Een hand telt eurobiljetten aan een tafel, naast een telefoon en een leeg glas
Nieuws

Zoveel spaargeld staat er tegenover de schuld van jouw leeftijdsgenoten

Een huishouden met een hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar had op 1 januari 2024 mediaan € 3.400 aan spaargeld, tegenover een mediane studieschuld van € 12.600. Bij 65-75 jaar is het € 35.600 spaargeld tegenover € 800 overige schuld, volgens het CBS.

Bespaar ruim € 700Vergelijk 7 kredietverstrekkers

Lening aanvragen

Gratis & vrijblijvend
Bestedingsdoel
€ 500€ 75.000

Geen kosten en geen gevolgen voor je BKR-registratie.

Directeur en financieel specialist
Gepubliceerd
5 min lezen
Een hand telt eurobiljetten aan een tafel, naast een telefoon en een leeg glas
Foto: Fausto Ferreira via Pexels

In het kort

  • Het mediane spaargeld loopt op van € 3.400 bij huishoudens jonger dan 25 jaar naar € 35.600 bij 65-75 jaar (CBS, 1 januari 2024); de mediane overige schuld blijft in elke leeftijdsgroep tussen € 400 en € 1.200.
  • Jonge huishoudens staan er anders voor: 50,4% van de huishoudens jonger dan 25 heeft een studieschuld, mediaan € 12.600, bij een mediaan spaargeld van € 3.400.
  • Volgens het Nibud (juni 2026) heeft 29% van de huishoudens minder dan € 2.500 spaargeld; onder 30 jaar is dat 40%. Een lening van € 5.000 over 36 maanden kost bij de laagste vanaf-rente € 884,56 aan rente.

Een huishouden met een hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar had op 1 januari 2024 mediaan € 3.400 aan bank- en spaartegoeden, volgens CBS StatLine. Tegenover dat spaargeld staat bij de helft van deze huishoudens een studieschuld, mediaan € 12.600. Bij huishoudens van 65-75 jaar is het beeld omgekeerd: mediaan € 35.600 spaargeld, en bij wie nog een overige schuld heeft is die mediaan € 800. Spaargeld groeit met de leeftijd; de doorsnee schuld buiten de hypotheek doet dat nauwelijks.

Spaargeld groeit met de leeftijd, de schuld niet

De cijfers komen uit de vermogensstatistiek van het CBS, stand 1 januari 2024 (voorlopig), per huishouden en ingedeeld naar de leeftijd van de hoofdkostwinner. Het CBS geeft per bestanddeel de mediaan: het bedrag waar de helft van de huishoudens met dat bestanddeel onder zit. "Overige schulden" is daarbij breder dan alleen leningen: ook belasting- en zorgschulden en leningen voor beleggingen vallen eronder.

Leeftijd hoofdkostwinner Mediaan spaargeld Mediaan overige schuld Aandeel met overige schuld Mediaan studieschuld Aandeel met studieschuld
jonger dan 25 jaar € 3.400 € 400 26,4% € 12.600 50,4%
25-35 jaar € 9.800 € 600 54,2% € 19.300 41,2%
35-45 jaar € 15.200 € 1.000 61,9% € 10.100 19,0%
45-55 jaar € 23.300 € 1.200 62,8% € 3.200 13,4%
55-65 jaar € 31.400 € 1.100 56,0% € 7.900 12,7%
65-75 jaar € 35.600 € 800 41,1% € 12.200 2,8%
75-85 jaar € 34.800 € 600 27,5% € 11.300 0,5%
85 jaar en ouder € 33.000 € 900 16,6% € 10.000 0,1%
alle huishoudens € 21.500 € 900 49,8% € 11.800 16,8%

Het mediane spaargeld stijgt van € 3.400 bij de jongste huishoudens naar € 35.600 bij 65-75 jaar en zakt daarna licht. De mediane overige schuld beweegt veel minder: tussen € 400 en € 1.200, met de top bij 45-55 jaar. Dat is ook de groep waarin de meeste huishoudens zo'n schuld hebben (62,8%).

Jonge huishoudens hebben weinig spaargeld en de hoogste studieschuld

Onder de 35 jaar is de studieschuld de grote post. De helft van de huishoudens jonger dan 25 heeft er een, mediaan € 12.600; bij 25-35 jaar is het 41,2% met een mediaan van € 19.300, bijna twee keer het mediane spaargeld van € 9.800 in die groep. Omdat het CBS de schulden van alle leden van het huishouden meetelt, gaat het bij 45-65 jaar vaak om de studieschuld van thuiswonende studerende kinderen.

