Excessief lenen door de DGA aan een kind betekent dat leningen van de BV aan verbonden personen boven een bepaalde grens worden opgeteld bij de eigen schuld van de DGA. Dit kan fiscale gevolgen hebben, vooral als de totale schuld de grens van €700.000 overschrijdt. Op deze pagina leest u hoe deze regels werken en wat de impact is op uw financiële situatie en die van uw kind.
Excessief lenen door een DGA aan een kind betekent dat leningen van de BV aan verbonden personen meetellen voor de schuldpositie van de DGA. Een DGA mag geld lenen van de eigen BV. Echter, de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap regelt dat u belasting betaalt over een te hoge lening. Deze wet beïnvloedt leningen boven €700.000 aan een DGA en verbonden personen. Ook leningen van (klein)kinderen en (groot)ouders zonder aandelen tellen deels mee. Voor de DGA zelf geldt een grens van €500.000 vanaf 2024. Dit wordt vanaf 2025 de maximale onbelaste leengrens. Alle civielrechtelijke schulden en verplichtingen worden meegerekend. Leningen uit de BV voor de eigen woning van de DGA zijn hiervan uitgezonderd.
Leningen van een BV aan kinderen moeten voldoen aan fiscale regels en voorwaarden om excessief lenen te voorkomen. Dit kan een manier zijn om fiscaal voordelig vermogen over te dragen naar de volgende generatie. Vanaf 2024 geldt een maximale schuldgrens van €500.000 per kind voor leningen die niet voor een eigen woning zijn. Zakelijke voorwaarden zijn essentieel; onzakelijke leningen kunnen namelijk leiden tot schenkbelasting. Er zijn uitzonderingen voor eigenwoningschulden, mits hypothecaire zekerheid aan de BV is verstrekt.
De wetgeving excessief lenen kent een algemene grens van €700.000 voor de totale schuld van de DGA aan de eigen BV. Echter, voor leningen van de BV aan kinderen die niet kwalificeren als eigenwoningschuld, geldt vanaf 2024 een specifieke limiet van €500.000 per kind. Overschrijdt de schuld deze grens, dan wordt het meerdere belast in box 2. In 2023 kende box 2 een belastingtarief van 26,9%, verdeeld over twee schijven van 24,5% tot €67.000 en 33% daarboven. Vanaf 2024 is het box 2-tarief in de eerste schijf 24,5% tot €67.000, en 33% voor bedragen daarboven. Dit hogere tarief geldt voor inkomsten uit aanmerkelijk belang wanneer het geld definitief het vermogen van de vennootschap verlaat.
Voor eigenwoningschulden van een kind aan de BV van de DGA gelden uitzonderingen op de wet excessief lenen. Deze leningen tellen dan niet mee bij de beoordeling van de schuld. Een belangrijke voorwaarde is dat er een recht van hypotheek aan de vennootschap is verstrekt. Dit geldt specifiek voor eigenwoningschulden die zijn ontstaan vanaf 1 januari 2023. Voor leningen die al bestonden op 31 december 2022, is een recht van hypotheek niet verplicht om buiten de maatregel te vallen. Deze oudere schulden moeten wel voldoen aan de wettelijke regels voor renteaftrek in de inkomstenbelasting.
De wet excessief lenen legt een grens op voor het totale leenbedrag van een DGA en partner aan de eigen BV, inclusief leningen aan verbonden personen zoals kinderen. Vanaf 2024 geldt een aparte grens van €500.000 voor schulden aan verbonden personen en partners samen. Een algemene leenlimiet van €700.000 is al van kracht sinds 2023. Lenen boven deze bedragen maakt de wet fiscaal minder aantrekkelijk. Dit fiscale kader omvat specifieke peildata en aflossingsverplichtingen, waarbij overschrijding van de limieten kan leiden tot belastingheffing.
De peildatum voor de wet excessief lenen is consistent 31 december. Deze datum was voor het eerst relevant op 31 december 2023. Het niet tijdig aflossen van schulden voor deze peildatum leidt tot belastingheffing over een fictief voordeel. Ook bij een gebroken boekjaar moet de schuld per 31 december nauwkeurig worden vastgesteld, inclusief verschuldigde rente.
