Een lening die u aan uw eigen BV verstrekt, wordt fiscaal beoordeeld als een terbeschikkingstellingsregeling en valt in box 1 van de inkomstenbelasting. Hoewel de Belastingdienst geen specifieke voorwaarden, exacte fiscale gevolgen of berekeningen voor een lening aan de eigen BV in box 3 beschrijft, kunnen andere schulden aan de BV, zoals rekening-courantschulden of leningen van de BV aan u, wel in box 3 terechtkomen. Dit artikel verheldert de fiscale kaders voor financiële transacties met uw BV.
Een lening die u als privépersoon aan uw eigen BV verstrekt, heet fiscaal een terbeschikkingstellingsregeling. Dit betekent dat de lening en de rente-inkomsten in box 1 van de inkomstenbelasting vallen. Over de rente-inkomsten die u ontvangt, krijgt u een terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12%.
Het is belangrijk dat u zakelijk handelt bij zo’n lening aan uw BV. U stelt hiervoor een schriftelijke leningsovereenkomst op. Zo’n lening kan bijvoorbeeld een bedrag van € 100.000 zijn. Als u niet zakelijk handelt, kan de Belastingdienst de lening zien als inkomsten. U moet het bedrag van de lening van uw BV ook opnemen in uw aangifte inkomstenbelasting. Een aflossingsvrije lening met uw BV is mogelijk.
Een lening die u als dga aan uw eigen BV verstrekt, valt fiscaal in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit gebeurt als een terbeschikkingstellingsregeling, waarbij u een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt aan uw BV. Zo’n terbeschikkingstellingslening ontstaat wanneer u of uw partner een lening verstrekt aan de eigen BV. Meer over deze fiscale behandeling leest u op onze box 1-lening pagina.
Om deze lening fiscaal correct te verwerken, moet u zakelijk handelen. Het opstellen van een zakelijke leningsovereenkomst is een essentiële stap. Volgens de Belastingdienst moet de lening aan de BV hierin worden vastgelegd. Elke lening van een BV moet voldoen aan zakelijke voorwaarden, alsof u die bij een externe bank afsluit. Een lening van de BV aan een DGA betekent dat u als privépersoon geld leent van uw onderneming. Ook hiervoor geldt dat een schriftelijke leningsovereenkomst en zakelijke voorwaarden nodig zijn. De BV neemt deze lening dan op in haar aangifte vennootschapsbelasting. Schulden aan de BV die niet gerelateerd zijn aan een eigen woning kunnen wel in box 3 vallen.
De voorwaarden voor een lening tussen u en uw BV moeten zakelijk zijn. Dat betekent dat de Belastingdienst de lening beoordeelt als een zakelijke transactie. Een lening uit een BV moet voldoen aan zakelijke voorwaarden.
Een zakelijke lening aan je BV moet aan specifieke kenmerken voldoen, zoals rente, aflossing en zekerheid. Privé geld lenen aan een BV vereist dat de lening fiscaal als zakelijk wordt aangemerkt. Een belangrijk kenmerk is een schriftelijke overeenkomst. Daarnaast betreft het vaak een vast, van tevoren afgesproken bedrag dat in één keer op de rekening van de BV wordt gestort. Zo’n zakelijke lening wordt ook wel een bedrijfslening genoemd. De lening is bedoeld voor een eenmalige grote uitgave of een langlopende investering voor uw bedrijf. Ook als de BV een lening verstrekt voor een hypotheek, moet deze zakelijk van aard zijn.
Een lening van een dga aan de eigen BV wordt fiscaal beoordeeld als een terbeschikkingstellingsregeling. U neemt deze lening aan de eigen BV op in box 1 van de belastingaangifte. De rente-inkomsten uit zo’n zakelijke lening worden ook in box 1 belast. U heeft recht op een terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% over deze rente-inkomsten. Een eventueel verlies op de lening mag u ook meenemen als negatief resultaat in box 1. De BV zelf geeft de ontvangen rente aan als winst in haar aangifte Vennootschapsbelasting (Vpb).
