Een tbs-lening is een geldlening die onder de terbeschikkingstellingsregeling valt om belastingarbitrage te voorkomen. Deze regeling, ingevoerd onder de Wet inkomstenbelasting 2001, zorgt voor fiscale gelijkheid tussen een ondernemer en rechtspersoon. De tbs-regeling is breed toepasbaar op diverse vermogensbestanddelen, zoals schuldvorderingen, borgstellingen en DGA-leningen. Een lening kan onzakelijk zijn bij aandeelhoudersmotieven. Dit artikel legt uit hoe de regeling werkt, inclusief uitzonderingen, toepassing, fiscale gevolgen en het einde ervan.
De terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) is een fiscale bepaling die van toepassing is wanneer u een vermogensbestanddeel, zoals een geldlening, beschikbaar stelt aan de onderneming of werkzaamheid van een verbonden persoon. De opbrengsten uit zo’n lening geeft u aan in box 1 als ‘inkomsten uit beschikbaar gestelde bezittingen’. De belastingheffing hiervan valt onder het Resultaat uit overige werkzaamheden in box 1. Binnen deze regeling kan ook de leer van de onzakelijke lening worden toegepast, een principe dat al sinds 25 november 2011 relevant is. Dit benadrukt de fiscale complexiteit van leningen tussen verbonden partijen. Een tbs-lening is een vorm van geldlening, maar de voorwaarden variëren sterk per leningtype. Zo zijn er particuliere autoleningen die financieringsmogelijkheden bieden, zelfs als u een tijdelijk contract heeft. Ook met een uitzendcontract (fase B en C) of een uitkering is financiering mogelijk. Dit betekent dat aanvragers financiering kunnen ontvangen zonder vast dienstverband. Deze flexibiliteit geldt voor personen met een tijdsbegrensd arbeidscontract.
Een lening valt onder de tbs-regeling wanneer u een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt aan een verbonden persoon of diens onderneming. Deze fiscale bepaling, opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001, voorkomt dat vermogensbestanddelen naar box 3 worden verplaatst en valt onder het resultaat uit overige werkzaamheden. Niet alleen geldleningen, maar ook borgtochtvergoedingen kunnen hieronder vallen, waarbij een schuldbewijs van de lener aan de uitlener vaak cruciaal is. Wel zijn er uitzonderingen, zoals voor onzelfstandige of zelfstandige werkruimtes zonder specifieke waardetoerekening, en er geldt een vrijstelling van 12%.
Wanneer u bezittingen beschikbaar stelt aan verbonden personen, vallen de opbrengsten hiervan onder de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling). Deze opbrengsten geeft u aan in box 1 als ‘inkomsten uit beschikbaar gestelde bezittingen’, zoals de Belastingdienst uitlegt. Dit geldt voor vermogensbestanddelen die u aan de onderneming of werkzaamheid van zo’n persoon ter beschikking stelt. De belastingheffing vindt plaats in box 1 bij het Resultaat uit overige werkzaamheden. Verbonden personen zijn volgens de Belastingdienst uw fiscale partner en minderjarige kinderen van u of uw fiscale partner. Ook bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, zoals een meerderjarige zoon of dochter, kunnen hieronder vallen bij een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Zelfs als u op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd, moeten opbrengsten uit leningen aan uw echtgenoot worden aangegeven. Als de opbrengsten onzakelijk laag zijn, moet u de zakelijke opbrengsten aangeven. Er is wel een TBS-vrijstelling van toepassing op deze inkomsten; deze bedraagt 12% van het nettoresultaat.
