De Wmo-financiering komt van de overheid en is bedoeld voor mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. De financiering van de Wmo komt van belastinggeld dat de overheid over gemeenten verdeelt. U vraagt Wmo-hulp aan via het Wmo-loket of het sociale wijkteam van uw gemeente.
De aanvraag start met een melding bij de gemeente. De eerste stap is altijd een melding maken bij het Wmo-loket van de gemeente. U kunt zich hiervoor melden bij het Wmo-loket of het sociaal wijkteam. Na uw melding volgt een gesprek en onderzoek door een consulent van de gemeente, vaak een ‘keukentafelgesprek’ genoemd. De gemeente moet dit onderzoek uiterlijk binnen 6 weken na de melding starten. U heeft vaak de keuze tussen een persoonsgebonden budget (pgb) of hulp in natura. Wmo-ondersteuning kan worden gefinancierd via een persoonsgebonden budget (pgb), waarmee u zelf de ondersteuning kiest en inhuurt.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) helpt burgers om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen en deel te nemen aan de maatschappij. Het doel is maatschappelijke participatie te stimuleren, zodat iedereen kan meedoen aan de samenleving. De Wmo zorgt ervoor dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.
Deze wet is specifiek gericht op mensen die hulp nodig hebben om zelfstandig thuis te blijven wonen. Dit geldt ook voor ouderen en mensen met een beperking. De Wmo is ingevoerd om mensen zo lang mogelijk zelfredzaam en zelfstandig te houden, door hulp en ondersteuning te regelen voor thuis wonen en maatschappelijke deelname.
De Wmo wordt voornamelijk gefinancierd door de rijksoverheid, die middelen toewijst aan gemeenten. De gemeente voert de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uit en is verantwoordelijk voor de lokale invulling ervan. Gemeenten financieren huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en thuiszorg via de Wmo.
Voor 2026 ontvangen gemeenten in Nederland jaarlijks extra financiering voor de Wmo, waarbij het budget met 75 miljoen euro wordt verhoogd. Deze middelen worden ook gebruikt voor dagbesteding, begeleiding en wonen bij zorgboerderijen.
De rijksoverheid en gemeenten delen de verantwoordelijkheid voor de Wmo. De gemeente is verantwoordelijk voor het ondersteunen van mensen bij zelfredzaamheid en participatie. De rijksoverheid decentraliseerde taken naar gemeenten in 2017. Vanaf 2017 werd de rijksoverheid afhankelijk van de medewerking van gemeenten voor de uitvoering van beleid. Tot 2018 legden de overheid en gemeenten steeds vaker taken decentraal neer bij gemeenten. Dit betekent dat de rol van gemeenten en de rijksoverheid in beleidsontwikkeling verandert door decentralisatie en grotere betrokkenheid van inwoners. De gemeente verschuift hierdoor van een sturende en bepalende organisatie naar een meer faciliterende rol.
De Wmo-financiering komt voornamelijk van de rijksoverheid, die middelen toewijst aan gemeenten. Vanaf 2026 krijgt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) jaarlijks 75 miljoen euro extra. Gemeenten kunnen een tegemoetkoming bieden via de Wmo-regeling. De financiering van een mantelzorgwoning kan soms via de Wmo gaan. Financiële stromen binnen het Sociaal Domein beïnvloeden de budgetten ten behoeve van de Wmo. Voor Wmo-gefinancierde woonvormen kunnen gemeenschappelijke ruimten WI-toeslag, subsidies of geen middelen ontvangen, afhankelijk van de gemeente.
U betaalt zelf een deel van de kosten voor Wmo-ondersteuning, de zogenaamde eigen bijdrage. Een Wmo-cliënt in Nederland betaalt een eigen bijdrage die maximaal 21 euro per maand bedraagt, ook wel het abonnementstarief genoemd. Deze bijdrage kan inkomensafhankelijk zijn, vooral voor huishoudelijke hulp en beschermd wonen.
Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor Wmo-ondersteuning thuis en voor geleverde voorzieningen en hulpmiddelen. Zij kunnen een lager bedrag vragen voor mensen met een laag inkomen. De exacte berekening en of de bijdrage inkomensafhankelijk is, leest u in de volgende secties.