Voor een DGA die geld uitleent aan de eigen BV, valt de lening en de daaruit voortvloeiende rente doorgaans onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1. Het is belangrijk om te weten dat deze lening, in tegenstelling tot sommige andere bezittingen, niet in box 3 van de inkomstenbelasting wordt aangegeven. Meer informatie over de fiscale behandeling van zakelijke leningen tussen een DGA en BV is te vinden op de website van de Belastingdienst. De uiteindelijke fiscale impact van de rente, zowel voor de DGA als de BV, wordt beïnvloed door de afgesproken rentevoet, de toepasselijke vrijstellingen en de box waarin de lening wordt aangegeven.
De fiscale voordelen en nadelen van geld lenen aan uw BV zijn belangrijk om te kennen. Een lening aan uw eigen BV kan leiden tot fiscale gunstigheid doordat de belastbare winst van de BV wordt gedrukt. Verstrekt u een lening in rekening-courant die het hele jaar niet hoger is dan € 17.500? Dit leidt niet tot opbrengst uit terbeschikkingstelling. Om fiscale ongewenste gevolgen te beperken, kunt u een fiscale glijclausule opnemen in de leningsovereenkomst. De Belastingdienst beoordeelt de lening als een zakelijke transactie, dus houd hier rekening mee.
Een alternatief, zoals sparen in de BV, kan andere fiscale implicaties hebben. Bij een lening van bijvoorbeeld € 250.000 aan uw BV, beïnvloedt dit de liquiditeit van de BV. Geld dat u van de BV leent, kan de BV zelf niet meer gebruiken. Een eigenaar van een BV kan echter geld van de eigen BV lenen zonder directe belastingbetaling.
Wanneer u geld uitleent aan uw eigen BV, zijn er specifieke risico’s en aandachtspunten. De Belastingdienst beschouwt zo’n lening als een terbeschikkingstellingsregeling. Dit betekent dat u de lening en de rente-inkomsten moet opgeven in box 1 van de inkomstenbelasting.
Een belangrijk aandachtspunt is dat de lening tussen u en uw BV altijd schriftelijk moet worden vastgelegd in een duidelijke leningsovereenkomst. Zorg ervoor dat de voorwaarden zakelijk zijn, net zoals u die met een externe partij zou afspreken. Het is cruciaal dat de lening de financiële verplichtingen van de BV niet in gevaar brengt. Als dit wel gebeurt, kan de Belastingdienst de zakelijkheid van de lening in twijfel trekken. De BV kan ook op andere manieren geld verkrijgen, zoals via een privélening bij een bank.
Er zijn diverse alternatieven en aandachtspunten voor het lenen aan je BV. Deze opties kunnen zowel de financiering van je bedrijf als je persoonlijke financiën betreffen.
Bij het overwegen van deze alternatieven, denk goed na over de fiscale gevolgen. Lenen van geld aan je eigen BV kan fiscaal ongunstig uitpakken als de BV in problemen komt. Zorg ervoor dat de rente voor een lening van de eigen BV zakelijk is. Houd ook rekening met de drempel voor excessief lenen van een BV; deze daalt als een deel van de lening wordt afgelost. Voor een aflossingsvrije lening van de eigen BV voor een eigen woning (afgesloten vóór 2013) zijn er maatregelen nodig om deze later af te lossen. Renteaftrek is mogelijk bij lenen van de eigen BV voor een eigenwoningschuld.
Een BKR code 3 betekent dat een kredietverlener minstens 250 euro op uw lening heeft afgeboekt. Deze registratie heeft grote gevolgen als u zelf geld wilt lenen. Geld lenen met BKR-codering A2 tot en met A4 is onmogelijk, ongeacht de aanbieder. Met een BKR-codering A2 t/m A4 is geld lenen ook onmogelijk bij andere aanbieders. Over het algemeen is geld lenen onmogelijk bij BKR-codering A2 t/m A4.
