Een passend rentepercentage voor lenen van een BV ligt meestal tussen de 4% en 7% en moet altijd zakelijk zijn. Dit betekent dat het percentage reëel en marktconform moet zijn, alsof de lening tussen twee onafhankelijke partijen zou plaatsvinden. De eigenaar van de BV mag dit percentage bepalen.
Rekenvoorbeeld: Bij een lening van €100.000 van uw BV tegen een rentepercentage van 5% betaalt u jaarlijks circa €5.000 aan rente. Dit bedrag is voor de BV een opbrengst en voor u als lener een kostenpost.
Dit artikel legt uit hoe u een zakelijke rente vaststelt. Dit kan bijvoorbeeld op basis van het U-rendement met een risico-opslag, of door te kijken naar de rente die de BV zou ontvangen op een zakelijke spaarrekening. U leert ook over de voordelen van een lager rentepercentage voor de lener en de fiscale gevolgen van een niet-zakelijke rente voor zowel de BV als de eigenaar.
Lenen van of aan een BV betekent dat de besloten vennootschap geld uitleent of opneemt, waarbij het rentepercentage cruciaal is voor de kosten en fiscale aspecten. Een BV mag leningen afsluiten met derden, de eigenaar (directeur-grootaandeelhouder of DGA) of een eigen onderneming. Een DGA kan geld van de eigen BV lenen zonder dit direct als dividend te laten uitkeren, wat directe belastingbetaling voorkomt. Dit lenen van een BV kan zowel als DGA als werknemer. Het rentepercentage heeft directe invloed op de leenkosten. Voor de fiscale winstberekening moet dit percentage een zakelijke rente zijn, vergelijkbaar met wat een onafhankelijke derde partij zou betalen. Een hoger rentepercentage resulteert in hogere kosten voor de lener; bijvoorbeeld, bij een lening van €20.000 van uw BV tegen 6% rente, betaalt u jaarlijks €1.200 aan rente. Zo kan een DGA de lening gebruiken voor beleggingsdoeleinden of voor de financiering van een eigen woning. Voor aflossingsvrije leningen van een BV aan een natuurlijk persoon ligt het rentetarief vaak hoger dan de marktrente voor leningen die in termijnen worden afgelost. Het rentepercentage voor onderhandse opnames kan de actuele rente van hypotheekverstrekkers volgen.
Het zakelijke rentepercentage bij het lenen van een BV wordt zorgvuldig vastgesteld. De lening tussen u en de BV moet een afspraak over een zakelijke rente bevatten, zo stelt de Belastingdienst. Een zakelijke rentevergoeding is de opbrengst die de BV als particuliere belegger elders kan behalen. De hoogte van dit rentetarief hangt af van het risico dat de lening mogelijk niet wordt terugbetaald. Daarnaast wordt de rente die de BV zelf aan haar financiers betaalt meegenomen in de overweging. De rentevergoeding moet reëel en marktconform zijn, vergelijkbaar met rentes tussen niet-verwante partijen. Denk bijvoorbeeld aan een BV met een stabiele cashflow; die kan vaak een gunstiger tarief bieden dan een start-up met veel onzekerheid. Bij een hoger leenbedrag is het berekende rentepercentage vaak lager.
Rekenvoorbeeld: Bij €1.000 geleend van de BV tegen een zakelijke rente van 7,5% per jaar, kost dat u jaarlijks circa €75 aan rente.
Houd er rekening mee dat de rente op een zakelijke lening per aanbieder verschilt. U heeft de keuze tussen een vast of variabel rentetarief. Het vaststellen van een zakelijke rente vraagt om een zorgvuldige afweging van al deze factoren.
Voor rente bij lenen van een BV gelden specifieke fiscale regels en belastingwetten. De rente die de BV betaalt op een lening van de dga is aftrekbaar van de winst, wat de fiscale last van de BV verlaagt. Rente ontvangen door de BV over een privélening verhoogt de winst van de BV, en de renteverdeling van een lening voor een eigen woning wordt bij de BV belast tegen het vennootschapsbelastingtarief. Hypotheekrente op een lening uit de eigen BV is voor u als dga aftrekbaar bij de Belastingdienst, mits de lening op zakelijke voorwaarden is afgesloten. Onzakelijk handelen bij een lening van de BV kan leiden tot de beschouwing van de lening als inkomsten, zo meldt de Belastingdienst. Bij een onzakelijk hoge rente bij een lening tussen dga en bv is alleen het zakelijke deel aftrekbaar voor de BV als bedrijfslast. Een BV mag renteaftrek toepassen op 3,5 procent rente op een onzakelijke lening, maar dit is beperkt tot de marktconforme rente. Bovendien brengt een besloten vennootschap bij personeelsleningen rente in rekening volgens de economisch zakelijke rente. Rente-inkomsten uit een lening aan de eigen BV worden voor u als dga belast in box 1 tegen een progressief tarief. Bijvoorbeeld, rente-inkomsten van €100.000 met 5% rente uit een lening aan de eigen BV wordt verminderd met de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12%.
Een besloten vennootschap leent geld uit aan een aandeelhouder, wat specifieke voorwaarden en risico’s met zich meebrengt. De belangrijkste voorwaarde is dat de lening altijd zakelijk moet zijn, alsof u leent van een externe partij. Dit betekent dat u de verhoudingen en voorwaarden goed vastlegt. Een aandeelhouder kan geld lenen van de eigen BV voor privéuitgaven zonder directe belastingbetaling, zolang het als lening en niet als dividend wordt gezien. Het is een populaire en veilige optie als de zakelijke verhouding en goede voorwaarden worden nageleefd. Een privé-ondernemer mag het geleende geld ook gebruiken voor zakelijke investeringen.
De BV kan liquide middelen uitlenen voor een hypothecaire lening of de aankoop van effecten of onroerend goed. Hierbij kunnen aanzienlijke bedragen gemoeid zijn. Let wel op de risico’s: geld dat de BV uitleent, kan niet meer worden gebruikt voor belangrijke investeringen. Dit kan de liquiditeit van de BV tijdelijk beïnvloeden.
Rekenvoorbeelden voor rentepercentages bij leningen van een BV laten zien hoe de Belastingdienst in 2023 rentepercentages van ongeveer 4% tot 4,5% gebruikte als referentie voor hypothecaire leningen. Deze percentages zijn belangrijk wanneer u als eigenaar of aandeelhouder geld leent van uw eigen BV voor privéuitgaven. Het geld blijft eigendom van de BV en wordt niet als dividenduitkering gezien, waardoor directe belastingbetaling wordt voorkomen. Duidelijke afspraken over terugbetaling zijn hierbij cruciaal.
Rekenvoorbeeld: Stel, u leent €50.000 van uw BV voor een looptijd van 5 jaar tegen een vaste rente van 4%. Dit rentepercentage is gebaseerd op de voorbeelden die de Belastingdienst eerder hanteerde. De maandelijkse aflossing komt dan uit op ongeveer €920,83. Over de gehele looptijd betaalt u in totaal €5.249,80 aan rente. De effectieve rente omvat de werkelijke kosten, inclusief eventuele afsluitkosten en de betaalfrequentie. Het is essentieel dat de lening zakelijk van aard is, anders kan deze als inkomen worden beschouwd. Correct vastgelegde verhoudingen maken lenen van de eigen BV een populaire en veilige optie.
Als u overweegt geld op te nemen uit uw BV, zijn er naast een lening van de BV ook andere mogelijkheden en belangrijke stappen om te volgen. Een lening van de eigen BV is populair, vaak vanwege lagere rente en minder administratieve rompslomp dan een externe lening. Toch zijn er alternatieven en aandachtspunten.
Overweeg de volgende alternatieven en vervolgstappen voor uw lening:
Wanneer u geld opneemt uit uw eigen BV, zijn de minimale rente en dividend belangrijke aandachtspunten. Een lening van de BV aan de eigenaar vereist altijd de betaling van rente en aflossing. De Belastingdienst stelt dat de rente die de BV zelf aan haar financiers betaalt, meeweegt bij het bepalen van de zakelijke rente. Dit voorkomt dat u een onzakelijk lage rente hanteert, wat fiscale gevolgen heeft. Meer informatie over het bepalen van een passende rente vindt u op onze pagina over minimale rente BV.
Een te lage rente kan leiden tot correcties. Bij een onzakelijke lening, bijvoorbeeld met slechts 3,5 procent rente, kan de Belastingdienst de rente corrigeren naar een marktconform percentage voor de winstberekening.
Rekenvoorbeeld: Stel u leent €50.000 van uw BV. Als een marktconform rentetarief bijvoorbeeld 7% per jaar bedraagt, dan betaalt u jaarlijks circa €3.500 aan rente aan uw BV. Dit bedrag moet u dan ook daadwerkelijk voldoen om fiscale correcties te voorkomen.
Een uitzondering hierop is dat leningen aan een BV door een privépersoon onder de €17.500 geen rente hoeven te bevatten. Denk hierbij aan een DGA die een klein bedrag leent. Ontvangen rente uit een lening aan de eigen BV wordt belast in box 1 tegen maximaal 52%. Het uitkeren van dividend is een fiscaal ander alternatief. Dit kan overschrijding van de leenlimiet voorkomen en zo excessief lenen vermijden. De uitkering van dividend door een BV heeft een dividendbelastingtarief van 15%, terwijl vanaf 2024 jaarlijks dividend onder een aanmerkelijk belang tarief van 24,5% valt. Financiering via dividenduitkering kan netto het laagst uitvallen bij een rendement op eigen vermogen beneden circa 2,5%. De keuze tussen lenen en dividend hangt dus sterk af van uw situatie en de fiscale gevolgen, een complex vraagstuk. Bekijk ook onze informatie over BV of dividend voor verdere overwegingen.
Rente op een lening van een BV is vrijgesteld van btw. Hoewel de dienst van kredietverstrekking zelf belastbaar is, valt deze onder een vrijstelling. De rente van een rentedragende lening vormt de bezwarende titel van deze dienst. Dit betekent dat u over de betaalde rente geen btw hoeft af te dragen, en de lener geen btw kan terugvorderen.
Rekenvoorbeeld: Bij een lening van €50.000 over 60 maanden tegen een jaarlijkse rente van 6% betaalt u maandelijks circa €967. Dit bedrag is inclusief aflossing en rente, en hierover wordt geen btw geheven, aangezien de rente vrijgesteld is.
Hierdoor heeft u geen recht op aftrek van voorbelasting die volledig toerekenbaar is aan vrijgestelde prestaties, tenzij het om bijkomstige financiële handelingen gaat. Meer details over de btw-regels voor rente vindt u op onze pagina over btw over rente.
Het verstrekken van leningen kan een nadelige invloed hebben op uw pro rata, omdat meer omzet uit vrijgestelde renteopbrengsten dit verlaagt. Een belangrijke uitzondering meldt de Belastingdienst: rente wegens uitstel van betaling kan wel belast zijn met btw. U kunt nadelige btw-gevolgen van financieringsactiviteiten voorkomen door een fiscale eenheid voor de btw, of als de activiteit incidenteel of bijkomstig van aard is. Het is dus cruciaal om goed te begrijpen wanneer uw BV btw moet afdragen en wanneer niet, om onverwachte fiscale verrassingen te voorkomen.
Het verschil tussen lenen van uw eigen BV en een bank zit in de voorwaarden, rente en fiscale behandeling. Een lening van een besloten vennootschap (BV) heeft doorgaans lagere rente dan een lening van een bank, wat een voordeel is ten opzichte van externe financiering. U kunt als eigenaar geld uit uw BV gebruiken via een lening, zonder directe belastingbetaling, in tegenstelling tot dividenduitkering. Een lening tussen u en uw BV moet echter voldoen aan zakelijke voorwaarden, zoals een BV die zou stellen aan een derde partij. Waar een banklening vaak een standaardproduct is, vraagt lenen van uw eigen BV om meer maatwerk en fiscale overwegingen; een lening aan de eigen BV wordt fiscaal anders behandeld dan een lening aan een derde. Banken hanteren bovendien specifieke regels voor diverse klanttypen, waarbij ze bijvoorbeeld een VvE als zakelijke klant behandelen en het VvE-bestuur als UBO beschouwen. Dit toont een verschil in de aard van de relatie en de bijbehorende vereisten. Er is dan ook de vraag of lenen van de eigen BV in alle gevallen een goed idee is. Voor de meeste mensen is een lening van een bank eenvoudiger, tenzij de fiscale voordelen en lagere rente van een BV-lening zwaarder wegen.