De berekening van de eigen bijdrage voor Wmo-ondersteuning hangt af van verschillende factoren. De overheid stelt de eigen bijdrage vast op basis van het verzamelinkomen uit box 1, box 2 en box 3 van twee jaar eerder. Dit betekent dat de berekening inkomen en vermogen van 2 jaar geleden vereist.
Daarnaast is informatie over vermogen, zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning, nodig. Ook uw huishoudsituatie (of u een partner heeft of alleenstaand bent) is van invloed, net als uw leeftijd, met name of u de AOW-leeftijd heeft bereikt. Over het algemeen stijgt de hoogte van de eigen bijdrage met een hoger inkomen.
Voor zorg thuis wordt de lage eigen bijdrage berekend op basis van een percentage van inkomen en een deel van vermogen. De samenstelling van het huishouden, het vermogen en de leeftijd van de zorgontvanger bepalen de hoogte van de eigen bijdrage, bijvoorbeeld bij Beschermd wonen vanuit de Wmo.
Ja, de eigen bijdrage voor Wmo-ondersteuning is inkomensafhankelijk. De berekening van de eigen bijdrage vereist uw verzamelinkomen. Dit omvat uw inkomen uit box 1, box 2 en box 3 van twee jaar geleden. De hoogte van de eigen bijdrage stijgt met een hoger inkomen. Voor de berekening van de eigen bijdrage in 2026 baseert men zich op het inkomen in 2023.
Vanaf 1 januari 2028 verandert de berekening van de eigen bijdrage voor Wmo-ondersteuning. De huidige eigen bijdrage in de Wmo 2015 wordt dan vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb), zoals de Rijksoverheid meldt. Dit betekent dat uw inkomen en vermogen een grotere rol spelen in de hoogte van uw bijdrage. De invoering hiervan is uitgesteld tot 2028.
Alleenstaanden met een jaarinkomen tot ongeveer € 24.500 betalen niet meer dan de minimale bijdrage van € 23,60 per maand. Voor meerpersoonshuishoudens geldt deze minimale bijdrage bij een inkomen tot circa € 34.000 per jaar. De eigen bijdrage kan oplopen tot maximaal € 328 per maand. Dit maximum geldt voor alleenstaanden met een jaarinkomen vanaf ongeveer € 61.000 en voor meerpersoonshuishoudens vanaf circa € 70.500 per jaar.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt diverse vormen van ondersteuning en voorzieningen om u te helpen zelfstandig te blijven. Dit omvat hulp bij het huishouden, ondersteuning thuis en praktische hulpmiddelen zoals een rolstoel of traplift. De Wmo kan ook bestaan uit begeleiding, dagbesteding, woningaanpassingen en mantelzorgondersteuning. Ouderen die zelfstandig thuis wonen en hulp nodig hebben, kunnen via de Wmo ondersteunende diensten aanvragen voor huishoudelijke taken. Daarnaast voorziet de Wmo in ondersteuning bij psychische problemen en kort verblijf om mantelzorgers te ontlasten.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt hulp om zelfstandig te wonen en mee te doen in de samenleving. De gemeente biedt ondersteuning bij zelfstandig thuiswonen via de Wmo 2015. De Wmo is gericht op mensen die hulp nodig hebben om zelfstandig thuis te blijven wonen, zoals ouderen.
De ondersteuning omvat begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke ondersteuning, woningaanpassingen en mantelzorgondersteuning. Hulp bij het huishouden is hiervan een belangrijk onderdeel. Deze voorzieningen helpen u om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven in uw eigen leefomgeving.
De Wmo biedt diverse voorzieningen en hulp om zelfstandig te blijven functioneren. Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen zijn maaltijdverzorging, vervoer, individuele begeleiding, beschermde woonplek, dagbesteding op maat en huishoudelijke hulp. Deze ondersteuning kan ook bestaan uit kort verblijf om mantelzorgers te ontlasten.
Ouderen kunnen ondersteunende diensten aanvragen bij huishoudelijke taken, zoals een taxiservice of huishoudelijke hulp. Ook begeleiding bij het structureren van de dag valt onder de Wmo. Gemeenten moeten voorzieningen aanbieden zoals huishoudelijke hulp en aanpassing van de woning, waaronder een traplift of het verbreden van deuren. Dit omvat ook praktische hulpmiddelen zoals een rolstoel.