Rekenvoorbeeld: Stel dat de totale lening van een DGA aan zijn kind op de peildatum 31 december €550.000 bedraagt. Dit overschrijdt de specifieke drempel van €500.000 voor leningen aan verbonden personen met €50.000. Dit overschrijdende bedrag wordt dan als fictief regulier voordeel (dividend) belast in box 2. Bij een Box 2 tarief van 24,5% (eerste schijf 2024) betaalt de DGA hierover €12.250 aan inkomstenbelasting.
Een eigenwoningschuld verliest zijn vrijgestelde status als u niet aan de bijbehorende aflossingsverplichting voldoet. Leningen voor een eigen woning van voor 2013 kunnen nog aflossingsvrij zijn, terwijl nieuwere eigenwoningschulden annuïtair moeten worden afgelost. De nieuwe wetgeving kan zelfs bestaande aflossingsafspraken doorbreken. Aflossingen met eigen middelen verlagen de schuldendrempel en helpen zo belastingheffing over een fictief voordeel te voorkomen. Een praktische tip is om toekomstige huurinkomsten uit privépanden (gedeeltelijk) over te dragen aan de BV voor aflossing, wat een effectieve manier kan zijn om de schuld te verminderen.
Wanneer de lening van uw BV aan uw kind de vastgestelde limiet overschrijdt, betaalt u hierover inkomstenbelasting in box 2 als aanmerkelijkbelanghouder. De wet excessief lenen introduceert deze belastingheffing op leningen boven de €500.000, van toepassing per 31 december 2024. Deze maatregel voorkomt uitstel van belastingheffing op het bovenmatige deel van de lening. Het fictief voordeel uit excessief lenen verhoogt de schuldendrempel voor de aanmerkelijkbelanghouder. De betaalde belasting over dit overmatige deel verhoogt de drempel voor lenen bij uw eigen vennootschap in volgende jaren, vooral als de belasting in 2023 of 2024 is betaald. Een eenmaal belast bovenmatig deel verhoogt de drempel van €500.000, zelfs als u het aflossingsschema naleeft. Een excessieve lening wordt namelijk opgeteld bij de drempel voor het daaropvolgende jaar.
Excessief lenen aan kinderen vanuit uw BV kan diverse fiscale gevolgen en risico’s met zich meebrengen. Leningen binnen de familiekring vallen onder de wet excessief lenen. Wanneer leningen van de BV aan verbonden personen, zoals uw kinderen, de drempels overschrijden, leidt dit tot belastingheffing in box 2 voor de DGA. Dit komt door een fictief voordeel. Het is essentieel dat deze leningen aan zakelijke voorwaarden voldoen. Anders kan een te lage rente, onredelijke aflossingseis, of zelfs een renteloze lening door de Belastingdienst als schenking worden gezien. Dit resulteert in schenkbelasting voor het kind. Tegelijkertijd kan zo’n lening ook vermogensopbouw bij kinderen faciliteren als het verwachte rendement hoog is. Deze wetgeving omvat ook aspecten zoals:
Bij overtredingen van de regels rondom excessief lenen kan de Belastingdienst een conserverende aanslag opleggen om belasting op een fictief voordeel in te vorderen. Dit kan de schuld van de conserverende aanslag verminderen. Als er sprake is van grove schuld of opzet, kan de Belastingdienst ook een vergrijpboete opleggen. Deze boete is mogelijk hoger dan een correctieverzuimboete. De uiteindelijke hoogte van een boete hangt altijd af van de mate van schuld aan de overtreding.
De verkrijgingsprijs van uw aandelen in box 2 wordt niet beïnvloed door een fictief voordeel uit excessief lenen. Dit betekent dat belaste bedragen, zoals het meerdere boven de €700.000 drempel in 2023, niet bij de verkrijgingsprijs worden opgeteld. Voor een DGA die bijvoorbeeld al een lening van €800.000 had in 2023, blijft de verkrijgingsprijs van zijn aandelen ongewijzigd door de belasting over de €100.000 excessieve schuld.
