Een tbs-lening is het ter beschikking stellen van een vermogensbestanddeel aan de eigen BV. Deze lening ontstaat vaak wanneer een aandeelhouder of diens partner geld verstrekt aan de eigen vennootschap. Geld dat op deze manier aan een BV wordt gegeven, valt onder de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling). Deze regeling is een anti-misbruikmaatregel en is van toepassing wanneer vermogensbestanddelen aan een verbonden persoon worden geleverd. Ook een schuldvordering op de BV valt onder deze regeling, inclusief leningen tussen verbonden partijen zoals aandeelhouders en hun vennootschap. Op deze pagina leert u meer over de werking en de fiscale aspecten van de tbs-regeling.
Een tbs-lening is een lening waarbij een aandeelhouder een vermogensbestanddeel aan zijn eigen BV ter beschikking stelt. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer u als aandeelhouder of uw partner geld verstrekt aan uw vennootschap. De terbeschikkingstellingsregeling is een fiscale maatregel die van toepassing is als een belastingplichtige een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt aan de onderneming van een verbonden persoon.
Onder deze regeling valt niet alleen geld, maar ook een schuldvordering op de BV. Zelfs een zakelijke geldlening van een DGA aan de eigen BV valt hieronder. Ook als u privé geld leent met een hypotheek als onderpand en dit aan uw BV ter beschikking stelt, valt de lening onder de tbs-regeling. Deze regeling dient als een anti-misbruikmaatregel om te voorkomen dat vermogen onbelast blijft.
Een lening valt onder de terbeschikkingstellingsregeling wanneer u een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt aan de onderneming van een verbonden persoon, zoals uw eigen BV. Dit omvat situaties waarin een aandeelhouder of diens partner een lening verstrekt aan de vennootschap. Ook schuldvorderingen op de BV of privé geleend geld met hypotheek als onderpand kunnen hieronder vallen.
Verbonden personen zijn uw fiscale partner en uw minderjarige kinderen, of die van uw partner. Dit geldt ook voor iemand met een samenlevingscontract. Het ter beschikking stellen van bezittingen aan hun onderneming valt onder de terbeschikkingstellingsregelingen. Dit is belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Volgens de Belastingdienst moet u inkomsten hieruit aangeven. Dit is ook zo bij een samenwerkingsverband of een vennootschap met een aanmerkelijk belang.
Bij tbs-leningen zijn uw fiscale partner en minderjarige kinderen verbonden personen. Dit betekent dat vorderingen op hen buiten box 3 van de inkomstenbelasting vallen. Schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen worden vanaf 2024 niet in box 3 aangegeven. U moet als belastingplichtige met een fiscale partner voor 2025 de bezittingen en schulden van uzelf, uw partner en minderjarige kinderen aangeven. Een uitzondering geldt als de belastingplichtige zelf minderjarig is; dan vallen ook bloed- of aanverwanten in de eerste graad van de opgaande lijn, zoals een stiefvader, onder verbonden personen.
Een tbs-lening heeft specifieke fiscale gevolgen, want de opbrengsten zijn belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit betekent dat een fiscale herkwalificatie van de lening de winstbelasting en de fiscale behandeling beïnvloedt. Vooral onzakelijk handelen bij zo’n lening kan grote gevolgen hebben voor de belasting die u betaalt.
Een tbs-lening wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit geldt voor alle opbrengsten uit vermogensbestanddelen die u ter beschikking stelt. Denk hierbij aan rente op een tbs-vordering die een DGA van zijn BV ontvangt. U geeft deze opbrengsten aan in box 1. Daarbij mag u aftrekbare kosten en een vrijstelling van 12% verrekenen. Ook leningen onder ongebruikelijke terbeschikkingstelling vallen in box 1. Een belangrijk aandachtspunt is dat een verlies op een onzakelijke tbs-lening fiscaal niet aftrekbaar is.
Bij een onzakelijke lening is het verlies niet aftrekbaar. Dit geldt ook voor een afwaarderingsverlies aan de kant van de schuldeiser. Bovendien mag de ontvanger van een onzakelijke lening de betaalde rente niet aftrekken. Dit heeft directe fiscale gevolgen voor zowel de lener als de uitlener.