Wmo financiering is bedoeld voor mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Dit zijn personen die door ziekte, een beperking of ouderdom hulp nodig hebben bij hun dagelijks leven. Het gaat om mensen die zelfstandig willen blijven wonen en daarvoor ondersteuning nodig hebben, vooral als zij geen of onvoldoende hulp van hun omgeving kunnen krijgen.
De Wmo is vaak de enige oplossing voor wie zorg nodig heeft. De ondersteuning richt zich op diverse groepen, zoals ouderen en chronisch zieken. Ook mensen met een psychische stoornis die beschermd wonen nodig hebben, of wie opvang zoekt bij huiselijk geweld of dakloosheid, kunnen een beroep doen op de Wmo. Verder biedt de Wmo ondersteuning bij begeleiding en dagbesteding, en helpt het om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten.
Gemeenten ontvangen budgetten voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zij zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn en voeren de Wmo uit. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wmo, waarbij zij een deel van de zorgtaken van de overheid heeft overgenomen op grond van de nieuwe Wmo 2015. Door de verruiming van de Wmo per 1 januari 2015 heeft de gemeente meer taken gekregen. Iedere gemeente organiseert de toegang tot ondersteuning op zijn eigen manier, maar moet wel onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. De gemeente onderzoekt de problemen en benodigde oplossingen van de aanvrager. Vervolgens beslist de gemeente over de toekenning van voorzieningen, de verstrekking en de vorm ervan. Ook kan de gemeente onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) geven, volgens Rijksoverheid.nl.
Toekomstige ontwikkelingen in Wmo financiering en eigen bijdrage richten zich op aanpassingen in beleid en de impact hiervan. Huishoudelijke hulp via de gemeente kan in 2026 leiden tot een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Gemeenten kunnen een eigen bijdrage vragen voor voorzieningen en hulpmiddelen uit de Wmo, wat invloed heeft op zowel gebruikers als de gemeentelijke budgetten.
De hervorming van de langdurige zorg, waaronder de Wmo, richt zich op het meer in handen leggen van zorg en ondersteuning bij de samenleving. Deze hervorming streeft naar meer keuzemogelijkheden, inspraak en maatwerk voor individuele burgers. Een verschuiving van overheid naar burgers kan echter leiden tot verschillen in toegankelijkheid, kwaliteit en identiteit van voorzieningen. De wettekst van de Wmo legt de eindverantwoordelijkheid bij het college van de gemeente, niet bij maatschappelijke organisaties of individuele burgers. De grens tussen wat inwoners zelf kunnen en wat de overheid ondersteunt, is een maatschappelijk vraagstuk. De rijksoverheid moet hierover een duidelijke visie ontwikkelen. De indirecte, nationale solidariteit via belastingen heeft de betrokkenheid van mensen uitgehold en maakte onvoldoende onderscheid in wat mensen zelf kunnen betekenen. Deze indirecte solidariteit was onbetaalbaar geworden, wat leidde tot de zoektocht naar een directe vorm. Gemeenten kunnen de betrokkenheid en draagkracht van inwoners vergroten door helder te communiceren en beleidskeuzes toe te lichten.
De Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) regelt de financiering van sociale verzekeringen. Deze wet heeft echter geen directe koppeling met de financiering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wfsv is op 14 december 2004 aangenomen door de Eerste Kamer en opgenomen in Staatsblad 36 van 3 februari 2005.
Het doel van de Wfsv is de heffing en inning van premies werknemersverzekeringen samen te voegen met loonbelasting en premie volksverzekeringen. Ook is de wet bedoeld om een centrale gegevensregistratie, de polisadministratie, in te richten bij het UWV. De premieheffings- en inningstaak van het UWV is door deze wet overgeheveld naar de Belastingdienst. Dit leidt tot verlichting van de administratieve lasten voor werkgevers en een verlaging van uitvoeringskosten. Het wetsvoorstel voor de invoering van de WFSV is aanhangig gemaakt bij de Raad van State, die hierbij kanttekeningen plaatste. Het voorstel had ook betrekking op wijzigingen in andere materiewetten die voortvloeien uit de WFSV en het invoeringstraject ervan.