De tbs-regeling is van toepassing wanneer u een lening ter beschikking stelt aan een verbonden persoon. Een verbonden persoon is de fiscale partner of een minderjarig kind. Minderjarige kinderen zijn verbonden personen bij het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen. Verbonden personen omvatten uw fiscale partner en minderjarige kinderen, ook die van een DGA. Dit betekent dat schulden aan uw fiscale partner en minderjarige kinderen niet in box 3 vallen. Ook vorderingen van u op uw fiscale partner of minderjarige kinderen vallen buiten box 3 van de inkomstenbelasting (belastingjaar 2025). Heeft u ouderlijk gezag over een minderjarig kind, dan geeft u de bezittingen en schulden van dit kind aan in uw aangifte. Ouders hebben zeggenschap over het vermogen van hun minderjarige kind, en beleggingen op naam van een minderjarig kind tellen mee bij het vermogen van de ouder voor vermogensbelasting.
Een tbs-lening brengt specifieke fiscale gevolgen met zich mee, vooral als de Belastingdienst de lening als onzakelijk beschouwt. Dit kan leiden tot belastingheffing in box 1 en beïnvloedt de aftrekbaarheid van rente en eventuele afwaarderingsverliezen.
Belastingheffing op tbs-leningen vindt plaats in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit betekent dat opbrengsten uit vermogensbestanddelen die u ter beschikking stelt aan de onderneming van een verbonden persoon, zoals een lening aan uw BV, in box 1 worden belast. U geeft deze opbrengsten aan, verminderd met aftrekbare kosten en een vrijstelling van 12 procent. Voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) die rente ontvangt over een lening aan de eigen BV, geldt dit progressieve belastingtarief in box 1, met een maximale belastingtarief van 36,97 procent. Een winstafhankelijke geldlening, mits aan specifieke voorwaarden voldaan, valt eveneens in box 1 voor belastingheffing. Zelfs de rente die een BV betaalt voor een TBS-vordering van de DGA wordt in box 1 belast. Rente op een banklening die u vervolgens doorleent aan uw BV, is ook aftrekbaar in box 1. Dit maakt de fiscale afhandeling specifiek.
De kwalificatie van een lening als onzakelijk heeft directe fiscale gevolgen voor de aftrekbaarheid en de rente. Een onzakelijke lening is een geldlening onder voorwaarden die een onafhankelijke derde, zoals een bank, niet zou accepteren. Dit betekent dat het debiteurenrisico voor een buitenstaander onacceptabel is. De lening definieert zich op basis van onzakelijke elementen en omstandigheden die niet zakelijk zijn. Onzakelijke leningen komen vaak voor bij transacties tussen B.V.’s en DGA’s.
Het belangrijkste fiscale gevolg is dat een afwaardering op zo’n lening niet aftrekbaar is van de winst, zelfs niet na arresten van na 2008. Dit heeft een directe impact op de te betalen vennootschapsbelasting. Een lening kan zelfs gedurende de looptijd onzakelijk worden door onzakelijk handelen van de crediteur. Begrijpelijk dus dat de fiscus hier scherp op let: een onzakelijke lening omvat bovendien vaak een niet-vaste of niet-zakelijke rente, wat ook tot correcties kan leiden.
Rekenvoorbeeld:
Stel, een BV heeft een lening van €75.000 verstrekt aan een DGA die later als onzakelijk wordt gekwalificeerd. Als de BV genoodzaakt is om een afwaardering van €15.000 op deze lening te doen, is dit bedrag niet aftrekbaar van de winst. Bij een vennootschapsbelastingtarief van bijvoorbeeld 19% betekent dit dat de BV €2.850 (19% van €15.000) méér vennootschapsbelasting betaalt dan wanneer de afwaardering wel aftrekbaar zou zijn geweest. Dit illustreert de directe financiële impact van een onzakelijke lening.
Bij een tbs-lening zijn duidelijke voorwaarden en een goede administratie essentieel. Een tbs-vordering moet worden vastgelegd in een leningsovereenkomst of rekening-courantovereenkomst. De Belastingdienst benadrukt dat de voorwaarden van een lening van een bv in een leningsovereenkomst moeten worden vastgelegd, inclusief het leenbedrag, looptijd, aflossing, zekerheden en zakelijke rente. De lening moet voldoen aan marktconforme voorwaarden, vergelijkbaar met wat de bv aan een derde zou bieden. De bv moet bovendien aan haar verplichtingen kunnen blijven voldoen wanneer de tbs-lening wordt opgenomen. Specifieke administratieve vereisten en uitzonderingen worden in de volgende secties verder toegelicht.
