Leerlinggebonden financiering (LGF) is een financieel budget voor kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs. Dit extra geld, ook wel “de rugzak” genoemd, is hulpverlening die aan scholen wordt toegewezen om zorg en lesmateriaal te bieden aan leerlingen met een handicap, met als doel de toestroom naar speciaal onderwijs te verminderen. Op deze pagina leest u meer over de werking en voorwaarden van deze regeling.
Leerlinggebonden financiering werkt door extra middelen toe te kennen aan de reguliere school waar een kind met een beperking onderwijs volgt. Ouders van kinderen met een indicatie van de Commissie van Indicatiestelling (CvI) kunnen kiezen voor deze financiering, mits hun kind een indicatie heeft. De school ontvangt deze extra middelen voor de leerling.
Het budget kan de school gebruiken voor speciale voorzieningen, ondersteuning en begeleiding. Denk aan extra begeleiding zoals klassenassistentie, remedial teaching of een ergotherapeut. Deze begeleiding kan door schoolpersoneel binnen school worden ingezet. Een ambulante begeleider buiten school kan ook via dit budget betaald worden. Daarnaast is het mogelijk om leermiddelen en lesmateriaal aan te schaffen. Het beleidsplan ‘De rugzak’ uit 2003 maakte het mogelijk dat ouders zorgondersteuning binnen het reguliere onderwijs konden kiezen, wat de toestroom naar speciaal onderwijs verminderde.
Leerlinggebonden financiering (LGF) is bedoeld voor kinderen met een beperking of handicap die regulier onderwijs volgen. Leerlingen komen hiervoor in aanmerking als zij over een indicatie beschikken. De ouders van deze geïndiceerde kinderen maken de keuze voor deze financiering, wat de plaatsing van kinderen met beperkingen in het reguliere onderwijs mogelijk maakt. Dit geldt niet alleen voor basis- en voortgezet onderwijs, maar ook voor het MBO.
De bedragen worden vastgesteld op basis van de specifieke handicap van de leerling. Het zijn de ouders die de financiering voor deze leerlingen moeten regelen. Het beleidsplan achter leerlinggebonden financiering dwingt scholen in de buurt om zorg en ondersteuning te bieden. Voor de betrokkenen wordt het systeem in het regulier onderwijs soms als bureaucratisch en ingewikkeld ervaren.
Om in aanmerking te komen voor leerlinggebonden financiering, moeten leerlingen voldoen aan duidelijke voorwaarden. De Commissie van Indicatiestelling (CvI) van een Regionaal Expertisecentrum (REC) beoordeelt dit. Zij baseren hun beslissing op landelijk vastgestelde objectieve criteria en het ingebrachte dossier.
De belangrijkste voorwaarden zijn:
De onafhankelijke CvI beslist uiteindelijk over de toekenning van dit extra budget.
Om leerlinggebonden financiering aan te vragen, volgt u een aantal duidelijke stappen die beginnen bij het Regionaal Expertisecentrum (REC).
Een belangrijke voorwaarde is dat u uw kind in het regulier onderwijs wilt plaatsen. Na een indicatie kunt u kiezen tussen speciaal onderwijs of een ‘gewone’ school. Kinderen die blind of slechtziend zijn, kunnen direct worden aangemeld bij de school voor visueel gehandicapten.
Leerlinggebonden financiering (LGF) en persoonsgebonden budget (PGB) zijn beide regelingen voor ondersteuning, maar verschillen sterk in doel en beheer. Waar LGF zich richt op onderwijs, geeft PGB u de vrijheid om zorg op maat te regelen.
Stelt u zich voor dat uw kind extra ondersteuning nodig heeft op school; dan kijkt u naar LGF. Zo’n budget is een financieel middel voor kinderen met een beperking of handicap binnen het reguliere onderwijs. Een persoonsgebonden budget (PGB) is daarentegen bedoeld voor zorgverlening die u zelf kiest en is niet per se voor school. Het is een budget om zelf zorg en ondersteuning te organiseren.
| Kenmerk | Leerlinggebonden financiering (LGF) | Persoonsgebonden budget (PGB) |
|---|---|---|
| Doel | Financiële ondersteuning voor kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs. | Zorgverlening en ondersteuning zelf organiseren. |
| Ontvanger van het budget | Het budget is voor de school. | De cliënt of diens ouders ontvangen het budget direct. |
| Gebruiksmogelijkheden | Bedragen worden vastgesteld per handicap van de leerling voor onderwijsondersteuning. | Vrijheid om zelf zorg in te kopen en te organiseren, niet per se voor school. |
| Zeggenschap en verantwoordelijkheid | School beheert de middelen voor de leerling. | De cliënt heeft veel zeggenschap over het zorgtraject en draagt veel verantwoordelijkheden. |
Leerlinggebonden financiering is een extra budget voor kinderen met een beperking of handicap binnen het reguliere onderwijs. Dit zorgt voor extra ondersteuning van kinderen met een handicap. Deze ondersteuning is uitsluitend voor leerlingen met een indicatie. Het budget van leerlinggebonden financiering kan je gebruiken voor lesmateriaal, leermiddelen en extra begeleidingsuren. Deze extra begeleidingsuren zet je binnen school in via de leerkracht, RT-er of onderwijsassistent. Tijdens deze uren krijgt de leerling individuele hulp.
Ook buiten school kan een ambulante begeleider deze uren verzorgen. Soms is leerlinggebonden financiering en aanvullende eigen financiering niet genoeg voor alle extra studiekosten. Voor dergelijke situaties kan een speciale geldreserve helpen om extra studiekosten te financieren.