Rekenvoorbeeld: Stel dat u in 2023 een lening van €800.000 had bij uw BV, wat €100.000 boven de toen geldende drempel van €700.000 is. Dit excessieve deel wordt belast als inkomen in box 2. Met het box 2-tarief van 26,9% (zoals vastgesteld voor 2023), betaalt u over dit bedrag €26.900 aan inkomstenbelasting.
Ook als er geen aanmerkelijk belang meer is, verhoogt een fictief negatief voordeel de verkrijgingsprijs niet. Het deel van de lening dat als box 2-inkomsten is belast, blijft een lening. Een belangrijk voordeel is dat uw BV geen dividendbelasting hoeft in te houden over dit belaste leningdeel.
Praktische voorbeelden en rekenmodellen maken de fiscale regels voor leningen van de BV aan kinderen inzichtelijk. Denk aan een lening voor de eigen woning van het kind, een veelvoorkomende uitzondering op de regels voor excessief lenen. Ook rekenvoorbeelden van aflossing en de fiscale impact, inclusief looptijd en opeisbaarheid bij bijvoorbeeld overlijden, zijn belangrijk. Het is essentieel om alle voorwaarden, zoals rente, aflossingseisen en afgesproken zekerheden, in een onderhandse akte vast te leggen. Zonder deze zorgvuldige aanpak kan de Belastingdienst de lening als een schenking beschouwen, zeker bij onzakelijke voorwaarden.
Wanneer een DGA via de BV geld leent aan het kind voor een eigen woning, kan dit dienen voor de aanschaf, verbouwing of onderhoud van die woning. Zo’n geldlening voor de eigen woning van het kind moet altijd via een notariële of onderhandse akte worden vastgelegd. Dit zorgt ervoor dat de lening als zakelijk wordt beschouwd. Hierdoor zijn de regels voor excessief lenen niet van toepassing, mits aan de overige voorwaarden voor eigenwoningschulden wordt voldaan.
Een rekenvoorbeeld voor de aflossing van een lening van de BV aan een kind maakt de fiscale impact duidelijk. U betaalt bijvoorbeeld €200 per maand voor een zakelijke lening van €24.000 over 10 jaar. Een lening van €50.000 over 10 jaar betekent een jaarlijkse aflossing van €7.397,04. De eerste maandelijkse betaling hiervan is €648,47, met €250,17 kapitaal en €398,70 rente. Andere 10-jaar voorbeelden zijn een lening van €30.000 met €4.438,28 jaarlijks, €25.000 met €3.697,29 jaarlijks, en €20.000 met €2.957,96 jaarlijks. Fiscaal gezien is aflossing met privévermogen vaak aantrekkelijker dan via een dividenduitkering. Zonder een vastgestelde rente of met een rente lager dan 6 procent, kan de Belastingdienst dit als schenking zien. In 2023 leidde een fictief rendement van €12.957 tot €4.146 aan te betalen belasting.
Om excessief lenen aan kinderen vanuit de BV te omzeilen, zijn er diverse alternatieven en constructies. Deze helpen belasting in box 2 op schulden boven €500.000 te vermijden. Ouders gebruiken hun BV vaak als bank van lening voor kinderen, wat fiscaal aantrekkelijk kan zijn. Dit vereist wel zakelijke voorwaarden en duidelijke vastlegging van de lening om schenkbelasting te voorkomen. Denk aan een ouder-kind hypotheek, een schenken-en-teruglenen constructie met 6% rente, of een lening van de BV aan de BV van het kind die niet privé terechtkomt.
Een dividenduitkering en een lening zijn verschillende manieren om geld uit uw bedrijf te halen. Een dividend is een uitkering van bedrijfswinst aan aandeelhouders. Dit bedrag draagt u definitief over, zonder terugbetalingsverplichting. Een lening is een financieel krediet. U ontvangt een vast bedrag dat u later in termijnen terugbetaalt, inclusief rente. Dit creëert een tijdelijke ontvangst van geld en daarmee een financiële verplichting voor langere tijd.