Een goede administratie en duidelijke bewijsvoering zijn cruciaal voor een tbs-lening. U moet kunnen aantonen dat de voorwaarden zakelijk zijn. Centraal Beheer kan bijvoorbeeld om extra bewijsstukken vragen, afhankelijk van de ingediende informatie. Zorg voor een complete vastlegging van alle afspraken, zoals het leenbedrag, de looptijd en de rente.
Voor details over bijzondere gevallen moet u de relevante fiscale wetgeving raadplegen.
Bij tbs-leningen komen diverse situaties voor, vaak gebaseerd op praktijkvoorbeelden die in een onderwijscontext worden besproken. Deze voorbeelden helpen om de fiscale regels beter te begrijpen. De meest voorkomende situaties zijn leningen tussen een DGA en zijn eigen BV, en leningen aan een fiscale partner of minderjarige kinderen.
Een tbs-lening tussen een directeur-grootaandeelhouder (DGA) en de eigen BV moet altijd op zakelijke wijze verlopen. Dit houdt in dat de voorwaarden vergelijkbaar zijn met die tussen onafhankelijke partijen. DGA’s met minimaal 5% aandelenbelang vallen sinds 2023 onder de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Een DGA mag samen met een partner een beperkt bedrag onbelast lenen van de eigen BV. Leent u meer, dan kan dit leiden tot een fictieve dividenduitkering die in box 2 belast wordt. Zelfs een lening die als privébelegging is bedoeld, kan onder de tbs-regeling vallen bij verstrengeling met de BV. Een rekening-courantverhouding tussen de DGA en de BV is een veelvoorkomende situatie.
Een tbs-lening aan uw fiscale partner of minderjarige kinderen brengt specifieke aangifteplichten met zich mee voor 2025. De fiscale partner en minderjarige kinderen van de belastingplichtige zijn verbonden personen, inclusief minderjarige kinderen van een DGA of fiscale partner. Fiscale partners zijn beide meerderjarig en hebben op hetzelfde adres een minderjarig kind van een van beiden ingeschreven. Niet alle familieleden zijn automatisch fiscale partners; zo geldt voor kinderen of ouders een leeftijdseis van ouder dan 27 jaar op 31 december van het jaar ervoor. Voor minderjarige belastingplichtigen zijn de (stief)vader en (stief)moeder verbonden personen. Ouders hebben zeggenschap over het vermogen van hun minderjarige kind en moeten daarom ook de bezittingen en schulden aangeven. Zelfs als een minderjarig kind bezittingen ter beschikking stelt aan de belastingplichtige of diens fiscale partner, moeten de opbrengsten hiervan door de belastingplichtige worden aangegeven.
Het aangaan van een tbs-lening brengt belangrijke fiscale en financiële risico’s met zich mee. Volgens de Belastingdienst moet de lening van de BV voldoen aan zakelijke voorwaarden. Deze voorwaarden moeten bij voorkeur schriftelijk worden vastgelegd in een leningsovereenkomst, zeker bij hogere bedragen. Anders riskeert u fiscale problemen. Daarnaast is een afspraak over een zakelijke rente essentieel. U moet de BV ook voldoende zekerheden bieden. Alleen een zakelijke lening maakt de kosten ervan aftrekbaar van de belasting. Lenen bij financiële krapte of onstabiele inkomsten leidt snel tot betalingsproblemen en oplopende schulden. Voor ondernemers die tijdelijk inkomensondersteuning nodig hebben, kan een Tozo-lening een alternatief zijn. Het is cruciaal om uw financiële situatie goed te overwegen voordat u een tbs-lening aangaat.
Als een tbs-lening niet past bij uw situatie, zijn er andere manieren om aan geld te komen. Deze alternatieven zijn vooral relevant als een traditionele banklening moeilijk is, bijvoorbeeld zonder een vast contract of met een negatieve BKR-registratie.
Deze opties zijn er voor aanvragers die geen lening krijgen bij de gebruikelijke financiële instellingen.
Voor gerelateerde leningen kijken we naar aanbieders zoals Yeaz! en de Gemeentelijke Kredietbank (GKB). Over de GKB is in onze bronnen geen specifieke informatie beschikbaar voor dit moment, maar u kunt wel meer lezen over de Gemeentelijke Kredietbank. De leningen van Yeaz! richten zich op de zakelijke markt en zijn vooral geschikt als kortlopend overbruggingskrediet. U kunt de mogelijkheden voor zakelijk lenen bij Yeaz direct na contact bespreken.
Voor een besloten vennootschap biedt Yeaz! een leenbedrag van € 1.000 tot maximaal € 50.000. Een opvallend kenmerk in Nederland is dat deze lening geen aflossingsplicht heeft. Naast deze specifieke aanbiedingen zijn er diverse leningstypes. Zo is de bullet lening vaak gelinkt aan de lineaire lening en de annuïteitenlening. Het hergroeperen van leningen is een type persoonlijke lening, vaak bij leningen op afbetaling. Zelfs een balloonlening in vastgoedfinanciering heeft verwantschap met zowel de lineaire als de annuïteitenlening.
Om een geldlening als zakelijk te laten gelden, moeten de voorwaarden marktconform zijn. Dit betekent een vaste rente die een onafhankelijke derde zou accepteren. Een lening is een financiële overeenkomst; leg daarin het geleende bedrag, de aflossing en rente duidelijk vast. Het lenen van geld vereist altijd aflossing, die een particulier van het geleende bedrag terugbetaalt in termijnen. Bied eventueel een actief als onderpand, want een gedekte lening helpt de zakelijkheid te bewijzen. Ook de leenvorm, zoals een annuïtaire lening, en de mogelijkheid tot boetevrij vervroegd aflossen zijn belangrijke voorwaarden. Onthoud dat een lening vaak een financiële verplichting is voor meerdere jaren.
Geen goede administratie bij een tbs-lening kan leiden tot fiscale problemen. U kunt dan niet bewijzen dat de voorwaarden van de lening zakelijk zijn. De Belastingdienst kan de lening als onzakelijk aanmerken en zelf een inschatting maken van de opbrengsten. Dit voorkomt u door altijd een duidelijke administratie bij te houden.
Een tbs-lening kunt u beëindigen door de schuld af te lossen. Wanneer een lening wordt afgelost, wordt deze als balanspost gedebiteerd. Specifieke fiscale gevolgen voor het beëindigen van een tbs-lening zijn niet beschikbaar. Denk hierbij aan de invloed op de belastingheffing in box 1. Raadpleeg daarom altijd de leningsovereenkomst en de meest recente fiscale richtlijnen van de Belastingdienst. Een fiscaal adviseur kan u ook van persoonlijk advies voorzien.
De rente bij een tbs-lening wordt vastgesteld op basis van diverse factoren. De Belastingdienst kijkt naar de rente die de bv zelf aan haar financiers betaalt, inclusief alle financieringskosten. Een gebrek aan zekerheden bij een BV-lening kan een hogere rente rechtvaardigen. De Belastingdienst houdt rekening met een vaste of variabele rente. De risico-opslag voor een lening ligt volgens de belastingrechter tussen 0,6% en 2,3%. Rekenvoorbeeld: bij €10.000 met 1,5% risico-opslag betaalt u jaarlijks €150 extra. De leningsovereenkomst moet altijd de zakelijke rente en het rentebedrag vastleggen. Als een lening onzakelijk blijkt, wordt de rente bepaald alsof er een borgstelling van een gelieerde schuldeiser was.