Voor tbs-leningen gelden specifieke voorwaarden en administratieve verplichtingen. De lening moet zakelijk zijn, met voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die tussen onafhankelijke partijen. Deze voorwaarden moeten schriftelijk worden vastgelegd in een leningsovereenkomst.
Voor een tbs-lening is een zorgvuldige administratie en bewijsvoering nodig. Een bijgewerkte en actuele administratie is essentieel voor een snelle beoordeling van uw aanvraag. U dient uw situatie te staven met verschillende bewijsstukken. Dit omvat documenten die uw identiteit, inkomsten, gezinssamenstelling en vaste kosten bewijzen. Zonder deze onderbouwing kan de fiscale behandeling van uw tbs-lening onzeker worden.
De terbeschikkingstellingsregeling kent enkele uitzonderingen en bijzondere toepassingen. Opbrengsten uit een lening aan de onderneming van een meerderjarige zoon zijn bijvoorbeeld niet belast als inkomen uit terbeschikkingstelling, volgens de Belastingdienst. De regeling wordt daarentegen ruim toegepast op indirecte financieringsstructuren die aan een BV gelinkt zijn, zoals leningen aan sterk verweven entiteiten of wanneer een DGA geld privé leent en doorleent aan de B.V. Ook geldt de TBS-regeling voor directe leningen aan een BV en structuren met een intermediair. De wet gebruikt de termen ‘rechtens dan wel in feite, direct of indirect’ ter beschikking stellen, waarbij de Belastingdienst kijkt naar de economische realiteit in plaats van enkel de juridische vorm. Een tbs-lening valt onder artikel 3.92 en de opbrengsten hiervan worden belast in box 1.
Tbs-leningen komen voor in diverse situaties, zoals leningen tussen een DGA en de eigen BV, waarbij het leerstuk van de onzakelijke leningen van toepassing kan zijn. Ook het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een fiscale partner of bloed- en aanverwanten in de rechte lijn valt onder deze regeling. Een lening wordt als onzakelijk aangemerkt indien een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, vaak met de bedoeling het belang van de gelieerde vennootschap te dienen. Een verlies op zo’n onzakelijke geldlening is dan niet aftrekbaar, al zijn er uitzonderingen zoals leningen aan een meerderjarige zoon.
Een tbs-lening ontstaat wanneer een DGA geld uitleent aan de eigen BV. Dit valt onder de terbeschikkingstellingsregeling, omdat de DGA een bezitting ter beschikking stelt aan een verbonden persoon. Volgens de Belastingdienst is een vennootschap waarin u of uw verbonden persoon een aanmerkelijk belang heeft, een verbonden persoon. U heeft een aanmerkelijk belang als u, eventueel met uw fiscale partner, minimaal 5% van de aandelen, opties of winstbewijzen bezit. De rente die de BV betaalt op deze tbs-lening wordt belast in box 1. Deze inkomsten vallen onder ‘inkomsten uit beschikbaar gestelde bezittingen’ en worden progressief belast. Ondanks een TBS-vrijstelling van 12%, is deze belasting in box 1 fiscaal en financieel ongunstig.
Leningen aan uw fiscale partner of minderjarige kinderen vallen onder de terbeschikkingstellingsregeling, omdat zij als verbonden personen worden gezien. Een minderjarig kind van u of uw fiscale partner is bijvoorbeeld een verbonden persoon, zoals de Belastingdienst aangeeft. Als een minderjarig kind bezittingen ter beschikking stelt, moet de belastingplichtige de opbrengsten daarvan aangeven. Wordt een bezitting ter beschikking gesteld aan iemand die niet uw fiscale partner of minderjarig kind is, en de voorwaarden zijn ongebruikelijk, dan valt de vordering in box 3. Voor 1 januari 2025 moet u uw bezittingen en schulden aangeven in de aangifte inkomstenbelasting. Dit geldt voor uzelf en uw minderjarige kinderen, als u geen fiscale partner heeft. Heeft u wel een fiscale partner voor het hele jaar 2025, dan geeft u de bezittingen en schulden aan van uzelf, uw partner en de minderjarige kinderen van beiden.