Toch is lenen met een negatieve BKR-registratie in sommige gevallen mogelijk, al is dit niet van toepassing op de zwaardere coderingen. Elke lening, zelfs van 3.500 euro, vereist een toetsing en registratie bij het BKR. Lenen is alleen mogelijk met een positieve BKR-registratie.
Voor uw lening aan de BV heeft een BKR code 3 geen directe invloed op het verstrekken van de lening. Wel beperkt het uw mogelijkheden om extern kapitaal aan te trekken om aan uw BV uit te lenen. De lening aan uw BV moet altijd schriftelijk worden vastgelegd in een overeenkomst, waarbij oversluiten van een lening van uw eigen BV naar een bank onwenselijke fiscale gevolgen kan voorkomen.
Een lening die u aan familie verstrekt, valt voor u als uitlener in box 3 van de inkomstenbelasting. Dit is een belangrijk verschil met een lening aan uw eigen BV, die doorgaans als terbeschikkingstellingsregeling in box 1 wordt behandeld. Het uitgeleende bedrag aan familie moet u opgeven als bezitting in uw box 3 aangifte. Dit geldt ook voor het geldbedrag dat een familielid vanuit privévermogen uitleent. Zelfs een familiehypotheek, waarbij u geld uitleent voor een woning, valt voor u als verstrekker in box 3.
De familieleden die de lening ontvangen, kunnen de schuld (als deze niet-hypothecair is) juist opvoeren in hun box 3. Voor meer informatie over de fiscale behandeling van dergelijke leningen kunt u terecht op box 3 lening aan familie.
De renteheffing over een lening die u aan uw BV verstrekt, valt onder de terbeschikkingstellingsregeling. De Belastingdienst beoordeelt dergelijke leningen fiscaal in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit betekent dat de rente-inkomsten die u ontvangt, belast zijn als inkomen uit werk en woning. Wel heeft u recht op een terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% over deze rente-inkomsten, wat de fiscale druk vermindert. Voor uw BV is de betaalde rente over de lening aftrekbaar van de winst, mits deze zakelijk is, zoals bevestigd door de Belastingdienst. Het is cruciaal om een schriftelijke leningsovereenkomst op te stellen tussen u en de BV, waarin alle voorwaarden van de lening, inclusief de rente, duidelijk worden vastgelegd. De uiteindelijke fiscale gevolgen en de netto opbrengst van een lening aan uw BV worden sterk beïnvloed door de overeengekomen zakelijke rente, de hoogte van de lening en de toepassing van de terbeschikkingstellingsvrijstelling.
Nee, een verlies op een onzakelijke lening is fiscaal niet aftrekbaar. Dit betekent dat u een eventueel verlies op de geldlening niet op de winst van uw vennootschap in mindering kunt brengen. Zorg er dus voor dat uw lening aan de BV altijd zakelijk is opgesteld.
De Belastingdienst stelt regels en voert controles uit bij leningen die u aan uw eigen BV verstrekt. Zij beoordelen zo’n lening als een terbeschikkingstellingsregeling. U mag geld aan uw eigen BV lenen, mits de voorwaarden zakelijk zijn. Zonder zakelijke voorwaarden kan de Belastingdienst dit zien als een verkapte winstuitkering of informele kapitaalverstrekking. Ook controleren inspecteurs op ‘bodemloze put-leningen’ en kunnen zij de rente aanpassen aan een zakelijk tarief. Een te hoge rente kan leiden tot een verkapte winstuitdeling. Daarom adviseert de Belastingdienst om alle voorwaarden in een leningsovereenkomst vast te leggen. Bovendien geldt een meldingsplicht voor leningen van een BV voor de eigen woning.
Een zakelijke leningsovereenkomst stelt u schriftelijk op om afspraken tussen u en uw BV vast te leggen. Volgens de Belastingdienst is dit een vereiste. Voordat u de overeenkomst opstelt, bepaalt u eerst het bedrag en doel van de lening in een bedrijfsplan.
De overeenkomst moet de volgende zaken duidelijk regelen: