Zoveel ging de koopkracht van jouw leeftijdsgroep er vorig jaar op vooruit
Mensen in een huishouden met een hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar gingen er in 2025 in doorsnee 4,7% op vooruit; bij 65-75 jaar was dat 0,3%.
Voeg toe als voorkeursbronop Google
Foto: Kampus Production via Pexels

In het kort
- Mensen in een huishouden met een hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar gingen er in 2025 in doorsnee 4,7% in koopkracht op vooruit, de grootste stijging van alle leeftijdsgroepen (CBS, voorlopig).
- Bij 65-75 jaar was de stijging met 0,3% het kleinst, en ging 45,4% erop achteruit; van de hele bevolking ging 40,2% erop achteruit.
- Het verschil volgt de inkomensbron: werknemers +2,2%, gepensioneerden +0,3%, zelfstandigen +0,1%; de cao-lonen stegen met 5,0% bij een inflatie van 3,3%.
Wie in een huishouden woont met een hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar, ging er in 2025 in doorsnee 4,7% in koopkracht op vooruit, meer dan welke andere leeftijdsgroep ook. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS die op 18 september 2026 verschenen. Bij 65-75 jaar was de stijging met 0,3% het kleinst. Voor de hele bevolking nam de koopkracht in doorsnee toe met 1,2%, na 3,8% in 2024. Daarmee steeg de koopkracht voor het derde jaar op rij, maar minder hard dan een jaar eerder.
Koopkracht is wat je inkomen waard is na de prijsstijgingen
Koopkracht is je besteedbaar inkomen, gecorrigeerd voor de prijsstijgingen: wat je er in de winkel echt voor kunt kopen. Het CBS meet de ontwikkeling per persoon, op basis van het inkomen van het hele huishouden. Voor de indeling naar leeftijd telt de hoofdkostwinner, de persoon met het hoogste inkomen in huis. De doorsnee is de mediaan: de ene helft ging er minder op vooruit, de andere helft minstens zoveel.
In het nieuwsbericht schrijft het CBS: "De koopkracht nam in 2025 in doorsnee toe met 1,2 procent. De stijging in koopkracht kwam vooral door de stijging van de cao-lonen met 5,0 procent." De prijzen stegen in 2025 met 3,3%. Na inflatie gingen de cao-lonen er dus 1,6% op vooruit.
Jongeren gingen er het meest op vooruit, 65-75-jarigen het minst
| Leeftijd hoofdkostwinner | Koopkracht 2025 (doorsnee) |
|---|---|
| jonger dan 25 | +4,7% |
| 25-35 jaar | +2,0% |
| 35-45 jaar | +1,6% |
| 45-55 jaar | +2,3% |
| 55-65 jaar | +1,3% |
| 65-75 jaar | +0,3% |
| 75-85 jaar | +0,4% |
| 85 en ouder | +0,4% |
| iedereen | +1,2% |
Bron: CBS StatLine 83781NED, koopkrachtontwikkeling personen naar huishoudenskenmerken, 2025 (voorlopig).
Na de jongste groep deden huishoudens met een hoofdkostwinner van 45-55 jaar het het best, met 2,3%. Daarna volgen 25-35 jaar (2,0%) en 35-45 jaar (1,6%). Vanaf 55 jaar wordt de stijging kleiner, en vanaf 65 jaar blijft er weinig van over: 0,3% bij 65-75 jaar en 0,4% bij 75-85 jaar en bij 85-plussers.
Het verschil zit vooral in werk en pensioen
Het patroon volgt de belangrijkste inkomensbron van het huishouden. Voor mensen in een werknemershuishouden steeg de koopkracht in doorsnee met 2,2%, voor gepensioneerden met 0,3% en voor zelfstandigen met 0,1%. Dat zie je terug in de leeftijdsgroepen: waar de meeste mensen werken, is de stijging groter dan na het pensioen. Het CBS noemt de loonstijging de belangrijkste reden van de vooruitgang bij werknemers. Tegelijk kwam er in 2025 een einde aan jaren van stijgende heffingskortingen: de algemene heffingskorting ging omlaag en de arbeidskorting steeg weinig.