Bij het aangaan van een tbs-lening is het essentieel om de zakelijkheid ervan te beoordelen, want een lening is onzakelijk als u geen zakelijk rentepercentage kunt vaststellen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een lening aan een holding zonder eigen activiteiten die afhankelijk is van een verlieslijdende werkmaatschappij. Zelfs een aanvankelijk zakelijke lening kan gedurende de looptijd onzakelijk worden door onzakelijk handelen van de crediteur, waardoor u continu moet controleren of de tbs-vordering nog steeds zakelijk is.
De fiscale gevolgen van een onzakelijke tbs-lening zijn aanzienlijk. De afwaardering van een onzakelijke tbs-lening kan niet in mindering worden gebracht in box 1, noch ten laste van het resultaat. Het kwijtschelden van een onzakelijke lening leidt zelfs tot een informele kapitaalstorting. Rente die de BV betaalt op een tbs-vordering is belast in box 1 en fiscaal ongunstig; een correctie achteraf kan leiden tot extra belastingheffing, belastingrente en mogelijke boetes. Let ook op de waardering van aan te kopen aandelen; deze moet onafhankelijk worden vastgesteld om risico’s te vermijden. Het gebruik van een entiteit als doorgeefluik kan eveneens het risico vergroten dat de tbs-regeling alsnog wordt toegepast, bijvoorbeeld bij een lening voor ondernemers.
Wanneer u kijkt naar leningen die gerelateerd zijn aan een tbs-lening, zijn er verschillende opties. Informatie over gemeentelijke kredietbanken (GKB) is niet beschikbaar in de feiten. Voor meer informatie over gemeentelijke kredietbanken kunt u terecht op deze pagina. Wel biedt Yeaz zakelijke leningen aan die afwijken van traditionele tbs-leningen. Yeaz verstrekt unieke zakelijke leningen zonder jaarcijfers. Het aanvraagproces is volledig digitaal en vereist banktransacties van de laatste 12 maanden. Een businessplan is niet nodig. Deze leningen hebben geen aflossingsverplichting en een onbeperkte looptijd. Voor eenmanszaken is het maximale leenbedrag €25.000. Besloten vennootschappen (BV’s) kunnen tot €50.000 lenen.
Om te voorkomen dat een lening als onzakelijk wordt aangemerkt, moeten de voorwaarden vanaf het begin zakelijk zijn. Een lening is onzakelijk als een onafhankelijke schuldeiser deze voorwaarden nooit zou overeenkomen, of als deze zonder zakelijke rente en voorwaarden wordt verstrekt. De beoordeling van een geldverstrekking als onzakelijke lening vindt plaats op het moment dat u de lening aangaat. Zorg daarom voor een onderhandse akte die de lening en een marktconform rentepercentage duidelijk vastlegt; dit kan aan de Belastingdienst laten zien dat het om een lening gaat en het rentepercentage marktconform is. Let op: later onzakelijk handelen kan een zakelijke lening alsnog onzakelijk maken. Volgens de Belastingdienst is het niet voldoen van een lening van een bv aan zakelijke voorwaarden onzakelijk handelen. Onzakelijke elementen, zoals het ontbreken van een leningsovereenkomst, aflossingsschema of zekerheden, definiëren ook een onzakelijke lening. Een onderhandse lening mag niet onzakelijk zijn.
De rente bij een tbs-lening wordt vastgesteld op basis van zakelijke en marktconforme voorwaarden. Dit betekent dat de rente niet mag afwijken van wat banken gemiddeld vragen voor een vergelijkbare lening. Vaak wordt het rentepercentage bepaald door het U-rendement te verhogen met een risico-opslag. De hoogte van het rentetarief hangt af van het risico dat de lening niet wordt terugbetaald. Ook de rente die de BV zelf aan haar financiers betaalt, wordt hierbij meegenomen. De leningsovereenkomst moet deze zakelijke rente schriftelijk vastleggen.