De renteberekening per maand en per jaar hangt af van het type lening en de methode die wordt toegepast. Over het algemeen wordt onderscheid gemaakt tussen enkelvoudige en samengestelde rente. Bij enkelvoudige rente berekent u de kosten met de basisformule Rente = Hoofdsom × Rentepercentage × Tijd. Samengestelde rente, waarbij rente op rente wordt berekend, gebruikt de formule Eindbedrag = Hoofdsom × (1 + Rentepercentage)^Tijd.
Voor de jaarlijkse renteberekening van een lening van uw BV aan u als DGA, kan het T- of U-rendement van december, eventueel met een opslag, worden gebruikt. Dit dient te voldoen aan de zakelijke voorwaarden die de Belastingdienst stelt. Maandelijkse rentekosten van een zakelijke lening met vaste aflossingen worden berekend over het openstaande geleende bedrag, minus eventuele aflossingen. Bij een doorlopend krediet is de maandelijkse rentebetaling doorgaans een twaalfde deel van de jaarlijkse rente over de openstaande schuld.
Rekenvoorbeeld: Stel u leent €50.000 van uw BV met een looptijd van 60 maanden (5 jaar) tegen een jaarlijkse rente van 5% (conform de zakelijke voorwaarden die de Belastingdienst stelt). Met annuïtaire aflossing betaalt u dan maandelijks circa €943,93. In dit bedrag zijn zowel de rente als de aflossing opgenomen, waarbij het rentedeel in het begin hoger is en gedurende de looptijd afneemt.
U dient altijd een zakelijke rente toe te passen wanneer u geld leent van uw BV. De Belastingdienst stelt namelijk dat de leningovereenkomst tussen u en uw BV een afspraak over deze zakelijke rente moet bevatten. Dit principe geldt ook voor familieleningen, waarbij de rente eveneens zakelijk moet zijn. Bij het bepalen van de hoogte van dit tarief spelen diverse factoren een rol, zoals het risico dat de lening niet wordt terugbetaald en de rente die de BV zelf aan haar financiers betaalt. Bovendien is de rente van een zakelijke lening doorgaans hoger bij een aflossingsvrije lening. Het bedrag dat overeenkomt met de zakelijke rente is aftrekbaar voor de schuldenaar, terwijl het belast is bij de schuldeiser.
Meer informatie over zakelijke voorwaarden vindt u op de website van de Belastingdienst.
Rekenvoorbeeld: Stel u leent €20.000 van uw BV tegen een zakelijke rente van 5% per jaar. De jaarlijkse rentelast op dit bedrag is dan €1.000. Als u dit bedrag aflossingsvrij leent, blijft deze jaarlijkse rentelast van €1.000 van toepassing zolang de hoofdsom niet wordt afgelost.
Een rentepercentage dat niet zakelijk is, brengt ongewenste gevolgen met zich mee. Bij een te laag rentepercentage op een onderhandse lening, kan de Belastingdienst dit zien als een schenking of verkapt dividend. Dit kan leiden tot de betaling van schenkbelasting door een van de partijen, of inkomstenbelasting in box 2 voor de aandeelhouder.
Rekenvoorbeeld: Stel dat de marktconforme rente voor een lening van €50.000 van uw BV 6% per jaar zou zijn. Als u echter een rente van slechts 2% afspreekt, betaalt u jaarlijks €2.000 minder rente (€50.000 x (6% – 2%)). Dit verschil van €2.000 kan door de Belastingdienst worden gezien als een schenking of verkapt dividend, waarover dan schenkbelasting of inkomstenbelasting in box 2 verschuldigd kan zijn.
Een te lage rente kan daarnaast ook inflatierisico veroorzaken, wat de waarde van geld aantast. Aan de andere kant wordt een hoge rente geassocieerd met een hoog risico. Wanneer een kredietverstrekker het risico hoger inschat, leidt dit tot een hoger rentepercentage. Ook uw persoonlijke risicoprofiel beïnvloedt de hoogte van het rentepercentage op een lening. Hoge inflatie of economische onzekerheid zorgt eveneens voor hogere leenrentes. Het rentepercentage heeft altijd invloed op de totale leenkosten.