Familiehypotheken bieden een fiscale uitzondering voor leningen van de BV aan kinderen, vooral voor de eigen woning. Leningen voor de eigen woning, die in box 1 vallen, zijn uitgezonderd van de regels voor excessief lenen. Dit is een belangrijke overweging wanneer een kind van een DGA excessief leent bij de BV van de ouder, boven de €500.000. De Belastingdienst telt bij het vaststellen van bovenmatige schulden ook de schulden van fiscale partners en verbonden personen mee.Eigenwoningschulden aan de BV tellen niet mee als er een recht van hypotheek ten gunste van de BV is. Eigenwoningschulden verstrekt door de BV aan (klein)kinderen zijn uitgezonderd als hypothecaire zekerheid aan de BV is verstrekt. Deze hypothecaire zekerheid is sinds 2023 vereist voor nieuwe leningen. Een belangrijke nuance: deze voorwaarde geldt niet voor eigenwoningschulden die al op 31 december 2022 bestonden. Leningen van de eigen BV aan de DGA worden zelf ook als excessief beschouwd boven €500.000. Voor families met belegd vermogen kan private banking extra deuren openen; een kind van een klant met belegd vermogen kan bijvoorbeeld gebruikmaken van een Vermogensarrangement voor hypotheek.
Ouders kunnen geld lenen aan hun kinderen om hen financieel te ondersteunen, bijvoorbeeld bij de aankoop of financiering van een eigen woning. Dit type lening, waarbij de ouder als geldlener optreedt, vereist duidelijke vastlegging van de voorwaarden. Het is belangrijk dat een dergelijke geldlening onder zakelijke voorwaarden wordt verstrekt. Zo kunt u onduidelijkheid voorkomen en mogelijk fiscale voordelen benutten, zoals bij een schonklening met gunstige voorwaarden. Voor optimale constructies en verdere fiscale planning is advies op maat vaak nodig.
Estate planning en fiscale optimalisatie helpt u uw belastingvoordelen, fiscale verplichtingen en financiële positie te optimaliseren. Dit is vooral relevant voor DGA’s met een hoog inkomen, waar de financiële baten van fiscale optimalisatie toenemen met stijgend inkomen. Fiscale optimalisatie betekent vaak dat afschrijvingen, intresten en kosten aftrekbaar zijn. Een optimale fiscale structurering van activiteiten omvat onder meer een juist testament. Keuzes in dit testament zijn essentieel voor de structurering, aangezien een juist testament vereist is voor de optimalisatie van uw fiscale structuur. Ook de juiste huwelijkse voorwaarden beïnvloeden de fiscale structurering van activiteiten. Deze voorwaarden zijn een belangrijk onderdeel van een optimale fiscale structurering van activiteiten. Fiscaal partnerschap kan verder bijdragen aan belastingvoordeel door het optimaliseren van inkomsten en aftrekposten.
Specifieke criteria voor wanneer u persoonlijk advies aanvraagt over excessief lenen door een DGA aan een kind, zijn niet beschikbaar. Wel is persoonlijk advies hierover beschikbaar. Deskundige tussenpersonen bieden dit advies. U kunt op werkdagen binnen 24 uur een reactie verwachten.
Excessief lenen van uw eigen vennootschap leidt tot belastingheffing in Nederland. Een aandeelhouder betaalt belasting over een fictief voordeel uit zo’n lening, vooral boven een schuld van €500.000. Dit excessief geleende bedrag wordt jaarlijks belast, met peildatum 31 december. De wet telt leningen van zowel de ondernemer als partners mee voor de leengrens. De Belastingdienst stuurt hierover een aanslag, soms zelfs een voorlopige aanslag zonder dat u erom vroeg. Meer over deze regels vindt u op lening.nl.Bent u het niet eens met een aanslag excessief lenen? Dan kunt u hier bezwaar tegen maken. De Belastingdienst reageert op uw aangifte met een belastingaanslag. Voor meer informatie hierover kunt u publicaties van Hertoghs Advocaten raadplegen. Meer over bezwaar indienen vindt u op lening.nl. De Belastingdienst heeft een website, belastingdienst.nl, voor algemene informatie.
