Een kredietcrisis is een wereldwijde financiële en economische crisis die rond medio 2007 in de Verenigde Staten begon. Deze crisis verspreidde zich wereldwijd en leidde tot een langdurige economische recessie. Op deze pagina leest u over de kenmerken, oorzaken zoals ruimere kredietverlening en beleggen met geleend geld, en de brede gevolgen voor de economie.
Een kredietcrisis, die medio 2007 in de Verenigde Staten begon, kenmerkt zich door diverse aspecten die verder gaan dan alleen een economische neergang. Het is een verstoring van het financiële systeem met verreikende gevolgen.De belangrijkste kenmerken zijn:
Deze kenmerken tonen aan hoe complex en onderling verbonden het mondiale financiële systeem is.
Een kredietcrisis ontstaat door meerdere factoren. Vaak begint het met ruimere kredietverlening in de financiële sector, wat leidt tot overkreditering en bubbelvorming. Ook verkeerde inschattingen van risico’s door bijvoorbeeld kredietbeoordelaars spelen een rol. Globale onevenwichtigheden, lage rentes en financiële innovaties met onvoldoende toezicht dragen bij aan deze dynamiek. Uiteindelijk kan dit leiden tot de insolventie van belangrijke internationale bedrijven en systeembanken, wat resulteert in economische ineenstortingen en schuldencrises.
Banken en financiële instellingen speelden een centrale rol in de kredietcrisis. Ze bundelden en verhandelden pakketten met risicovolle hypotheken, waaronder veel slechte hypotheken, die ze doorverkochten aan andere partijen. Dit leidde tot problemen bij banken die subprime-hypotheken verstrekten, door wanbetalingen en onvoldoende buffers, zoals de Nederlandsche Bank aangeeft. Banken maakten hun producten soms zo ingewikkeld dat consumenten en medewerkers ze niet meer snapten. Vanaf 2007 verloren banken onderling vertrouwen en leenden ze elkaar nauwelijks geld op de interbancaire geldmarkt, een situatie die ook DNB bevestigt. De beslissing van BNP Paribas maakte andere banken schichtig om nog zaken te doen. Deze afhankelijkheid van de interbankenmarkt bracht veel financiële instellingen in de problemen. Verschillende banken werden genationaliseerd, gingen failliet of werden overgenomen, zoals Fortis/ABN AMRO door de Staat.
De Amerikaanse woningmarkt had een grote invloed op de kredietcrisis van 2008. Tussen 2000 en 2007 leidde een huizenmarktzeepbel in de Verenigde Staten tot risicovolle hypotheekverstrekking aan arme Amerikanen. Deze kopers kregen vaak subprime-hypotheken met ongunstige voorwaarden. Banken adviseerden zelfs om een tweede hypotheek te nemen bij rentestijging, uitgaande van blijvend stijgende huizenprijzen. Vanaf 2007 kwamen veel van deze huiseigenaren in financiële problemen; hun hypotheken werden onbetaalbaar door stijgende rentes en dalende huizenprijzen. Wanbetalingen leidden tot uitzettingen uit hun huizen. Hoewel het vanaf 2007 moeilijker werd om een tweede hypotheek af te sluiten, namen sommige huiseigenaren met problemen er vanaf 2008 toch een.
Tijdens de kredietcrisis grepen overheden in om te voorkomen dat banken massaal omvielen. Diverse overheden namen rechtstreeks deel in het risicodragend kapitaal van banken; de Nederlandse staat verschafte bijvoorbeeld 30 miljard euro en zegde 200 miljard euro aan kredietgaranties toe. De depositogarantieregeling werd sterk uitgebreid. Het kabinet waarborgde de stabiliteit van het financiële systeem door in te grijpen in de bancaire sector en nam maatregelen voor de kredietmarkt, zoals de uitbreiding van de exportkredietverzekeringfaciliteit (EKV). Volgens De Nederlandsche Bank reageerden overheden en centrale banken direct met oplopende tekorten, bezuinigingen of belastingverhogingen. Een direct gevolg was de invoering van Europees bankentoezicht. Ook presenteerden EU-ministers van Financiën en het IMF een reddingsplan van in totaal 750 miljard euro. Deze gecoördineerde aanpak was cruciaal om een nog diepere economische ineenstorting te voorkomen.