Bij gepensioneerden hing de uitkomst af van de hoogte van het inkomen. Gepensioneerden in de laagste inkomensgroep (de 10% van de bevolking met de laagste inkomens) gingen er 0,5% op vooruit; in de hoogste inkomensgroep daalde hun koopkracht met 1,2%. Het CBS legt uit dat het voordeel van de hogere AOW voor mensen met een aanvullend pensioen werd gedempt, omdat de indexatie van die uitkeringen lager was dan de inflatie. Gepensioneerden hebben volgens het CBS ook minder mogelijkheden om hun koopkracht zelf te verbeteren dan werkenden, bijvoorbeeld door meer uren te gaan werken.
Ook bij een stijging ging een groot deel erop achteruit
Een stijging in doorsnee betekent niet dat iedereen meer te besteden had. Van de hele bevolking ging 40,2% er in 2025 in koopkracht op achteruit. In de jongste groep was dat 39,1%, ondanks de stijging van 4,7% in doorsnee. Bij 45-55 jaar ging 35,7% erop achteruit en bij 65-75 jaar 45,4%, het hoogste aandeel van deze drie groepen. Voor werknemers noemt het CBS onder meer (tijdelijk) baanverlies of minder uren werken als oorzaak van een daling.
Ook het type huishouden maakte verschil
Paren met kinderen gingen er met 2,1% het meest op vooruit, eenoudergezinnen met 1,7%. Alleenstaanden kwamen uit op 0,8% en paren zonder kinderen op 0,7%. In alle vier de groepen ging ongeveer vier op de tien erop achteruit: het aandeel met een daling lag tussen 37,3% bij paren met kinderen en 40,9% bij paren zonder kinderen. Ook bij een gezin dat er in doorsnee op vooruitging, kan het eigen huishoudboekje er dus anders uitzien.
De cijfers over 2025 zijn voorlopig. Het CBS kan ze later bijstellen, vooral voor zelfstandigen, van wie de gegevens nog minder compleet zijn.
Rekenvoorbeeld
Een lening beweegt niet mee met je koopkracht: de maandlast staat vast, ook als je inkomen minder waard wordt. Stel dat je € 10.000 leent over 60 maanden. Volgens de rentefeed van Lening.nl op 27 oktober 2026 is de laagste vanaf-rente daarvoor 8,6% (Freo en Rabobank). De maandlast is dan € 205,65 en je betaalt in totaal € 2.339 rente; bij de hoogste vanaf-rente in de feed, 9,61% (Bondora), is dat € 210,56 per maand en € 2.633,60 rente. Welke rente je krijgt, hangt af van je situatie. Gaat je koopkracht in die vijf jaar achteruit, dan neemt diezelfde maandlast een groter deel van je budget in.
Wat dit voor jou betekent
- Leg je inkomen en vaste lasten van dit jaar naast die van vorig jaar. Dan zie je of jij bij de groep hoort die erop vooruitging of bij de 40,2% die erop achteruitging.
- Ging je erop achteruit, kijk dan eerst naar je vaste lasten en je buffer voordat je iets op afbetaling koopt. Welke vormen van lenen er zijn en wat ze kosten, lees je bij geld lenen.
- Wil je toch lenen, reken dan met lening berekenen uit welke maandlast bij je inkomen past, en vergelijk de vanaf-rentes per aanbieder bij rente.
- Ben je gepensioneerd en overweeg je een lening, lees dan hoe kredietverstrekkers met je AOW rekenen bij geld lenen met een AOW-uitkering.
Veelgestelde vragen
Wat betekent koopkracht in doorsnee?
Waarom gingen 65-plussers er zo weinig op vooruit?
Kan ik meer lenen als mijn koopkracht stijgt?
Bronnen
Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies. Je situatie kan afwijken; vraag onze adviseurs gerust om een berekening op maat. Let op! Geld lenen kost geld.
Vergelijk en vraag je lening online aan
Rente vanaf 7,10% bij 7 kredietverstrekkers. Aanvragen is gratis, vrijblijvend en heeft geen gevolgen voor je BKR-registratie. Let op! Geld lenen kost geld.