Leningen van een BV aan verbonden personen voor de eigen woning vallen over het algemeen niet onder de regels voor excessief lenen. Sinds 1 januari 2023 geldt de voorwaarde dat u een recht van hypotheek aan de vennootschap verstrekt. Zonder deze zekerheid telt de lening wel mee voor de grens van €500.000, wat kan leiden tot belasting in box 2. Een lening voor het vervangen van een dak of het financieren van een badkamer kan uitgezonderd blijven, mits het een eigenwoningschuld betreft. U kunt zelfs een woninglening herstructureren via een verbouwing om hiervan te profiteren. Voor meer details over deze regeling kunt u onze pagina over excessief lenen en eigen woning raadplegen.Lenen van grote bedragen van de eigen BV voor een tweede woning heeft wel fiscale consequenties. Goed geïnformeerd zijn voorkomt hier hoge belastingaanslagen en boetes. Woningbezitters met overwaarde kunnen extra lenen voor renovatie. Een lening met de woning als onderpand maakt een hoger bedrag mogelijk, tot de woningwaarde boven de openstaande hypotheek.
De BV van de ouders mag geld lenen aan de BV van het kind. Deze lening valt niet onder de maatregel excessief lenen, mits het geld niet privé bij het kind terechtkomt. Ouders gebruiken hun eigen BV vaak als ‘bank van lening’ voor kinderen. Dit gebeurt vooral wanneer hun privévermogen niet direct beschikbaar is. De intentie is dan financiële ondersteuning, een trend die steeds vaker voorkomt. Duidelijke vastlegging van de geldlening is cruciaal. De terugbetalingsverplichting van het kind moet goed geregeld zijn. Een onderhandse of notariële akte is hiervoor aanbevolen, zeker bij leningen voor de eigen woning.
U verwerkt een lening aan een kind in de belastingaangifte. De verstrekker van een onderhandse lening, zoals een ouder, neemt de lening op als vordering in box 3. Rentebetalingen zijn inkomen en moeten worden opgegeven. Voor 2023 hoefden ouders deze rente-inkomsten meestal niet apart te vermelden. De lening moet met alle details in uw aangifte staan. Voor het kind is de rente op een lening voor de eigen woning fiscaal aftrekbaar in box 1. Een lening voor een auto creëert een schuld in box 3. Daarop geldt in 2026 een aftrek van circa 2,7% forfaitaire leenrente.
Als uw kind de lening van de BV niet op tijd aflost, heeft dit gevolgen. De leningsovereenkomst tussen de BV en het kind legt vast wat er dan gebeurt. Dit kan invloed hebben op de financiële positie van zowel het kind als de DGA. U doet er goed aan om de gemaakte afspraken zorgvuldig te bekijken. Raadpleeg een specialist voor persoonlijk advies over deze situatie.
Ja, een lening aan een kind kan gedeeltelijk worden omgezet in een schenking. Vaak gebeurt dit via een schenklening, een constructie die een schenking en een lening combineert. Ouders verstrekken de lening dan met gunstige voorwaarden, soms zelfs renteloos. Een te lage rente of een irreële aflossingseis wordt door de Belastingdienst als schenking gezien, wat kan leiden tot schenkbelasting. Ook als u de ontvangen rente teruggeeft aan het kind, telt dit als een schenking. Een alternatief is een jaarlijkse schenking tot het vrijgestelde bedrag, die het kind kan gebruiken voor rente of aflossing. Verreken de rente niet direct met deze schenkingen, want dan is de rente niet aftrekbaar. Een schenking die direct wordt teruggeleend en als schenking op papier wordt aangemerkt, vereist een notariële akte.
Wel is het zo dat ouders hun kinderen vaker geld lenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn voor de aankoop van een eigen woning of het starten van een bedrijf. Een dergelijke lening biedt financiële ondersteuning aan het kind en houdt tegelijkertijd het vermogen van de ouders intact. Het is belangrijk om goede afspraken te maken over de terugbetaling, zeker met het oog op de zuiverheid van de onderlinge verhoudingen binnen de familie. Ook moet u een marktconforme rente afspreken om te voorkomen dat de Belastingdienst het als schenking ziet.