Een kredietcrisis ontstaat door een proces van expansieve kredietbubbels en overkreditering, vaak door niet-productief ingezet krediet. Deze dynamiek bouwt risico’s op die zich wereldwijd verspreiden, waardoor een financiële crisis ontstaat. Uiteindelijk leidt dit tot een vertrouwenscrisis waarin banken nauwelijks nog aan elkaar lenen.
Het kredietproces bestaat uit achtereenvolgende stappen: aanvraag, beoordeling en verstrekking. Voor consumentenkrediet begint dit vaak met contact en een aanvraag, waarna een overeenkomst volgt en de betaling plaatsvindt. Kredietverstrekkers beoordelen het risicoprofiel van de investering nauwkeurig. Na een positieve BKR-check en voldoende gegevens, sturen zij een offerte voor de lening. Dit aanbod bevat de looptijd, rente en de specifieke voorwaarden. Bij akkoord wordt het bedrag gestort en begint de terugbetaling in termijnen.
Het huidige financiële systeem ondervindt problemen door financiële fragiliteit en instabiliteit, vooral door exponentieel toenemende schulden. Excessieve schulden zijn een kernprobleem in het globale financiële systeem. Paniek en crises, zoals een bankencrisis, kunnen het systeem snel treffen. Dit kan leiden tot een schuldencrisis en zelfs de implosie van het oude financiële en bankensysteem. Onhoudbare schulden kunnen leiden tot een implosie van het oude financiële systeem. De onopgeloste problemen van de crisis van 2008 dragen bij aan veel schuld en inflatie. Het systeem kampt nu met onvoldoende economische groei en te lage belastinginkomsten door deze schulden en een enorme derivatenberg. Het huidige inflatoire financiële systeem is hierdoor niet houdbaar. Deze keten van problemen maakt duidelijk dat ingrijpen noodzakelijk is.
Een kredietcrisis heeft aanzienlijke gevolgen voor de economie en de samenleving. Deze leidt tot langdurige economische recessies en schuldencrises. Banken passen hun leningbeleid aan, beleggers raken in paniek, en overheden moeten soms ingrijpen met kapitaalinjecties.
De kredietcrisis had een diepgaande impact op banken en financiële markten. Sinds de kredietcrisis van 2008 injecteerden centrale banken op gezette tijden liquiditeit in kapitaalmarkten. Dit ingrijpen van overheid en centrale bank heeft echter een marktverstorend effect, wat kan leiden tot financiële zeepbellen. Meer dan tien jaar na 2008 worden financiële markten wereldwijd nog steeds gesteund door overheden. Banken behielden de controle over deze markten. Dit gebeurde deels door verborgen liquiditeitstekorten, het aanpassen van wetgeving en misbruik van derivaten. Tot 2018 creëerden centrale banken gunstige marktomstandigheden en legden ze een bodem onder de koersen. Traditionele financiële markten werden ook beïnvloed door een liquiditeitscrisis op de effectenmarkten.
De kredietcrisis raakt consumenten direct, vooral via hun vertrouwen en de toegang tot leningen. Banken stellen strengere regels voor kredietverlening, waardoor geld lenen moeilijker wordt. Volgens De Nederlandsche Bank daalde het consumentenvertrouwen fors, met als gevolg dat veel mensen grote aankopen uitstelden. Woonconsumenten namen een afwachtende houding aan op de woningmarkt. Ook stijgt de rentevoet, waardoor huishoudens hun hypotheeklasten soms niet meer kunnen betalen. Werkloosheid kan toenemen, zoals bleek uit de stijging naar 5½% in 2009 en 8¾% in 2010, wat de koopkracht aantast. Een tweede hypotheek verkrijgen wordt bovendien moeilijker en duurder.
