Een intercompany lening is een lening tussen verbonden entiteiten binnen hetzelfde concern. Denk aan een holding BV die kapitaal verstrekt aan een werkmaatschappij BV, waarbij de holding als interne financier optreedt. De werkmaatschappij ontvangt kapitaal, betaalt rente en lost de lening af over de vaste looptijd. Deze leningen financieren vaak vaste activa. Op deze pagina leest u meer over de werking en voorwaarden.
Een intercompany lening is een lening die wordt verstrekt tussen twee entiteiten binnen hetzelfde concern of tussen verbonden vennootschappen. Deze leningen worden ook wel leningen tussen verbonden ondernemingen genoemd. Zo’n lening kan bijvoorbeeld van een moedermaatschappij aan een dochtermaatschappij zijn, of van een holding BV naar een werkmaatschappij BV.
Kenmerkend voor een intercompany lening zijn de volgende punten:
Een intercompany lening en een rekening-courantverhouding verschillen fundamenteel van elkaar. Waar een lening vaak een vast bedrag in één keer uitkeert, biedt een rekening-courantkrediet flexibele opnamemogelijkheden. U hoeft niet het volledige bedrag in één keer op te nemen, maar kunt naar behoefte geld trekken en aflossen. Dit maakt een intercompany rekening-courant ideaal voor de financiering van werkkapitaal of andere activa met een kortere financieringsbehoefte.
Het rentebetalingsverschil is ook belangrijk: bij een rekening-courant betaalt u alleen rente over het daadwerkelijk opgenomen bedrag, niet over het hele gereserveerde krediet. Dit in tegenstelling tot een lening waar rente over het gehele geleende bedrag wordt berekend. Een rekening-courantverhouding is vaak voor kleinere bedragen met continue verrekening, terwijl een intercompany lening vaak voor vaste activa wordt gebruikt. Wel vereist een intercompany rekening-courant de inrichting van een limiet voor het maximaal te lenen bedrag. Hoewel een rentedragende intercompany rekening-courant een nadeel van een vaste lening kan oplossen, ligt de rente op rekening-courantkrediet gewoonlijk hoger dan op een reguliere zakelijke lening. Voor een ondernemer die snel en flexibel geld nodig heeft voor dagelijkse operaties, is een rekening-courant vaak de betere keuze.
Voor intercompany leningen zijn duidelijke voorwaarden en een gedegen documentatie essentieel, vergelijkbaar met de eisen die gelden voor andere kredietverstrekkers. De Belastingdienst eist een schriftelijke overeenkomst die voldoet aan zakelijke voorwaarden, inclusief een rentebepaling en een opeisbaarheidsclausule. Een goede administratie en voorafgaande documentatie, met afspraken over looptijd en zekerheden, zijn cruciaal om onzakelijkheid en geschillen te voorkomen.
De zakelijkheidstoets en fiscale regels zijn essentieel voor intercompany leningen. In Nederland moeten handelingen van belastingplichtigen worden getoetst op zakelijkheid. Deze eis volgt uit de leer van het winstregime van de Wet IB 2001. De inspecteur van de Nederlandse Belastingdienst kan vaststellen dat niet aan de zakelijkheidstoets wordt voldaan. Een voorbeeld hiervan is wanneer investeerders 85% van de aandelen in een BV hielden. U moet zakelijke en privé uitgaven goed gescheiden houden. Zo voorkomt u boetes bij een belastingcontrole.
De rente en prijsbepaling bij een intercompany lening moeten altijd op een zakelijke basis, oftewel ‘at arm’s length’, worden vastgesteld. Dit betekent dat de rente marktconform moet zijn, zoals ook de Belastingdienst aangeeft. De praktijk van Transfer Pricing bij intercompany financiering is gebaseerd op specifieke modellen. Om deze zakelijke rente te bepalen, kijkt u bij voorkeur naar gegevens van vergelijkbare leningen met kredietnemers die een vergelijkbare kredietwaardigheid hebben. Stel, uw werkmaatschappij heeft een lening nodig; dan zijn de kredietwaardigheid van die werkmaatschappij, de looptijd, de valuta en eventuele zekerheden belangrijke factoren. Ook de marktomstandigheden op het moment van afsluiten zijn van belang. Het bepalen van de juiste rente is geen nattevingerwerk; een schriftelijke overeenkomst voor een intercompany lening moet bovendien een duidelijke rentebepaling bevatten.