De mediaan zegt meer dan het gemiddelde

Het CBS publiceert ook gemiddelden, en die liggen veel hoger: gemiddeld € 54.700 spaargeld over alle huishoudens tegenover een mediaan van € 21.500, en gemiddeld € 43.500 overige schuld tegenover een mediaan van € 900. Een kleine groep met veel spaargeld of grote (vaak zakelijke of beleggings-)schulden trekt het gemiddelde op. De mediaan beschrijft het doorsnee huishouden beter.

Eén kanttekening: de tabel zet medianen van verschillende groepen naast elkaar. Bijna elk huishouden (98,4%) heeft een spaartegoed, maar lang niet elk huishouden heeft een schuld. Het huishouden met € 3.400 spaargeld is dus niet per se het huishouden met € 12.600 studieschuld.

Drie op de tien huishoudens hebben minder dan € 2.500 achter de hand

De CBS-cijfers zijn een stand van bijna drie jaar geleden. Het Nibud vroeg in 2026 zelf aan 2.515 Nederlanders van 18 t/m 75 jaar naar hun spaargeld. In het rapport "Geldzaken in de praktijk 2026" (juni 2026) zegt 29% van de huishoudens minder dan € 2.500 te hebben, in 2024 was dat nog 26%. 23% heeft minder dan € 1.000 en 10% helemaal geen spaargeld. Onder de 30 jaar heeft 40% minder dan € 2.500, tegenover 27% van de huishoudens van 30 jaar en ouder. Wie een onverwachte rekening krijgt, grijpt dan al gauw naar rood staan of een lening.

Rekenvoorbeeld

Stel, je hebt € 5.000 nodig en je kunt kiezen: je spaargeld aanspreken of lenen. Volgens de rentefeed van Lening.nl van 12 oktober 2026 begint een persoonlijke lening van € 5.000 over 36 maanden bij een vanaf-rente van 10,9% (Directa en Qander Consumer Finance). De maandlast is dan € 163,46 en je betaalt in totaal € 5.884,56, waarvan € 884,56 rente. Bij de hoogste vanaf-rente in de feed, 11,9% bij ABN AMRO, is het € 165,83 per maand en € 969,88 rente. Welke rente je krijgt, hangt af van je situatie.

Die € 884,56 is wat de lening je kost ten opzichte van betalen uit spaargeld. De rente die je op een lening betaalt, ligt hoger dan wat spaargeld oplevert; een lening aanhouden terwijl je het bedrag op een spaarrekening hebt staan, kost dus per saldo geld. De keerzijde is dat je na het aflossen uit spaargeld geen buffer meer hebt voor de volgende onverwachte uitgave.

Wat dit voor jou betekent

  • Vergelijk je eigen stand met je leeftijdsgroep in de tabel, en kijk daarbij naar de mediaan, niet naar het gemiddelde. Zit je spaargeld onder de € 2.500, dan hoor je bij de 29% die volgens het Nibud weinig achter de hand heeft.
  • Heb je een lening én spaargeld, reken dan uit wat de lening je per jaar aan rente kost met lening berekenen en zet dat tegenover je buffer.
  • Moet je toch lenen, kies dan een persoonlijke lening met een vaste looptijd, zodat de schuld op een vaste datum weg is; houd de maandlast zo dat je daarnaast kunt blijven sparen.
  • Een studieschuld lost je bij DUO af naar draagkracht; die hoef je niet versneld weg te werken met een duurdere lening.

Veelgestelde vragen

De mediaan is het bedrag waar precies de helft van de huishoudens onder zit; het gemiddelde telt alle tegoeden op en deelt door het aantal huishoudens. Omdat een kleine groep heel veel spaart, ligt het gemiddelde (€ 54.700) ver boven de mediaan (€ 21.500) in de CBS-cijfers van 1 januari 2024. De mediaan zegt meer over een doorsnee huishouden.

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies. Je situatie kan afwijken; vraag onze adviseurs gerust om een berekening op maat. Let op! Geld lenen kost geld.

Vergelijk en vraag je lening online aan

Rente vanaf 7,10% bij 7 kredietverstrekkers. Aanvragen is gratis, vrijblijvend en heeft geen gevolgen voor je BKR-registratie. Let op! Geld lenen kost geld.