen mee, tenzij het een kwalificerende eigenwoningschuld is. Eigenwoningschulden van u en uw kinderen tellen niet mee voor het totaalbedrag van € 500.000 onder de Wet excessief lenen.
Als uw schuld aan de eigen bv boven de drempel van €500.000 uitkomt, kunt u in een uiterste geval kwijtschelding van de schulden aanvragen. Daarnaast zijn er diverse stappen die u kunt overwegen om de situatie te beheren. Denk hierbij aan het zoeken van advies en ondersteuning, of het contact opnemen voor persoonlijk leenadvies.
Wanneer u te maken krijgt met lenen en aflossen, is goede begeleiding essentieel. Persoonlijk advies helpt u bij het vinden van passende leenoplossingen. Advies, bemiddeling en het afsluiten van een lening zijn vaak kosteloos. U kunt vrijblijvend advies inwinnen en deskundig advies over leningen is beschikbaar.
Een adviseur helpt u bij het bepalen van wat u wilt lenen, uw leencapaciteit en de maandlasten. Adviesgroepen kunnen u begeleiden bij verantwoord lenen en het beheren van uw maandlasten. Het is verstandig advies in te winnen over de verstandigheid van lenen, vooral bij grotere bedragen. U kunt advies krijgen op kantoor, per post of via de telefoon, waarbij u passend en onafhankelijk advies ontvangt. Advies over het omzetten van leningen is verkrijgbaar via adviseurs.
U kunt contact opnemen voor een persoonlijk gesprek als u advies nodig heeft over lenen. Een leaseadviseur biedt persoonlijk advies aan ondernemers over financial lease of bedrijfsauto leasing, telefonisch beschikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00 uur. Klanten van AT-Lease kunnen persoonlijk advies krijgen bij vragen over diensten of de leasecalculator. Wie een leaseauto wil huren of leasen, kan persoonlijk advies krijgen van AT-Lease. AT-Lease klanten kunnen telefonisch, per e-mail of via een bezoek contact opnemen voor persoonlijk leaseadvies.
De Wet excessief lenen is in principe ook van toepassing op aanmerkelijkbelanghouders die in het buitenland wonen. De grens van €500.000, waarboven een lening als excessief wordt beschouwd, geldt ook voor deze buitenlandse belastingplichtigen.
Echter, de toepassing en effectieve heffing van deze wet in grensoverschrijdende situaties kunnen complex zijn door de aanwezigheid van belastingverdragen. Belastingverdragen regelen de verdeling van heffingsrechten tussen landen en kunnen in specifieke gevallen de Nederlandse heffing beperken. De Belastingdienst heeft hierover kennisgroepstandpunten ingenomen, die de interpretatie van deze verdragen in relatie tot de Wet excessief lenen weergeven. Dit betekent dat hoewel de wet van toepassing is, de uiteindelijke fiscale gevolgen voor buitenlandse aanmerkelijkbelanghouders kunnen afwijken van die voor binnenlandse belastingplichtigen, afhankelijk van het specifieke belastingverdrag en de omstandigheden.
U kunt overwaarde opnemen om een persoonlijke lening af te lossen. Dit is vaak een goedkopere optie dan een losse lening. Overwaarde is niet direct vrij opneembaar. U kunt deze benutten door uw hypotheek te verhogen of een speciale lening af te sluiten. Overwaarde opnemen kan ook via een hypothecaire onderhandse opname. Dit betekent dat u een extra hypotheek afsluit. Ook zonder te verhuizen kunt u overwaarde opnemen met een extra hypotheek. Overwaarde kan ook worden opgenomen via het onderhands verhogen van de bestaande hypotheek. Een andere mogelijkheid is het oversluiten van de hypotheek met een nieuw leningdeel, bijvoorbeeld voor een verbouwing. Na verkoop van de woning kunt u de overwaarde gebruiken voor het aflossen van een persoonlijke lening.
De peildatum voor de maatregel excessief lenen is altijd 31 december van elk kalenderjaar, ongeacht het boekjaar van uw bv. Dit geldt dus ook als uw vennootschap een gebroken boekjaar heeft. De schuld moet dan per 31 december worden vastgesteld, inclusief de verschuldigde maar nog niet betaalde rente. Zo zorgt de wet voor een uniforme beoordeling van excessief lenen.
Als u na de peildatum aflost, heeft dit nog steeds gevolgen voor de Wet excessief lenen. Een aflossing met eigen middelen na de peildatum wordt gezien als een fictief negatief voordeel. Dit fictieve negatieve voordeel zorgt ervoor dat de schuldendrempel daalt. Het negatieve voordeel kan echter nooit hoger zijn dan het eerder in aanmerking genomen positieve voordeel. De schuldendrempel kan door aflossing nooit lager worden dan € 500.000. Een aflossing na de peildatum kan zelfs leiden tot een verlies uit aanmerkelijk belang. Let op: bij aflossing via een dividenduitkering kan het negatieve voordeel niet verrekend worden met het fictieve voordeel uit het voorgaande jaar.
Nee, u mag schulden van uw eigen bv niet zomaar salderen met vorderingen die u op de bv heeft. Schulden van een dga en diens fiscale partner aan de eigen bv mogen niet gesaldeerd worden met vorderingen op de bv; de schuld blijft bestaan zonder verrekening. Volgens de Belastingdienst tellen alle schulden aan uw bv mee voor de hoogte van de lening, behalve eigenwoningschulden met een recht van hypotheek ten gunste van de bv. Schulden aan de eigen bv door een natuurlijke persoon en fiscale partner omvatten alle schulden behalve eigenwoningschulden zonder hypotheekrecht. Schulden die u bij meerdere bv’s heeft, worden bij elkaar opgeteld voor de drempelberekening.
Als u geen aanmerkelijk belang meer heeft, kunt u een onverrekend verlies omzetten in een belastingkorting. Dit verzoek kan worden ingediend vanaf het tweede jaar nadat u geen aanmerkelijk belang meer heeft, zo meldt de Belastingdienst. De belastingkorting bedraagt 24,50% van het onverrekende verlies en vermindert de belasting en premie volksverzekeringen in box 1.
Een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaat als u geen aanmerkelijk belang meer heeft, bijvoorbeeld na verkoop van aandelen met verlies of een faillissement van de bv. Dit verlies is allereerst verrekenbaar met het positieve inkomen in box 2 uit het voorafgaande jaar. Het resterende verlies is negen jaar te compenseren met toekomstige aanmerkelijkbelangwinsten in box 2.
Voor het omzetten van een verlies in een belastingkorting is een beschikking vereist. De verrekening met de heffing in box 1 vindt plaats vanaf het tweede jaar nadat u geen aanmerkelijk belang meer hebt. Een belangrijke voorwaarde is dat u en uw fiscale partner geen aanmerkelijk belang meer hebben gehad in het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Ja, u kunt de overgangsregeling toepassen bij het oversluiten van een eigenwoninglening. Een nieuwe lening valt onder het overgangsrecht als u een eigenwoningschuld geheel oversluit. Ook bij gedeeltelijk oversluiten van een eigenwoningschuld kwalificeert de nieuwe schuld voor het overgangsrecht, zonder aflossingseisen.
De overgangsregeling blijft van toepassing als u een eigenwoninglening van vóór 31 december 2022 bij uw eigen bv oversluit. U mag bij het oversluiten van een bestaande eigenwoningschuld het overgangsrecht behouden. Om dit overgangsrecht te behouden na aflossing, sluit u uiterlijk in het volgende kalenderjaar een nieuwe hypotheek af.