Een intercompany lening, ook wel leningsovereenkomst tussen bv’s genoemd, vindt vaak plaats tussen een beheer- en werk-bv. Deze overeenkomst is verplicht omdat de Belastingdienst en accountant een schriftelijke afspraak eisen. Zo’n lening kan dienen om een cashflow probleem op te vangen of een investering te financieren. Een modelovereenkomst voor een intercompany lening bevat bepalingen over het doel, bedrag, de rente, looptijd, boetevrij voortijdig aflossing en directe opeisbaarheid. Vaak vindt u hierin ook een voorbeeld van een lineaire en annuïtaire aflossingstabel.
Intercompany leningen brengen specifieke risico’s en aandachtspunten met zich mee. U moet de financiële draagkracht van zowel de leningnemer als de uitlenende partij goed beoordelen. Ook is het belangrijk dat de geldverstrekker voldoende controle heeft over de risico’s van de lening.
Bij intercompany leningen is het controleren van financiële risico’s en het vermogen van de kredietnemer cruciaal. U moet extra aandacht besteden aan de financiële draagkracht van de kredietnemer, de zogenaamde debt-capacity. Dit is essentieel voor het zakelijk karakter van de transactie. Een analyse van de debt-capacity bepaalt wanneer de kredietnemer geen extra lening meer kan aantrekken. Daarnaast is het ‘control over risk’-vraagstuk bij de geldverstrekker belangrijk, vooral als een entiteit onvoldoende functies of bevoegdheden heeft om zelf beslissingen te nemen. Het risico van een lening wordt dan toegerekend aan de partij met voldoende control over risk. Intercompany leningen moeten altijd zakelijk worden vastgesteld, want niet-marktconforme rente kan leiden tot correcties en dubbele belastingheffing. Een goed transfer pricing-beleid omvat marktconforme verrekenprijzen voor financieringen.
Het niet voldoen aan zakelijke voorwaarden voor een lening van een BV wordt beschouwd als onzakelijk handelen. Dit onzakelijk handelen omvat ook het niet nakomen van afspraken, zoals de Belastingdienst aangeeft. Het niet nakomen van leningafspraken kan leiden tot een boete. U moet dus altijd zorgen dat de intercompany lening voldoet aan de zakelijke eisen en de gemaakte afspraken nauwkeurig worden gevolgd.
Het opzetten van een intercompany lening vraagt om een zorgvuldige aanpak, met extra aandacht voor het zakelijke karakter van alle leningsvoorwaarden. U begint met het bepalen van de geldnemende entiteit en de financieringsvormen, en laat de constructie toetsen door een fiscalist of accountant. Daarna volgt het opstellen van een schriftelijke leningsovereenkomst, inclusief een marktconforme rente en eventuele zekerheden. Hierbij is het belangrijk om de financiële draagkracht van de kredietnemer te analyseren en te letten op het ‘control over risk’ van de geldverstrekker. Daadwerkelijke aflossingen en rentebetalingen zijn essentieel voor de registratie en naleving van fiscale verplichtingen.
Een intercompany lening moet altijd schriftelijk worden vastgelegd, zo stelt de Belastingdienst. De leningsovereenkomst moet door beide partijen worden getekend. Dit houdt in dat zowel de lener als de uitlener de overeenkomst ondertekenen. U als lener en een vertegenwoordiger van de bv plaatsen hun handtekening. De leningnemer en leninggever vermelden daarbij hun naam. Volgens de Belastingdienst moet de handtekening ook de plaats en datum van ondertekening vermelden. De datum van ondertekening is een specifiek vereiste.
