Bijna een miljoen huishoudens hebben meer schuld dan bezit
Van de 621.900 huishoudens met een tekort van meer dan € 5.000 heeft de helft een gat van meer dan € 24.700, volgens cijfers die het CBS op 27 oktober 2026 publiceerde.
Voeg toe als voorkeursbronop Google
Foto: MART PRODUCTION via Pexels

In het kort
- Op 1 januari 2025 hadden 970.400 huishoudens meer schuld dan bezit, 11,7% van alle huishoudens; een jaar eerder waren dat er 1.013.700 (12,3%), volgens het CBS.
- Bij 621.900 van die huishoudens is het tekort groter dan € 5.000; de helft van hen zit meer dan € 24.700 onder nul.
- Het laagste doorsnee vermogen hebben huishoudens onder de 25 (€ 900) en huurders met huurtoeslag (€ 2.500); alle huishoudens samen zitten op € 169.100.
Op 1 januari 2025 hadden 970.400 huishoudens in Nederland meer schuld dan bezit, 11,7% van alle huishoudens, blijkt uit nieuwe vermogenscijfers die het CBS op 27 oktober 2026 publiceerde. Het gaat om voorlopige cijfers. Een jaar eerder waren het er nog 1.013.700, 12,3% van de huishoudens. In de tabel staat geen totaal: het aantal is een optelling van twee vermogensklassen uit dezelfde tabel, 621.900 huishoudens met een vermogen lager dan −€ 5.000 en 348.500 huishoudens tussen −€ 5.000 en nul.
Negatief vermogen betekent dat je schulden groter zijn dan je bezit
Het CBS rekent het vermogen van een huishouden uit als het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen zijn bank- en spaartegoeden, beleggingen, de eigen woning, ander onroerend goed en ondernemingsvermogen. Schulden zijn de hypotheek op de eigen woning, de studieschuld bij DUO en de overige schulden. Onder die overige schulden vallen consumptief krediet, rood staan op de bankrekening, zorgschulden, belasting- en toeslagschulden en leningen voor beleggingen of een tweede woning.
Een negatief vermogen kan dus op verschillende manieren ontstaan. Bijvoorbeeld met een studieschuld en weinig spaargeld, met een huis dat minder waard is dan de hypotheek, of met een persoonlijke lening of doorlopend krediet voor iets wat na aankoop weinig waard is. Ook een onderneming met meer schulden dan bezittingen telt mee.
Bij de grootste groep gaat het om tienduizenden euro's
| Vermogen van het huishouden | Aantal huishoudens 1 januari 2025 |
|---|---|
| lager dan −€ 5.000 | 621.900 |
| tussen −€ 5.000 en nul | 348.500 |
| samen: meer schuld dan bezit | 970.400 (11,7%) |
| samen, een jaar eerder | 1.013.700 (12,3%) |
Bron: CBS StatLine 83834NED, stand 1 januari 2025 (voorlopig) en 1 januari 2024; optelling door Lening.nl.
Van de 621.900 huishoudens met een tekort van meer dan € 5.000 ligt de mediaan op −€ 24.700. De helft van deze huishoudens zit dus meer dan € 24.700 onder nul. De 348.500 huishoudens in de andere klasse hebben een kleiner tekort, van hooguit € 5.000.
Het aantal huishoudens onder nul daalde met 43.300
In een jaar tijd zakte het aantal huishoudens met een negatief vermogen van 1.013.700 naar 970.400, een daling van 43.300. In dezelfde periode steeg het doorsnee vermogen van alle huishoudens van € 138.000 naar € 169.100. Het CBS schreef op dezelfde dag over het gestegen aantal miljonairs: "Dat komt vooral door de gestegen huizenprijzen" (CBS, 27 oktober 2026). Of de hogere huizenprijzen ook de daling onder nul verklaren, staat niet in de cijfers. Een huis dat meer waard wordt, kan een hypotheek die hoger was dan de woningwaarde wel inhalen.