Om Wmo-ondersteuning aan te vragen, meldt u uw ondersteuningsvraag bij het Wmo-loket van de gemeente. De gemeente biedt ondersteuning via dit Wmo-loket. Bij vragen over hulp of ondersteuning kunt u ook terecht bij het Wmo-loket van uw gemeente. Personen met een ondersteuningsbehoefte kunnen een Wmo-voorziening aanvragen wanneer zij tijdelijk ondersteuning nodig hebben om zichzelf te redden in de samenleving. Als zelf regelen niet lukt, vraagt u hulp aan bij de gemeente. Voordat u ondersteuning aanvraagt voor thuis wonen, moet u eerst nagaan wat u zelf kunt en welke mogelijkheden er zijn met hulp van uw partner, familie, buren en kennissen. Een Wmo-consulent, een functie binnen het sociale domein van Nederlandse gemeenten, beoordeelt aanvragen van mensen die ondersteuning nodig hebben. Na het gesprek met de gemeente dient u een aparte aanvraag in voor een maatwerkvoorziening. Voor een mantelzorgwoning via de Wmo vraagt u een indicatiegesprek aan bij het Wmo-loket.
Jazeker, u kunt bezwaar maken tegen een beslissing over uw eigen bijdrage. Een volwassene die het niet eens is met de hoogte van de eigen bijdrage voor Wlz-zorg kan een bezwaarschrift indienen. Ook een volwassen Wlz-zorggerechtigde kan bezwaar aantekenen tegen de eigen bijdrage. Bezwaar tegen de hoogte van de eigen bijdrage door het CAK kan worden ingediend als men het niet eens is met het besluit. U kunt bezwaar maken tegen de rekening van het CAK, en dit moet binnen zes weken na ontvangst van de beschikking of factuur per brief gebeuren.
Als u uw eigen bijdrage voor Wmo-ondersteuning niet kunt betalen, draagt een onbetaalde eigen bijdrage bij aan uw schuld. Uw schuld kan groter worden als u geen betalingsregeling afspreekt. U riskeert incassokosten als u niet op tijd een regeling aanvraagt. U kunt meestal een betalingsregeling treffen; u betaalt geen extra kosten voor zo’n regeling. U kunt ook bijzondere bijstand aanvragen voor de eigen bijdrage, al verschillen de regels hiervoor per gemeente. Sommige gemeenten ondersteunen mensen met een laag inkomen. Daarnaast kunt u de Wmo eigen bijdrage (deels) terugkrijgen.
U vindt informatie over de Wmo in Nederlandse Gebarentaal (NGT) bij de Rijksoverheid. Zij bieden uitleg over de Wmo 2015 in NGT. Meer details zijn beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/gebarentaal. Daarnaast heeft Dovenschap specifieke informatie over de landelijke Wmo-regeling en inkoopafspraken omgezet naar NGT. Deze informatie is ook beschikbaar via YouTube.
De Wmo-financiering verschilt per gemeente, omdat elke gemeente eigen spelregels en tarieven hanteert. Zo kunnen gemeenten een eigen bijdrage vragen voor voorzieningen en hulpmiddelen uit de Wmo. Ook de tarieven voor Wmo-ondersteuning variëren, afhankelijk van de gemeente. Wmo-gefinancierde woonvormen kunnen voor gemeenschappelijke ruimten WI-toeslag, subsidies of geen middelen ontvangen, afhankelijk van de gemeente. Gemeenten kunnen de financiering van gemeenschappelijke ruimten regelen door de WI-toeslag afzonderlijk toe te kennen, als onderdeel van het integrale tarief, of subsidies toe te kennen. Dit betekent dat de ondersteuning die u krijgt en de kosten die u betaalt, afhankelijk zijn van waar u woont.
Wilt u meer weten of heeft u hulp nodig? Bij gezondheidsklachten is de huisarts uw eerste aanspreekpunt. Bel uw huisarts als klachten na enkele weken niet verminderen. Voor thuishulp kunt u terecht bij de gemeente, terwijl medische verzorging aanvraagt bij de thuiszorg.
Voor algemene informatie kunt u bellen naar 1400, een centraal nummer van de overheid. Op Rijksoverheid.nl/zorg kunt u een overzicht maken van uw situatie. Er zijn diverse telefonische en online hulplijnen beschikbaar voor specifieke behoeften. Zo is De Luisterlijn bereikbaar via 088 0767 000 en voor zelfmoordpreventie kunt u bellen naar 0800-0113.