De Wet leerlinggebonden financiering (LGF) is al sinds 28 mei 2003 van kracht en is nog steeds de basis voor ondersteuning van kinderen met een beperking in het regulier onderwijs. Toch wordt de implementatie in 2024 als bureaucratisch en ingewikkeld ervaren. Ook de wet- en regelgeving rondom zorg in onderwijstijd is recent aangepast, op 5 april 2023, om de financiering voor leerlingen in het speciaal onderwijs te vereenvoudigen.
Leerlinggebonden financiering, ook bekend als het ‘rugzakje’, is een financieel budget dat extra middelen aan de reguliere school geeft. De bedragen hiervan worden vastgesteld per handicap van de leerling. Je kunt dit budget gebruiken voor lesmateriaal, leermiddelen en extra begeleidingsuren. Een deel van de middelen is zelfs verplicht voor ambulante begeleiding van zowel de leerling als de school. Het ‘rugzakje’ maakte al in 1998 de plaatsing van kinderen met beperkingen in het regulier onderwijs mogelijk.
Financiering in het basisonderwijs omvat zowel de algemene lumpsumfinanciering als de specifieke leerlinggebonden financiering voor kinderen met een beperking. Deze financieringsvorm stelt reguliere scholen in staat om de benodigde ondersteuning te bieden aan leerlingen met een beperking of handicap. Deze financiering, ook wel ‘rugzak’ of ‘rugzakje’ genoemd, geeft extra middelen aan de reguliere school.
De officiële introductie van deze financiering, middels het beleidsplan ‘De rugzak’, vond plaats in 2003. Echter, de mogelijkheid om kinderen met beperkingen in het reguliere onderwijs te plaatsen, ondersteund door een voorloper van dit systeem, bestond al sinds 1998. Reguliere scholen kunnen deze financiering aanvragen, waardoor ze speciale voorzieningen kunnen treffen voor de ondersteuning. Het budget is in te zetten voor extra begeleiding, zoals klassenassistentie of ergotherapie, en u kunt het gebruiken voor lesmateriaal en leermiddelen. Voor meer details over dit systeem, kunt u hier terecht voor basisonderwijs financiering.
De algemene lumpsumfinanciering voor basisonderwijs stelt een bedrag per kalenderjaar per leerling vast. Het bedrag van deze lumpsum financiering basisonderwijs is afhankelijk van de aanvraag. De implementatie van het ‘rugzakje’ in 2024 wordt echter als bureaucratisch en ingewikkeld ervaren.
Studenten financiering richt zich op studiekosten voor mbo-, hbo- of universiteitsstudenten, terwijl leerlinggebonden financiering bedoeld is voor extra ondersteuning van kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs. Studenten kunnen financiële steun ontvangen, vaak via studiefinanciering die beschikbaar is voor wie staat ingeschreven bij een mbo, hbo of universiteit. Deze studiefinanciering kan een aanvullende beurs bevatten, afhankelijk van het inkomen van de ouders, of een studielening via DUO als de financiering onvoldoende is. Studenten met een kwetsbare financiële achtergrond hebben vaak extra tegemoetkoming in studiekosten nodig. Vóór september 2015 bestond de studiefinanciering voor hbo- en wo-studenten uit een rentedragende lening, collegegeldkrediet, basisbeurs, aanvullende beurs en een reisproduct. Wanneer u geen of minder aanvullende beurs krijgt, kunt u het ontbrekende bedrag extra lenen bovenop de gewone rentedragende lening. Voor meer informatie over de mogelijkheden kunt u terecht op studenten financiering.
Leerlinggebonden financiering, vaak ‘rugzakje’ genoemd, geeft extra middelen direct aan de reguliere school. Dit budget is specifiek voor onderwijs aan leerlingen met een handicap of beperking. Het doel is om deze leerlingen te ondersteunen in het reguliere onderwijs, wat verschilt van de algemene studiekosten die studenten zelf dragen.
De specifieke hoogte van de leerlinggebonden financiering, oftewel het maximale bedrag, is niet vastgelegd in de beschikbare informatie. Dit budget wordt per kind en situatie bepaald. Neem voor een precieze indicatie van de mogelijke bedragen contact op met het Regionaal Expertisecentrum (REC) of de betreffende onderwijsinstelling.
Specifieke informatie over de combinatiemogelijkheden van leerlinggebonden financiering met andere regelingen is niet beschikbaar. Leerlinggebonden financiering biedt extra budget voor ondersteuning van kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs. Dit budget gebruikt u voor lesmateriaal, leermiddelen en extra begeleidingsuren. Soms vervangt deze financiering individuele jeugdhulpbeschikkingen. Voor precieze details over combinaties neemt u contact op met het Regionaal Expertisecentrum (REC) of de onderwijsinstelling.
De exacte duur van de toekenning van leerlinggebonden financiering is niet vastgelegd in de beschikbare bronnen. Deze kan sterk verschillen per individuele situatie en het Regionaal Expertisecentrum (REC) dat uw aanvraag behandelt. Voor een realistische inschatting van de wachttijd en procedurele stappen kunt u het beste direct contact opnemen met het REC of de onderwijsinstelling. Het is een proces dat zorgvuldigheid vraagt—geen snelle beslissing.
Leerlinggebonden financiering maakt het voor kinderen met beperkingen mogelijk om regulier onderwijs te volgen. Scholen ontvangen extra middelen om speciale voorzieningen te treffen voor de ondersteuning en begeleiding van de leerling. Het budget is specifiek bedoeld voor lesmateriaal, leermiddelen en extra begeleidingsuren. Een deel hiervan moet zelfs ingezet worden voor ambulante begeleiding van zowel de leerling als de school. Toch wordt dit systeem, ook wel ‘het rugzakje’ genoemd, als bureaucratisch en ingewikkeld ervaren. Rob de Koning van de Algemene Onderwijsbond stelt dat de constante verfijning het systeem op termijn onhoudbaar maakt.