Jonge huishoudens en huurders hebben het kleinste vermogen
De tabel van het CBS laat niet zien hoe de 970.400 huishoudens over leeftijden of woonsituaties verdeeld zijn. Wel zie je bij welke groepen het doorsnee vermogen het laagst is:
| Groep | Doorsnee vermogen 1 januari 2025 |
|---|---|
| hoofdkostwinner jonger dan 25 | € 900 |
| laagste 10% inkomens | € 1.600 |
| huurders met huurtoeslag | € 2.500 |
| alle huurders | € 4.600 |
| tweede 10% inkomens | € 4.800 |
| alle huishoudens | € 169.100 |
Bron: CBS StatLine 83834NED, stand 1 januari 2025 (voorlopig), mediaan.
Bij huishoudens onder de 25 was de doorsnee op 1 januari 2024 nog € 300 en nu € 900. De helft van deze jonge huishoudens bezit dus minder dan € 900; hoeveel van hen onder nul zitten, staat niet in de tabel. Wat het vermogen van veel huishoudens drukt, is de studieschuld: 1.359.600 huishoudens hebben er een, met een mediaan van € 11.700 per huishouden.
Rekenvoorbeeld
Neem een huurder van 27 met € 3.000 op de bank, een studieschuld van € 11.700 (de mediaan per huishouden met een studieschuld) en € 2.000 opgenomen van een doorlopend krediet. Bezittingen: € 3.000. Schulden: € 11.700 plus € 2.000 is € 13.700. Het vermogen is dan € 3.000 min € 13.700, dus −€ 10.700. Dit huishouden valt in de grootste groep, die van lager dan −€ 5.000.
Lost dit huishouden in een jaar € 2.000 af op het doorlopend krediet en blijft het spaargeld gelijk, dan is het vermogen −€ 8.700. Het blijft onder nul zolang de studieschuld groter is dan het spaargeld. Een negatief vermogen is op zichzelf dus geen teken van betalingsproblemen, zolang je de maandlasten kunt dragen.
Een negatief vermogen weegt mee als je wilt lenen
Wie een lening aanvraagt, wordt getoetst op inkomen, vaste lasten en de kredieten die bij BKR geregistreerd staan. Lopende leningen tellen mee met hun maandlast, en ook een studieschuld rekent de kredietverstrekker als vaste last mee, zoals je leest in zoveel minder kun je lenen met een studieschuld. In de leennormen tellen je schulden mee via de maandlasten; zo verkleinen ze de ruimte voor een nieuwe lening.
Een consumptief krediet, zoals een persoonlijke lening of een doorlopend krediet, vergroot een tekort als je er iets van koopt wat in waarde daalt. Lenen om een tekort aan te vullen maakt het gat groter, omdat je er rente over betaalt. Kun je je vaste lasten of aflossingen niet meer betalen, dan kun je bij je gemeente terecht voor schuldhulpverlening.
Wat dit voor jou betekent
- Reken je eigen vermogen uit: tel je spaargeld, beleggingen en de waarde van je huis bij elkaar en trek daar je hypotheek, studieschuld en andere schulden van af. Zo zie je of jouw huishouden boven of onder nul zit.
- Kijk welke kredieten op jouw naam staan, ook een roodstandlimiet of creditcard; hoe dat werkt, lees je bij BKR.
- Overweeg je een nieuwe lening, kijk dan eerst wat het per maand kost en of het past naast je andere schulden; welke vormen er zijn, lees je bij consumptief krediet.
- Zit je met betalingsachterstanden, ga dan eerst naar je gemeente voor schuldhulp en sluit geen nieuwe lening af om gaten te dichten; hoeveel huishoudens in problematische schulden belanden, lees je in 115.000 huishoudens met problematische schulden.
Veelgestelde vragen
Wat betekent een negatief vermogen?
Hoeveel huishoudens hebben meer schuld dan bezit?
Wat doe ik als ik mijn schulden niet meer kan betalen?
Bronnen
Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies. Je situatie kan afwijken; vraag onze adviseurs gerust om een berekening op maat. Let op! Geld lenen kost geld.
Vergelijk en vraag je lening online aan
Rente vanaf 7,10% bij 7 kredietverstrekkers. Aanvragen is gratis, vrijblijvend en heeft geen gevolgen voor je BKR-registratie. Let op! Geld lenen kost geld.