Een bedrijf in Nederland moet voldoen aan alle fiscale wet- en regelgeving. U bent als klant zelf verantwoordelijk voor het nakomen van deze fiscale verplichtingen in het belastingland. Administratieve verplichtingen zorgen ervoor dat bedrijven aan de wetgeving voldoen. Dit is belangrijk voor een correcte afhandeling van uw intercompany lening.
Naast een intercompany lening zijn er diverse alternatieven voor concernfinanciering, zoals eigen vermogen en kapitaalfinanciering. Andere opties zijn een intercompany rekening-courant structuur of geconsolideerde kredietverlening, zoals paraplukrediet en navelstrengkrediet. Ook het doorleen-effect, waarbij vreemd vermogen binnen het concern wordt doorgeschoven, is een financieringsmechanisme.
Een rekening-courantverhouding is een kortlopende, flexibele schuldrelatie zonder vaste bedragen of aflossingen. Het saldo hiervan fluctueert en kan zowel positief als negatief zijn. Dit systeem maakt doorlopende verrekening van bedragen mogelijk, vaak tussen een directeur-grootaandeelhouder (DGA) en de eigen BV. Blijft het saldo gedurende het kalenderjaar binnen de grenzen van €17.500 positief en -€17.500 negatief, dan mag de BV de rente niet aftrekken.
Een intercompany lening kan zonder rente worden verstrekt, maar dit heeft belangrijke fiscale gevolgen. Schriftelijke overeenkomsten voor intercompany leningen moeten een rentebepaling bevatten. De Belastingdienst eist bovendien dat een overeenkomst wordt opgesteld. Leningen tussen verbonden entiteiten moeten altijd op een zakelijke basis worden vastgesteld. Als een lening zonder rente of met een te lage rente wordt afgesloten tussen een DGA en een BV, behandelt de fiscus dit alsof een zakelijke rente is afgesproken. De rente verdient de voorkeur om te bepalen op basis van vergelijkbare leningen en kredietwaardigheid. Een goed contract met duidelijke afspraken is essentieel om onzakelijkheid te voorkomen. Ook een opeisbaarheidsclausule is een verplicht onderdeel van de schriftelijke overeenkomst.
De rente voor een intercompany lening wordt vastgesteld op een zakelijke basis, ook wel ‘at arm’s length’ genoemd. Dit betekent dat de rente moet overeenkomen met tarieven die onafhankelijke partijen zouden afspreken. Om deze rente te bepalen, kijkt u naar vergelijkbare leningen en de kredietwaardigheid van de geldnemer. Ook de marktomstandigheden, de looptijd van de lening, de valuta en eventuele zekerheden spelen een rol. Hierbij wordt de rente die de bv zelf aan haar financiers betaalt, meegenomen. Dit meldt de Belastingdienst. Een vast rentetarief kan resulteren in een hogere rente voor de bv. Een rentebepaling moet altijd schriftelijk worden opgenomen in de leningsovereenkomst.
De fiscale gevolgen van een intercompany lening zijn dat deze moet voldoen aan zakelijke voorwaarden. Schuldverhoudingen moeten voldoen aan het arm’s-length beginsel met het oog op vennootschapsbelasting. De Belastingdienst en civiele rechter stellen eisen aan de constructie van zo’n lening in Nederland. U moet een overeenkomst opstellen met duidelijke afspraken om onzakelijkheid te voorkomen. Deze schriftelijke overeenkomst moet een rentebepaling en een opeisbaarheidsclausule bevatten. Extra aandacht is nodig voor de financiële draagkracht van de kredietnemer.
Een intercompany lening is niet zakelijk wanneer de voorwaarden afwijken van wat onafhankelijke partijen zouden overeenkomen, zoals de Belastingdienst stelt. Dit betekent dat een derde partij de lening onder dezelfde omstandigheden niet zou verstrekken. De Belastingdienst kan een lening dan als een definitieve betaling zien, wat tot onzakelijkheid leidt. Ook kan onzakelijk handelen tijdens de looptijd de lening onzakelijk maken. Daarom moet een intercompany lening altijd voldoen aan zakelijke voorwaarden en een schriftelijke overeenkomst bevatten. Zonder duidelijke afspraken, inclusief een rentebepaling, is de lening niet zakelijk.