Een kredietcrisis dwingt bedrijven zich aan te passen aan de arbeidsmarkt, vaak door mensen te ontslaan. In Nederland verzorgen het midden- en kleinbedrijf (mkb) het overgrote deel van de werkgelegenheid. Wanneer de economie weer aantrekt, nemen uitzendbureaus weer meer vast personeel in dienst. Kleine agrarische ondernemingen dragen ook bij aan werkgelegenheid, vooral lokaal. Het mkb speelt een sleutelrol in het creëren van nieuwe banen, wereldwijd verantwoordelijk voor 70 tot 95 procent van de nieuwe werkgelegenheid in opkomende landen.
Tijdens en na een kredietcrisis nemen overheden wereldwijd gecoördineerde maatregelen om de financiële stabiliteit te herstellen. Deze omvatten kapitaalinjecties om banken te redden en aanpassingen in de regelgeving, zoals het depositogarantiestelsel door de Europese Unie in najaar 2008. Zulke ingrepen waren noodzakelijk om een implosie van het banksysteem te voorkomen, aangezien banken elkaar nauwelijks meer geld leenden.
Overheden grijpen in een kredietcrisis in om de financiële stabiliteit te waarborgen en verdere escalatie te voorkomen. Dit gebeurt vaak via reddingsplannen, waarbij financiële steun aan banken wordt geboden. Het doel is om te zorgen dat huishoudens en bedrijven toegang blijven houden tot krediet, wat essentieel is voor de economie. Toezichthouders zoals De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) spelen hierbij een belangrijke rol. Zonder deze ingrepen zou een kredietcrisis veel diepere en langdurigere gevolgen kunnen hebben.
De Federal Reserve is een centrale bank die samen met de Europese Centrale Bank (ECB) en de Bank for International Settlements (BIS) de rentevoeten beïnvloedt. Ook bepalen zij het monetair beleid. Centrale banken wereldwijd stemmen hun beleid af op dat van de Federal Reserve. Dit is een veelvoorkomend patroon. Andere centrale banken baseren hun beleid vaak op de Federal Reserve. Zij injecteren nieuw fiatgeld in de economie, een belangrijke maatregel tijdens een kredietcrisis om liquiditeit te waarborgen. Deze banken kregen in de 20e eeuw aanzienlijke macht over de wereldeconomie. In diezelfde tijdsspanne verwierven centrale banken, inclusief de Federal Reserve, meer controle over de mondiale economie. Ze nemen bovendien deel aan een technologische oorlog over geldcontrole.
Na een kredietcrisis zijn aanpassingen in regelgeving en toezicht vaak nodig. Echter, specifieke informatie over de veranderingen in financiële regelgeving en toezicht, direct gerelateerd aan de kredietcrisis, is niet beschikbaar in de geraadpleegde bronnen.
Kredietcrisissen zijn perioden van financiële instabiliteit die de wereldwijde markten en de reële economie diep raken, vaak beginnend als een financiële crisis. Ze ontstaan door overmatige kredietverlening en bubbelvorming, wat kan leiden tot insolventie van belangrijke internationale bedrijven en systeembanken. Historische voorbeelden, zoals de crisis van 2008 en eerdere kredietuitbreidingen vóór de Eerste Wereldoorlog, veroorzaakten langdurige economische recessies, schuldencrises en beïnvloedden de kredietverstrekking door banken.
De kredietcrisis van 2008, die tussen 2007 en 2008 globaal verspreidde, kwam voort uit de Amerikaanse hypotheekcrisis. Extreme financiële risico’s en excessieve vrijheden van commerciële banken waren belangrijke oorzaken van de bankencrisis van 2008. Voor deze periode kregen commerciële banken steeds meer macht om zulke risico’s te nemen. Overmatige schulden veroorzaakten ook de financiële crisis van 2008. Dit leidde tot betalingsproblemen bij veel Amerikaanse huiseigenaren tussen 2008 en 2010. Het vertrouwen in het financiële systeem raakte beschadigd, waardoor banken in de kredietcrisis nauwelijks nog aan elkaar leenden. In Nederland is de kredietcrisis van 2008 ook een oorzaak van financiële corruptie en bankenfraude, een probleem dat nog steeds niet is opgelost. Over de eurocrisis zijn geen specifieke feiten beschikbaar.
De kredietcrisis van 2008 onderscheidt zich door zijn diepgaande en langdurige impact. Deze crisis begon aan het begin van de 21e eeuw en ontwikkelde zich in 2008 tot een wereldwijde financiële crisis. Destijds hadden financiële instellingen te weinig buffers en onvoldoende zicht op risico’s, wat snel tot een vertrouwenscrisis leidde. Het was een bijna fatale systeemcrisis die enorme kapitaalinjecties via bail-outs en bail-ins vereiste. De financiële crisis van 2008 creëerde een basis voor verhoogde schulden om het systeem in stand te houden. Een oplossing hiervoor ontbrak in 2022, ondanks exponentieel gestegen schulden. Dit toont de kwetsbaarheid van het financiële systeem voor paniek en crises. Door groeiende wereldwijde schulden en cosmetische maatregelen lijkt een nieuwe financiële crisis zelfs onvermijdelijk.
Eerdere kredietcrisissen laten zien hoe belangrijk financiële stabiliteit is. Lessen benadrukken het voorkomen van overkreditering; kredietverstrekkers gebruiken hiervoor nieuwe leennormen. Voor consumenten is een goede kredietscore cruciaal. Achterstallige betalingen verlagen deze score aanzienlijk. Op tijd aflossen en schulden herstructureren kan uw maandlasten verlagen en de leenpositie verbeteren.
Een nieuwe financiële crisis wordt verwacht, en het voorkomen ervan vraagt om gerichte maatregelen. Negatieve reële rentes bereiden voor op zo’n volgende crisis. Ook de toekomstige securitisatie van waardeloze Amerikaanse bedrijfsobligaties kan hieraan bijdragen. Een mogelijke volgende crisis wordt vaak veroorzaakt door een schuldencrisis, vooral bij een globale recessie. Om een systeemimplosie te voorkomen, vereist een kredietcrisis enorme kapitaalinjecties via bail-outs en bail-ins. Goed nieuws is dat de volgende schuldencrisis, als adviezen van Ray Dalio worden opgevolgd, beter beheerd en doorstaan zal worden. Schuldverlichting kan dan plaatsvinden via inflatie, wanbetalingen, of een combinatie hiervan. Hervatting van importgroei was eerder cruciaal om te voorkomen dat een kredietcrisis escaleert.
Tijdens een crisis is het essentieel voor consumenten en bedrijven om hun financiële situatie actief te beheren. Ondernemers krijgen bijvoorbeeld vijf tips om hun bedrijf te continueren en moeten in een acute crisissituatie snel handelen om het bedrijf veilig te stellen. De Kamer van Koophandel biedt telefonisch advies over bedrijfsaanpassing, zoals tijdens de coronacrisis. Ondernemers in financiële problemen kunnen contact opnemen met hulporganisaties voor schuldregelingen. Het is ook belangrijk voor ondernemers om hun verhaal te blijven vertellen en contact met donateurs te onderhouden bij fondsenwerving. Voor consumenten, vooral rond 2020 tijdens de coronacrisis, was het raadzaam om betaalgewoontes kritisch te evalueren. Wie vragen heeft over financiële gevolgen kan advies en ondersteuning ontvangen, zoals in maart 2020 door het Centraal Verzekerings Bedrijf werd geadviseerd. Bovendien zijn consumenten kritischer in hun uitgaven bij toenemende economische crisisangst.
Een kredietcrisis heeft directe gevolgen voor consumenten en hun leningen. De overheid waarschuwt consumenten voor de risico’s van leningen, en daarom zien zij de waarschuwing ‘Let op! Geld lenen kost geld’. Dit benadrukt het belang van voorzichtigheid.Vaak maken consumenten gebruik van kredietpartners, en zij zoeken contact met deze partners voor hun lening. U wilt dan meer informatie over uw leendoelen. Kennis over geldzaken is belangrijk, vooral bij financiële vragen rond aankopen en betalingen. Goed financieel advies is hierbij essentieel. Tegelijkertijd zijn consumenten steeds cynischer over reclame. Het is opvallend dat als een verkoper financiering aanbiedt, de bestedingsbereidheid bij consumenten 39% hoger is. Dit toont aan hoe belangrijk het is om weloverwogen keuzes te maken, zelfs als een aankoop verleidelijk lijkt. Voor een duidelijk overzicht van uw mogelijkheden kunt u leningen vergelijken op Lening.nl. Volgens de Rijksoverheid is het essentieel dat consumenten zich bewust zijn van deze risico’s.
Een kredietcrisis duurt meestal lang, met de nasleep van financiële repressie die 10 tot 30 jaar kan aanhouden. De kredietcrisis begon medio 2007 als een wereldwijde financiële en economische crisis, en de crisis van 2008 leidde tot een langdurige economische recessie. Dit had een negatief effect op de reële economie en verspreidde zich wereldwijd over financiële markten vanaf 2007-2008. Vaak veroorzaakt zo’n crisis paniekverkoop van effecten door beleggers. Om een implosie van het banksysteem te voorkomen, vereist een kredietcrisis enorme kapitaalinjecties. De onderliggende insolventie van belangrijke internationale bedrijven en systeembanken veroorzaakt de crisis en draagt bij aan de lange duur.
Een kredietcrisis en een economische recessie zijn gerelateerd, maar verschillend. Een kredietcrisis is een financiële crisis die medio 2007 in de Verenigde Staten begon. Deze verspreidde zich wereldwijd over financiële markten. Het heeft een negatief effect op de reële economie en leidt tot veelvuldige ratingverlagingen. Vaak zijn enorme kapitaalinjecties nodig om een implosie van het banksysteem te voorkomen. Een kredietcrisis leidt tot een langdurige economische recessie. Deze periode wordt gekenmerkt door een krimpende economie, met minder uitgaven van consumenten, minder leningen en meer faillissementen. Een kredietcrisis is dus de aanleiding, terwijl een economische recessie het gevolg is.
Ja, leningen kunnen zeker bijdragen aan een kredietcrisis. Een lening is een vast bedrag dat u ineens ontvangt en in termijnen terugbetaalt. Het lenen van geld verplicht de schuldenaar tot terugbetaling. Wanneer veel mensen of bedrijven hun leningen niet meer kunnen terugbetalen, kan dit leiden tot een schuldencrisis. Deze schuldencrisis kan vervolgens escaleren naar een bredere financiële crisis, die zich wereldwijd verspreidt en een wereldwijd verschijnsel wordt op financiële markten. In zo’n kredietcrisis lenen banken nauwelijks nog aan elkaar, wat het financiële systeem verder onder druk zet en vaak enorme kapitaalinjecties vereist om een implosie te voorkomen. Dit alles kan resulteren in veelvuldige ratingverlagingen van financiële instellingen.
Overheden spelen een cruciale rol bij het oplossen van een kredietcrisis. Zij helpen financiële instellingen uit de brand en stabiliseren het financiële systeem. Rond de kredietcrisis van 2008 gebruikten overheden wereldwijd belastinggeld en omvangrijke kapitaalinjecties om de schade te beperken. Zo heeft de Nederlandse overheid faillissementen van banken voorkomen en de kosten voor de samenleving verlaagd. Ook kunnen overheden spaartegoeden volledig garanderen, al kan dit een moral hazard effect veroorzaken bij spaarders. Interventies, zoals die van de Amerikaanse overheid in het voorjaar van 2008, moesten tussen 2008 en 2011 wereldwijd afgestemd worden. Deze steun aan banken leidt echter wel tot extra staatsschuld.